WELKOM
Vandaag zijn we getuige van de woede-uitbarsting van Jezus in de tempel. Bij de aanblik van de handelaren veegt Jezus geld en handelswaar van de tafels. Het is een opvallende keuze die het lectionarium ons vandaag biedt: in de eerste lezing lezen we de Tien Geboden, het hart van het geloof van Israël. Jezus is daarmee opgevoed en heeft heel zijn bestaan daarmee gevuld. We geloven zelfs dat in Hem deze aloude woorden hun vervulling hebben gevonden. En dan toch die woede-uitbarsting, Jezus die niet voor rede vatbaar lijkt?
Wie is eigenlijk voor Gods rede vatbaar, wie verstaat Gods Woord en laat zijn/haar leven door dit Woord leiden? De psalm die we deze week bestudeerd hebben, psalm 19, laat de verrukking zien die de psalmist koestert voor de wet. Hij heeft dit Woord gehoord en als een nieuwe bron in zijn leven aangeboord. Wij willen uit diezelfde bron putten die hier zichtbaar wordt gemaakt in de levensgave van Christus zelf, die ons doet delen in de liefde van de Vader, een eindeloze liefde.
Wie spreekt van Gods wet, dient tegelijk te spreken van Gods liefde.
HOMILIE
Wanneer Jezus optrekt naar Jeruzalem haalt dit voor Hem dierbare herinneringen op. Hij kent de geschiedenis van de tempel. Hij weet van de eerste tempel die door de wijze Salomo is gebouwd; de pracht van dit gebouw dat eenheid bracht in een verdeeld land. De ene God werd op één centrale plek vereerd. Alle stammen van het volk Israël trokken er heen om God te bezingen en Hem hun offers te brengen, zoals Mozes in de woestijn hun al geleerd leek te hebben. Jezus kende ongetwijfeld het tragische verhaal van de vernietiging van die tempel en de verwoesting van het land. Er was geen liturgie meer, geen offers, geen priesters en levieten die de mensen konden helpen tot God te naderen.
In die tijd zonder tempel hadden de Joden slechts de oude woorden, de geschiedenis van Mozes, zijn wijze lessen die in hun eigen hart gegrift stonden zoals woorden in stenen tafelen gegrift kunnen staan. Liefdevol werden die woorden Gods Wet genoemd, Gods Thora, zijn onderwijzingen. Die wet werd liefdevol bewaard en op bepaalde dagen werd er met die Thora op de armen feest gevierd, alsof God zelf in hun midden was, alsof Gods Woord tastbaar was geworden. Vooral die Tien meest duidelijke Woorden, de Tien Geboden, waren een goede bron gebleken voor de mensen om niet in chaos en wanorde te vervallen.
In die moeilijke tijd zonder tempel, had het volk geleerd Gods Woord te koesteren. Het was een bron geworden, sterker dan de tempel. Een levensbron die door niemand afgenomen kon worden en door geen mensenmacht verwoest kon worden. Het werd een geestelijk, onzichtbaar gebouw sterker dan de menselijke machten van de wereld die hun machtsgebouwen met geld en geweld overeind moeten zien houden.
De nieuwe tempel die na de ballingschap weer werd opgebouwd werd het thuis van deze Thora die inmiddels werd opgeschreven. De mensen die in groten getale weer naar de deze tweede tempel trokken, kwamen er om Gods Woord te horen en zijn Wet te vervullen. Er werden weer offers gebracht, maar de liefde voor Gods Woord was gebleven. Als kind was Jezus al zo onder de indruk van die tempel geweest, dat hij er wel dagen kon verblijven.
Als je beseft dat Jezus met die bewondering voor de tempel is opgevoed, kun je ook begrijpen welke woede zich als het ware van Hem meester maakt. Hier is niet zomaar sprake van onrust en drukte en commercie, maar van wanorde en ongerechtigheid die tegen Gods gerechtigheid en Gods ordening ingaat. Nieuwe regels en nieuwe wetten lijken die van God te hebben vervangen. Je moet betalen om bij God te komen, hoe meer je bezit en hoe meer aanzien je hebt, hoe verder vooraan je mag zitten om te delen in de liefde van God.
We hebben deze week gelezen in psalm 19 hoe Gods wet, zijn onderwijzing ten leven, voort is gekomen uit Gods scheppende woord. De psalm opent met een loflied op de schepping die geen mensentaal en geen mensenwoorden nodig heeft om aan de mensen duidelijk te maken welke heerlijkheid Gods aan de oorsprong heeft gestaan van de wereld die wij bewonen. De schepping spreekt haar eigen taal en ook al kan de natuur voor ons soms ook wreed overkomen, er is sprake van een evenwicht dat het geheel in stand houdt. Datzelfde evenwicht wil Gods Woord, zijn Wet ofwel Thora, in stand houden voor mensen die zich steeds verder losmaken van deze natuurlijke toestand. Naast de fysieke natuur waarin de mens ook leeft, heeft de mens ook een morele natuur, een ethische dimensie waar beslissingen niet zomaar door natuurlijke aanleg worden ingegeven , maar waar de mens zelf beslissingen moet nemen. Steeds weer wordt de mens geroepen om terug te keren tot het evenwicht dat God in de wereld heeft neergelegd. Het is een evenwicht dat, zoals Paulus zegt, de wijzen van deze wereld dwaas vinden en waar zwakheid uiteindelijk Gods kracht blijkt te herbergen.
Christus wil die wet vervullen. Hij vat die Thora samen in het dubbelgebod van de liefde, dat nog steeds de kern is van ons geloof en onze kerk: God liefhebben en je naaste als jezelf. Het lijkt een onmogelijke opdracht in een wereld die momenteel zo bezorgd is om haar eigen verlies- en winstrekening, waar je eigen toekomst eerst veilig gesteld moet worden. Wie durft die zwakheid aan?
Christus is die weg van zwakheid ten einde toe gegaan. Dat is de weg van de Thora wanneer je deze zwakheid niet uit de weg gaat, maar de liefde voor God en de naaste als toetssteen voor je handelen maakt.
Misschien voel je ook net zo verloren in deze wereld als Paulus die soms het gevoel had tegen een dove gemeente te spreken. Koester dan de wet van Gods zoals de psalmist van psalm 19 die heeft gekoesterd. Laat die je bron zijn, een bron sterker dan de cijfers en de grafieken die we dagelijks schijnen te moeten lezen. Laat die onderwijzing Gods, de Wet des Heren, ons leven in evenwicht brengen, een evenwicht dat ons doet staan als een huis, op rotsgrond gevestigd.
Amen