Het zal zo’n vaart niet lopen, dachten de mensen in de tijd van Noach
en ze leefden er maar op los, totdat de zondvloed kwam.
Het zal zo’n vaart niet lopen, dachten producenten van giftige stoffen
en loosden die vrijelijk in de rivier,
totdat alle vis dood ging en de mensen kanker kregen.
Het zal zo’n vaart niet lopen, zei die chauffeur
die teveel gedronken had en toch achter het stuur kroop,
totdat hij tegen een boom knalde.
Het zal zo’n vaart niet lopen, zei de suikerpatiënt
en hij bleef snoepen van de suikerpot, totdat zijn been geamputeerd werd.
Het zal zo’n vaart niet lopen, zeiden jongeren
die ondanks alle waarschuwingen toch eens drugs wilden proberen,
totdat ze verslaafd waren en niet meer terug konden.
Het zal zo’n vaart niet lopen, dachten ouders
die hun kinderen meer geld dan tijd en liefde gaven,
totdat ze naar het politiebureau geroepen werden
waar hun kinderen vastzaten voor diefstal.
Het zal zo’n vaart niet lopen,
zeggen en denken elke dag opnieuw talloze mensen,
en ze doen wat water bij de wijn,
ze schipperen een beetje met de normen en de regels,
met hun plichten en overtuigingen.
En vaak loopt het ook niet zo’n vaart en dan zeggen ze:
zie je wel dat het kan.
Maar even vaak gebeurt er wel iets,
soms ook iets heel ernstigs, iets dat heel hun leven overhoop haalt,
soms zijn de gevolgen pas op de lange duur te merken
en dan zeggen ze: ja maar, dit heb ik niet gewild.
Nee, ze hebben dat zeker niet gewild,
maar als je je hoofd in het zand steekt,
als je slordig omspringt met belangrijke waarden in je leven,
als je risico’s neemt, onverantwoorde risico’s,
dan moet je ook niet verbaasd staan als iets mis gaat.
We zijn allemaal mensen van goede wil:
niemand van ons wil slechte dingen doen,
maar we geven wel vaak toe aan die bekoring om een beetje te schipperen,
om bepaalde dingen niet te zien, niet te willen zien,
of om toch maar dingen te doen waarvan we eigenlijk wel weten
dat we ze beter achterwege zouden laten,
of, heel vaak, dingen niet doen, dingen alsmaar uitstellen,
die we beter wel zouden moeten doen, maar ach: het zal zo’n vaart niet lopen.
En toch loopt het vaak wel zo’n vaart, zo niet meteen dan wel na verloop van tijd.
Verstandig en zinvol leven is vooruitkijken,
is de consequenties van je handelen onder ogen zien,
is oog hebben en houden voor het welzijn van anderen.
We staan echter allemaal bloot aan de bekoring om wat te schipperen,
om even niet verder te kijken dan onze neus lang is
en te kiezen voor de gemakkelijkste weg
om te vergeten wat het doel is van ons leven met elkaar,
even de andere kant op de kijken als mensen onze hulp en steun vragen.
Ook Jezus stond bloot aan de bekoring om dingen om te buigen
naar zijn eigen gemak toe, naar eigen invloed.
In die zin was hij een mens als ieder van ons.
Maar hij liet zich niet verleiden, hij bleef trouw aan de taak
waarvoor hij zich gesteld zag, namelijk:
het koninkrijk van God, het rijk van vrede en liefde brengen
en dat vraagt dat je je niet je eigen belangen nastreeft
maar trouw bent aan de ander, trouw aan de gemeenschap waar je bij hoort
dat je die trouw gestalte geeft in de manier
waarop je je inzet voor die gemeenschap.
Er zijn in elke parochie mensen die aan de zijlijn blijven staan en zeggen:
ze doen maar, daar heb ik geen boodschap aan,
of: ze doen maar als ze maar niet teveel veranderen,
of: ze doen maar ik doe er niet aan mee.
Aan die bekoring staan we misschien allemaal wel een beetje bloot.
Veranderingen schrikken altijd een beetje af.
Maar als we hopen op een goede toekomst voor onze parochies,
als we erin geloven dat we samen die parochies levend kunnen houden,
dan vraagt dat ook dat we trouw zijn aan onze taak,
dat we die parochies en de parochiële eenheid steunen,
en er actief toe bijdragen.
1e zondag van de veertigdagentijd (2003)
B-cyclus · Vasten · 1e zondag van de Vasten · paars