Ik heb je iets te zeggen

C-cyclus · Tijd door het jaar · 11e zondag · groen

Het verhaal van deze dag heeft ons iets te zeggen. Heel veel zelfs. Er is iets gebeurd tijdens de maaltijd ten huize van Simon. Dat is zelfs zo indringend dat de maaltijd zelf niet meer belangrijk is. Wat werd geserveerd, is zó van de tafel geveegd. Een vrouw heeft alles overhoop gehaald. Het was een publieke zondares, een publiek gevaar. Maar ze hééft iets. Ze heeft geleefd en geliefd. Ze weet wat passie is. Ze weet wat liefde is. Ook al was de partner voor haar vermoedelijk verwisselbaar. De trouw was blijkbaar niet haar sterkste kant. Het was wel de sterkste kant van Simon. Hij was een farizeeër en farizeeërs zijn per definitie trouwe mensen. Ze zijn op dat punt zelfs scrupuleus ernstig.

En toch. Ik zei het al, de maaltijd en het hele menu worden vergeten. Het gaat dus over iets anders. Liefde en trouw worden hier gewogen. De liefde die fouten maakt, staat hier tegenover de foutloze trouw. Ten tijde van Lucas was dat een hete kwestie. Heeft de zondaar iets te leren aan de mens die zonder zonde is? Jezus staat voor een strak dilemma. Hij moet gelijk geven aan Simon of aan de vrouw. Die vrouw bezit iets wat Simon niet bezit: hij kan namelijk niet kussen. Anderzijds bezit Simon iets wat de vrouw niet kent: hij was trouw Aan allebei was iets tekort. En Jezus lost het dilemma op. Hij lost daarmee een kerkprobleem op, een kerkprobleem van zijn tijd. Het probleem was of Gods trouw aan de kant bleef van de trouwe joden, ofwel aan de kant van de ontrouwe, zondige heidenen. Paulus en Matteüs hadden dat probleem al eerder opgelost. Nu moet Lucas er iets mee doen. De laatstgekomene, de jongste zoon, was duidelijk een zondaar. De eerstgekomene, de oudste zoon, was even duidelijk een correct observant mens. En toch is de oudste niet aan het feest. Hier is Simon ook niet aan het feest. Hoewel hij precies het feest heeft georganiseerd.

Die vrouw hééft dus iets. Ze heeft datgene wat elke liefde zoekt. Ze zoekt ontmoeting. Ze wil van Jezus iets leren en ontvangen.

Op dat punt stelt Simon zichzelf in gebreke. Hij staat gewoon op zijn stuk. Trouw heeft de kwalijke kwaliteit niets anders nodig te hebben. Het is een gesloten circuit. De trouwe mens verheugt zich in zijn eigen nette geloofsbrieven: hij is een mens-in-orde. Zo ontgaat hem echter datgene wat hij nog ontvangen kan. Voor die gave past hij. Het stuk dat hij aflevert, is áf. Hij wenst niet meer gezegend te worden door een ander. Hij gaat dus ook als een niet-gezegende door het leven.

Op dat punt heeft de zondige mens iets voor. Hij zoekt zegen. Hij zoekt genadigheid. Hij verwacht heling en genezing. Bij hem kan God terecht: zijn scheve deur staat open. Hij kan gezegend worden. Met deze nood is de vrouw bij Jezus aan het goede adres. Jezus zegt haar dat God een leeg mens kan vervullen. Bij een mens als Simon die zo vol is van gerechtigheid, lukt dat niet zo best. Door deze gesloten deur kan zelfs God niet binnenkomen. Jezus had dus veel te zeggen aan het adres van Simon. God heeft de zondaar niet lief omdat hij zondaar is. Hij heeft de zondaar lief omdat Hij daar God mag zijn. Het zou voor ieder van ons een ontroerend moment kunnen zijn als God ons zegenen mag.

Dat heeft Jezus ons te zeggen vandaag.

Zoeken in Preken Online