Tweemaal raak

C-cyclus · Tijd door het jaar · 11e zondag · groen

Een Farizeeër die Simon heet, nodigt Jezus aan tafel. Tijdens de maaltijd komt een zondares zich schreiend aan Jezus’ voeten werpen. Dat is voor de gastheer een hoogst ongemakkelijke situatie. Hij neemt de hoge gast scherp in het vizier: als Hij een profeet is, moet Hij weten met wat voor vrouw Hij te doen heeft. Wet is wet en zonde is zonde.

Men kan van die Farizeeër een hypocriet maken en van de vrouw een versukkelde sloor. Dan wordt dit een braaf en sentimenteel vertelseltje, waarin noch de wet noch de zonde, en zelfs Jezus niet langer ernstig genomen wordt. Zowel voor de Farizeeër als voor de zondares is de confrontatie met Jezus hard. Beiden hebben een verleden. De Farizeeër kan met terechte fierheid terugblikken op een leven waarin hij zich met ijver op de wet heeft toegelegd. De vrouw heeft alle reden om zich te schamen over haar levenswandel. De ontmoeting met Jezus vraagt van allebei een serieus offer.

De Farizeeër weet wat zonde is. Maar misschien schuilt daarin zijn grootste drama: hij weet wel wat zonde is, maar zelf heeft hij nooit ernstig gezondigd. Hij weet niet wat het betekent werkelijk onder het oordeel van God te vallen. En dan moet hij het aanzien hoe iemand die wel onder dat oordeel valt, door Jezus behandeld wordt. Hij voelt nattigheid zodra Jezus met dat verhaal van die twee schuldenaars op de proppen komt. Hij antwoordt koeltjes: ‘Ik veronderstel…’ Alsof het om een intellectuele discussie gaat. Natuurlijk weet hij dat zijn antwoord juist is, maar het grote probleem is dat hij dit niet vanuit zijn hart kan zeggen. Alles gaat wankelen wanneer de zekerheid van wet en oordeel ondergraven wordt door de overtreffende liefde van de vergeving. In feite gaat het om zijn zelfzekerheid. Hij moet zijn verleden van wetgetrouwe toewijding laten doorkruisen door iets heel anders. De barmhartigheid van God is aan geen wetten gebonden. Dat kan nog mooi klinken. Maar als hij dat voor zijn eigen ogen ziet gebeuren met die vrouw, wordt het hem te veel.

De vrouw had zich schuw kunnen verbergen voor de profeet. Want inderdaad, Hij kent haar verleden. Het is niet om fier op te zijn. Zij staat onder het oordeel en ze beseft dat maar al te goed. Om bij Jezus te komen moet zij door haar vernedering en haar tranen heen. Dat het haar letterlijk heel wat kost, blijkt uit het dure reukwerk dat ze heeft meegenomen. Zij schuwt het contact met Jezus niet en raakt Hem tot in het diepste van zijn ziel. Haar wordt vergeving geschonken.

En nu de onvermijdelijke vraag. Wij hebben allemaal een verleden. Hoe gaan we daar tegenover Jezus mee om? Sluiten we ons op in eigen zelfzekerheid (we doen toch immers goed ons best) of schamen we ons om ons bloot te geven (want dan vallen we onder Gods oordeel)? De echte liefde laat niets onberoerd. Zelfs ons verleden niet.

Zoeken in Preken Online