Zusters en broeders,
Op 21 maart e.k. nodigt de kardinaal alle ouders die dat willen bij hem thuis uit voor een gesprek met als onderwerp: “Vanwaar die zure regen?” Gaat de kardinaal een potje uitweiden over de milieuverloedering? Ik denk het niet. Volgens de uitnodiging gaat het immers over de verzuring waaronder onze maatschappij vandaag de dag lijdt. Veel mensen leven meer en meer in onvrede met zichzelf, met elkaar en met hun omgeving. Dit onbehagen uit zich in zelfmoord, depressie, pesterijen en meer van die dingen. Tegelijk versterken echte golven van inbraak, car- en homejacking, overvallen en moord het toenemende gevoel van onmacht. En of dat allemaal nog niet genoeg is, dreigt de machtshonger van een paar ellendelingen de wereld in oorlog, en daarna in een spiraal van niet aflatend geweld en terrorisme te storten. Ge zoudt voor minder verzuurd geraken.
Zusters en broeders, ik denk dat het in Noachs tijd ook zoiets moet geweest zijn: een wereld waarin een mens van goede wil zich niet meer thuis kon voelen. Ge weet hoe hij daarop gereageerd heeft: hij bouwde een ark en trok er met zijn familie en met een koppel van alle diersoorten op uit, weg van de miserie en de ellende, op zoek naar een nieuw begin, met God als zijn enige kompas. Vandaag horen we dat hij is aangekomen op zijn nieuwe stek, en dat God met hem, en met alle levende wezens een verbond sluit. “Ik zet mijn boog in de wolken,” zegt God, “een boog van licht en kleur en hoop, een boog die hemel en aarde verbindt. En nooit meer zal het leven of de aarde door een vloedgolf worden verwoest. En die boog, die zal er zijn voor eeuwig.” ‘Voor eeuwig’, dus alleszins ook voor ons.
Noach kiest voor de vlucht vooruit, en zo kan hij God ontmoeten. Jezus daarentegen wordt door de Geest de woestijn ingedreven om door de duivel beproefd te worden. In heel de bijbel speelt de woestijn een zeer belangrijke rol. Ze is bij uitstek de plaats waar de mens bevrijd wordt van materiële zorgen, zodat hij in zichzelf kan terugplooien en de puntjes eens op de i’s kan zetten. En vanuit die wederherkenning wordt de woestijn een plaats die bijzonder geschikt is om God te ontmoeten. Jezus ontmoet inderdaad God, en door die ontmoeting is Hij sterk genoeg om Gods Blijde Boodschap te verkondigen.
Zusters en broeders, twee schijnbaar tegengestelde verhalen, want het een speelt zich af op het water, het ander in de woestijn. En toch hebben ze allebei dezelfde boodschap: ze willen ons een weg wijzen. Betekent dat nu dat we met zijn allen ons boeltje moeten bijeenharken, een boot moeten bouwen en het ruime sop moeten kiezen of de woestijn moeten intrekken? Natuurlijk niet. Wat de verhalen ons wèl vertellen is dat we ons eens zouden moeten terugplooien op onszelf, op ons naakte zelf, gewoon zoals we zijn zonder onze attributen van welvaart en bezit, zodat ook wij de puntjes eens op de i’s zouden kunnen zetten. Zodat misschien ook wij, vanuit de wederherkenning in ons diepste zijn, ertoe zouden komen ons te los te maken van alles wat ons materieel tot slaaf maakt, van alles wat ons vervreemdt van onszelf, van elkaar en van God. Zodat ook wij misschien het leven en de wereld zouden durven intrekken met God als enige kompas, en met Gods wegenkaart als enige wegwijzer. Zodat ook wij misschien zouden kunnen aankomen in een nieuwe wereld. Een wereld waarin overconsumptie geen dwang is, een wereld waarin genoeg is voor iedereen, zodat niet langer miljoenen mensen niet anders kunnen dan alles achter zich laten, en op zoek te gaan naar een menswaardig bestaan in het rijke Westen, waar ze zonder meer als illegalen, als criminelen dus, behandeld worden. Een wereld waarin de ‘waarheid’ niet langer komt uit de loop van een geweer, uit de reikwijdte van een raket of uit de kracht van een bom, maar uit het onverwoestbare respect en de alles gevende liefde voor elkaar.
Een wereld, zusters en broeders, waarin wij hier in het rijke Westen een boog zouden spannen naar het zuiden toe. Een boog van licht en kleur en hoop en leven. Een boog die een blijde boodschap zou brengen aan allen die in nood zijn. Een boog die vertrekt vanuit ons hart, en die ook aankomt bij Shengi, het jongetje van de affiche van Broederlijk Delen, met de droeve blik in de ogen en de bijna wanhopige kreet: Later wil ik boeren, niet bedelen. Een schreeuw om respect, om begrip, om hulp. Een boog die een belofte zou zijn, een belofte dat oorlog en uithongering en wreedheid nooit meer het leven en de aarde zouden uitroeien. Een boog van respect en van vrede, die we hier vooraan symboliseren in onze boog van wilgentakken, doorvlochten met gekleurde linten. Inderdaad een boog van licht en kleur en hoop en leven.
Zusters en broeders, laten we in deze vasten terugkeren tot de kern van ons mens-zijn, het besef namelijk dat alles begon met God. Laten we Hem opnieuw zien als ons kompas en als onze wegenkaart op de tocht van ons bestaan. Zodat we elkaar en onze medemens, waar ook ter wereld, echt kunnen ontmoeten. Zodat Gods Koninkrijk kan groeien, een Rijk van liefde en vrede, waar plaats is voor iedereen. Amen.