Jezus volgen (2004)

C-cyclus · Tijd door het jaar · 12e zondag · groen

Jezus stelt zijn leerlingen de vraag: “Wie zeggen de mensen dat Ik ben ?" - Deze vraag stelt Hij niet uit ijdel zelfbehagen of pretentie, maar uit bekommernis om na zijn prediking en na de tekenen die Hij deed, te evalueren. Hij is nu gekomen op het cruciale moment dat Hij moet laten blijken waar het ten slotte om gaat: de vraag naar zijn boodschap en zijn identiteit. Ook vandaag: Wie is Hij voor ons?
\

  1. Als Petrus Hem zegt: “Gij zijt de Messias” (koning-redder, gezalfde, Christus), blijft de vraag: hoe vult ge dat woord in ? Welke inhoud heeft deze titel ? - Er waren daaromtrent uiteenlopende verwachtingen:

    (a) – Daar was de strekking van Farizeeën en zeloten, de uitgesproken joodse nationalisten. Zij wilden een nationale held, die de Joden zou bevrijden van het Romeinse juk (de bezetters). Ze dachten blijkbaar niet aan de profetie van Zacharias (12, 10-11; eerste lezing), waarin de Messias zou herkend worden in hem die ze zullen doorstoken hebben. Toen Jezus niet bleek te zijn, wie zij wilden, maar wel de mens die van binnenuit wilde bevrijden, zou het faliekant uitlopen op zijn veroordeling en verwerping.

    (b) - In de kring van Johannes de Doper zag men uit naar iemand die op moreel vlak drastisch zou optreden, en schoon schip zou maken met al wat zondaar en zonde was: “De bijl ligt reeds aan de wortel. De wan heeft hij in de hand, en zijn dorsvloer zal hij grondig zuiveren.” Maar Jezus trad niet drastisch op; Hij verloor zijn tijd om het verloren schaap te zoeken, en Hij ontfermde zich over tollenaars en verlopen vrouwen. Vandaar de vertwijfeling van de Doper in de gevangenis: “Zijt Gij het die komen moet, of moeten wij een andere verwachten ?”- Jezus beantwoordde eerst niet helemaal aan wat Johannes de Doper had gedroomd.

    (c) - Ook de verwanten van Jezus hadden vragen over wie Hij was, en zeker zijn dorpsgenoten: ““Hij is toch de timmerman van Nazareth, de zoon van Maria, en we kennen zijn broers…” – De jonge apostel Nathanaël heeft zelfs opgemerkt: “ Wat goeds kan er van Nazareth komen ?”

    (d) - Later tijdens Jezus’ proces heeft ook de hogepriester Kajafas die prangende vraag gesteld, plechtig en overduidelijk: “Zeg me of Gij de Messias zijt…”, waarop Jezus genuanceerd: “Dat woord gebruikt gij. Gij (!) zegt dat”(gewoonlijk vertaald als: ge zegt het) . Jezus vermeed het woord “Messias” of “Koning”. Dat woord was erfelijk belast met een politieke duiding. Daarom corrigeert Hij: “Maar ge zult de Mensenzoon zien…” Deze naam heeft een heel andere betekenis. Hier valt de tegenstelling tussen wie de hardheid van de wet handhaaft, en wie vol respect is voor de mens. Hier herhaalt Jezus wat Hij vandaag tot Petrus zegt: “De Mensenzoon zal veel moeten lijden en verworpen worden…” En elders nog: “De Mensenzoon is gekomen niet om gediend te worden, maar om te dienen, en zijn leven te geven als losprijs voor velen.”

    (e) - En ook Pilatus stelde die vraag: “Wie zijt Gij ? Waar komt Gij vandaan ? Zijt Gij koning?” – En opnieuw geeft Jezus deze correctie: “Ja, koning ben Ik, maar mijn rijk is niet van deze wereld… Ik ben gekomen om getuigenis af te leggen van de waarheid, en wie uit de waarheid is, luistert naar mijn stem.” De innige relatie van de Herder en zijn kudde: een verhouding van liefde en tederheid. Het treffende nu is dat Pilatus in zijn bange lafheid (dat konden we enkele weken geleden zo zien in de film van Mel Gibson, “The Passion”) onbewust maar op unieke wijze bijgedragen heeft tot de meest volledige onthulling van wie Jezus was. In zijn kruisdood zegt God ons wie Jezus is. Op het kruis leren we in de machteloosheid van de gekruisigde, de almacht van de liefde, de mateloze liefde van God: een nieuw begrip van macht. Ook op het kruis is Jezus icoon van de Vader.
    \
  2. Naar het einde toe van dit evangelie zegt Jezus ons dat de leerling niet beter is dan de Meester: “Wie mijn leerling wil zijn, moet Mij volgen…” Een leerling volgt de Meester. Een leerling is de vrije gevangene van de Ik-u-relatie met Hem. Een christen is een verliefde, die in Christus de kracht haalt om Hem te volgen. Heel de cultus v.h. H. Hart (feest onlangs gevierd) nodigt ons uit om in Gods hart te leven: Blijf in Mij. Woon in mijn Liefde. Daar ligt onze roeping. Dan wordt alles anders !
    \
  • Veelal denken we goede christenen te zijn, als we proberen de geboden te onderhouden, de voorschriften van God en Kerk na te leven. Het is feitelijk veel meer dan dat… Wij vergeten “volgeling” te zijn. Zovelen werken aan rechtvaardigheid en vrede (technisch en structureel), maar ze komen er niet toe, omdat ze de diepe verbondenheid met Christus missen.
    \
  • Als vanzelfsprekend laten we onze kinderen dopen, laten we ze hun eerste H. Communie doen, het H. Vormsel ontvangen… Maar wensen we dat ze dan ook Christus willen volgen ? Dat hoorden we in de tweede lezing: “De doop heeft u allen met Christus verenigd, gij hebt Hem aangetrokken als een kleed… Allen te samen vormt gij één persoon in Christus Jezus… “ (Gal. 3, 26-29). Dat heeft zijn consequenties… - Het evangelie, goede boodschap, is veeleisend en niet zo vanzelfsprekend. Het was Chesterton die ooit schreef: “Het christendom is nooit gemakkelijk geweest; men vond het van meet af veel te zwaar, daarom lieten velen het links liggen.” Doch niet het gemakkelijke maakt gelukkig, maar wel de liefde die bereid is ook in Christus’ spoor de weg van het lijden te gaan. Amen.

Zoeken in Preken Online