12e zondag door het jaar (2004)

C-cyclus · Tijd door het jaar · 12e zondag · groen

Beste Dorpsgenoten,

De eerste lezing die u gehoord heeft verwijst naar het feit dat iemand Jerusalem ooit bevrijd heeft van belegering door de vijand. Daarna werd deze redder zelf vermoord door zijn eigen volk. Daar slaat het zinnetje op:“In die dagen zal ik over het huis van David een geest van wellwillendheid en gebed uitstorten, zodat zij zullen opzien naar hem die zij doorstoken hebben.” Die moord op de redder wordt later uitgelegd als een voorafbeelding van de Messias, Christus: ook hij is de redder die door zijn volk gedood wordt.

Natuurlijk was het beter geweest dat God die geest van welwillendheid over zijn volk had uitgestort vóórdat ze hun redder doodden.

En in het evangelie vraagt Jezus: “Wie zeggen de mensen dat ik ben?”

Dat kennen we: als wij klagen over wat niet deugt, dan verwijzen we ook naar “de mensen.” Dan blijven we zelf buiten schot: de mensen moesten maar eens meer naar de kerk gaan, de mensen moesten maar eens hun eigen rommel opruimen, enz. Als we zulke verstandige dingen over de foute mensen gezegd hebben, kunnen we zelf doorgaan onze hond te laten lopen en schijten waar hem dat uitkomt, onze blikjes uit het raam van de auto gooien als ze leeg zijn, onze kaken op elkaar houden in plaats van te helen en te verzoenen en te troosten binnen de gemeenschap.

De mensen? Dat ben ik!

Jezus kenden dat verschijnsel en dus vroeg hij: " Maar jullie, wie zeggen jullie dat ik ben?" En nu was het even stil want die tweede vraag was moeilijker dan de eerste. Maar Petrus, die grote praatvaar, had snel een antwoord en een heel mooi: “Gij zijt de gezalfde Gods.” Dat was dezelfde man die niet veel later, toen Jezus was opgepakt, drie keer heel hard zou roepen dat hij die man niet kende. Eigenlijk was Petrus niet beter dan Judas. En ik he jarenlang geleerd en geloofd dat ik heel blij moest zijn met dat mooie antwoord van Petrus.

Jezus was niet zo gelukkig met dat antwoord want hij vroeg hen daar verder niet meer over te praten. Maar het woord “gezalfde Gods”, dat is: Messias, is gevallen en dan kun je terugdenken aan de eerste lezing: die er aan herinnert dat de messias door zijn eigen volk vermoord is. Dan is het nog maar een kleine stap om Jezus te laten zeggen: “De mensenzoon zal veel moeten lijden en door de leiders van het volk gedood worden.” En dan: “Wie mijn volgeling wil zijn, moet mij volgen door zichzelf te verloochenen en door elke dag zijn kruis op te nemen. Want wie zijn leven verliest om mijnentwil, zal het redden.”

Vandaag is het vaderdag, En ook dag van de vluchtelingen. En daarover wou ik iets zeggen.Eerst wat aardrijkskunde: Sudan is een heel groot gebied van Africa, dat zo’n beetje samenvalt met de woestijn. Het oostelijk stuk daarvan is een land dat ook Sudan heet. Daar is al zo’n 10 jaar een soort verborgen oorlog aan de gang: Arabische, moslim landgenoten verjagen de zwarte, Afrikaanse bewoners naar de totaal onvruchtbare westelijke streek van het land. Dat gebied heet Darfur. Daar leven nu zo’n miljoen vluchtelingen in een streek waar niet eens een sprinkhaan in leven kan blijven. Bovendien worden zij door hun Arabische landgenoten ook nog vervolgd, vermoord en verkracht.

En met die wetenschap luisteren we nu naar de woorden van Jezus: “Wie mijn volgeling wil zijn, moet mij volgen door zichzelf te verloochenen en door elke dag zijn kruis op te nemen.”

Ik heb de laatste weken, tot vervelens toe, moet ik bekennen, gelezen en gehoord over de toestand in Darfur. Maar vanmorgen, nadat ik de woorden uit het evangelie overwogen had, hoorde ik op het nieuws, dat Amnesty International, vandaag op Wereldvluchtelingendag, de regeringen van de wereld op roept om een einde te maken aan die verschrikking in Darfur. En toen realiseerde ik me dat die woorden over lijden niet meer passen, ja niet meer gebruikt mogen worden in onze tijd als je ziet hoeveel er geleden wordt.

Het gekke is dat we zo vertrouwd zijn met die woorden en met het kruis waar de kerken mee volhangen. Maar we zijn veel minder vertrouwd met die andere woorden van Jezus: “Wat gij wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander.” Die woorden horen we liever niet. Dat zijn woorden die ons een spiegel voor houden en ons een vraag stellen. Het gaat niet meer over de mensen, maar het gaat over mij. En dan blijkt dat die ander voor wie ik iets kan doen, niet bestaat, die is lucht, die is leeg gebied. Die kunnen we niet zien want we moeten nog zoveel voor onszelf doen.

Bij Geert Maak, een heel bekende schrijver, las ik: “Ook het kwaad is een ingewikkelde zaak. Het bestaan lang niet altijd uit monsters en beulen. Het kan charmant en beschaafd zijn, stipt en ordelijk. Het kan voorvloeien uit wreedheid en rassenhaat, maar ook uit angst, onverschilligheid en cynisme, dat kwaad bestaat uit lege gebieden, blanke spaties, waar we niets zien en waarvan we ons niets van hoeven aan te trekken. “Ich habe es nicht gewusst.” Dat zijn woorden die nog steeds worden uitgesproken, tot op vandaag.op vluchtelingendag. Nu klinkt dat zinnetje in vertaling: “Ik wil het niet eens weten, laat me met rust.” Maar als betrokkenheid en aan spreekbaarheid niet meer bestaan, wordt het overal Darfur. We hoeven niet alle mensen lief te hebben. We hebben persoonlijk niets met hen te maken. Maar zonder die betrokkenheid worden we allemaal los zand, woestijn.

Niet Jezus aan het kruis kan ons redden, maar alleen die twee handen die de wereld bol vasthouden. Als we ons betrokken voelen, “wat gij wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander,” dan zullen we in die handen op de poster eindelijk onze eigen handen terugkennen. Dan blijkt de hemel hier op aarde te zijn, dan blijkt God tussen ons in te zitten als de lucht die we inademen.

Dat het zo moge worden.

Zoeken in Preken Online