Waar veel mensen bij elkaar komen, om wat voor reden dan ook,
daar krijg je commercie: winkels en kramen waar je van alles kunt kopen.
Kijk maar eens naar Lourdes, een plaats van gebed en bezinning,
maar ook van allerlei kitscherige winkels
waar je langs moet als je naar het heiligdom gaat.
Er zijn mensen die zich daar gruwelijk aan ergeren.
Ik heb een paar jaar in Sittard gewerkt
en daar gingen elk jaar bussen vol naar Kevelaer,
overwegend dames met in de ene hand de rozenkrans
en in de andere boodschappentas.
Waar veel mensen komen, krijg je onherroepelijk handel.
Dat was in Jezus’ tijd precies zo en hij ergerde zich gruwelijk
aan die handelaars in de tempel, toch een plaats van gebed.
Hij was woedend dat dit in de tempel gebeurde en sloeg erop los.
Nu is het een feit dat geloven en handel, d.w.z. geld verdienen
in de praktijk van het leven heel vaak samen gaan. Dat is altijd al zo geweest.
De ouderen onder u kennen nog wel de bankenpacht.
Dat was ook een soort handel in de kerk
waarbij het ging om de beste plaatsen die per opbod werden verplacht.
Ik heb het zelf nooit meegemaakt maar volgens de verhalen
ging dat er nogal eens onstuimig aan toe, ongepast in de kerk.
Maar geen enkele pastoor die de zweep nam en er een eind aan maakte
want het kerkbestuur had de bankenpacht nodig om te kerk te onderhouden.
In de Middeleeuwen bestond er in de kerk de aflatenhandel.
Voor geld kon je bij wijze van spreken genade kopen.
Dat was natuurlijk een aanfluiting van Jezus’ boodschap.
Genade, wat je er ook precies onder verstaat, is nooit te kopen met geld.
Ook toen was het bedoeld om de kerkorganisatie in stand te houden,
maar dat kan nooit een goede reden zijn voor dit soort handel.
Maarten Luther nam de zweep en protesteerde tegen deze onzalige praktijken.
Toen werd hij voor een ketter uitgemaakt,
nu zegt iedereen dat hij groot gelijk had.
Geloven en geld is en blijft een heel delicate zaak, ook nu nog.
Een kerk kan niet zonder geld functioneren:
gebouwen moeten onderhouden worden,
er zijn allerlei materialen nodig voor de eredienst
en ook voorgangers kunnen niet van de wind leven.
En als mensen geld geven bij gelegenheid van een intentie
dan is dat bedoeld voor het onderhoud van de kerk.
Je krijgt vaak de vraag: wat kost bij jullie een mis.
Eigenlijk is dat een verkeerde vraag: een intentie kost als zodanig niets,
maar het is de gewoonte dat mensen bij die gelegenheid
iets geven voor het onderhoud van de kerk
en daar zijn bepaalde tarieven voor afgesproken.
Eigenlijk zou het veel zuiverder zijn
als er helemaal geen geld gevraagd werd / gevraagd hoefde worden.
Maar ik voel me niet geroepen om de zweep op te pakken.
Ik denk dat ik het met de penningmeester aan de stok zou krijgen.
Een woedende Jezus, zoals we hem in het evangelie van vandaag ontmoeten,
een Lieve Heer die wel de zweep pakte, is natuurlijk iets heel bijzonders
maar het typeert hem heel precies als een man met idealen,
iemand die zich niet zomaar neerlegde bij gewoonten en tradities
zoals die in de loop der tijden gegroeid waren.
Dat verwijt maakt hij dan ook dikwijls aan het adres van de schriftgeleerden,
dat ze tradities vaak belangrijker maakten dan de grondregels.
In de eerste lezing hoorden we de tien geboden,
de grondwet voor een goed geordende samenleving.
Een van die geboden luidt: eer uw vader en moeder.
Maar in de traditie van de schriftgeleerden
mocht men heel zijn bezit aan God toewijden
en dan hoefden zij hun ouders niet meer te onderhouden,
wat in die tijd een heel belangrijke taak was voor kinderen.
Jezus keurde dat soort schijnheiligheid ten strengste af.
Voor geld is alles te koop, zegt men wel,
en tot op zekere hoogte is dat wel waar,
als het tenminste gaat over allerlei materiële goederen.
Maar menselijk geluk is niet voor geld te koop,
maar je kunt wel geluk krijgen als je je geld gebruikt om anderen te helpen,
zoals we bijvoorbeeld in de Vastenaktie doen.
In een goed blaadje staan bij God is niet voor geld te koop,
je kunt de geloofsgemeenschap wel goed ondersteunen
met een financiële bijdrage en dat is voor een gelovige ook heel belangrijk.
Genade kun je niet kopen, maar het kan wel een genade zijn voor mensen
als iemand bereid is zijn geld en goed te delen.
3e zondag van de veertigdagentijd (2009)
B-cyclus · Vasten · 3e zondag van de Vasten · paars