Het is vandaag de eerste zondag van de veertigdagentijd. We staan aan het
begin van de vasten. Een periode die in het teken staat van inkeer, van
soberheid, van delen.
En vandaag is het de eerste zondag. En het is dan
ook niet voor niets dat we vandaag naar deze lezing uit het Evangelie
hebben geluisterd. De lezing over Jezus, die veertig dagen de woestijn
ingaat.
Voordat Jezus begint met zijn optreden, voordat Hij onder
de mensen komt om te zeggen wat Hij te zeggen heeft, om te doen wat Hij te
doen heeft, gaat Hij eerst de woestijn in. En waarom? Dat staat er niet
bij. Een periode van bezinning wellicht, een periode waarin hij zich
voorbereidt op de taak die hij heeft gekregen.
En die periode is voor
ons symbool geworden voor een tijd van bezinning. Wij trekken deze veertig
dagen als het ware met Jezus mee door de woestijn. Wij worden deze dagen
opgeroepen tot inkeer, tot soberheid, tot delen.Wij worden opgeroepen om
na te denken over wat echt belangrijk voor ons is en waarom, om na te
denken over onszelf en over onze relatie met de ander en met God.
Bekeert U, komt tot inkeer, keer je om naar je naaste en keer je om naar
God. Dat is de oproep die deze dagen klinkt. Maar dat is niet het enige
dat klinkt. Er staat nog iets naast. Naast het bekeert u', staat: en
gelooft in de blijde boodschap’. Gelooft in de Blijde Boodschap.
Zo
helemaal aan het begin van deze veertig dagen tijd klinkt niet alleen de
oproep tot inkeer, tot soberheid, maar ook tot geloof, tot geloof in de Blijde boodschap.
Maar wat is die blijde boodschap dan precies?
Waar moeten we in geloven?
Misschien is het goed om daarvoor terug
te gaan naar de eerste lezing die we hebben gelezen.
Het is het slot
van een bekend verhaal, het verhaal van Noach. De zondvloed is geweest, de
aarde is verwoest, en alleen Noach, zijn vrouw en kinderen en de dieren in
de ark hebben het overleefd.
Daar staan ze; alles moeten ze vanaf het
begin weer opbouwen. Daar staan ze dan en dan klinkt de stem van God, dan
klinkt de belofte van God dat Hij nooit weer zijn schepping in de steek
zal laten. Dat Hij zich nooit weer van de aarde en alles wat daarin is zal
afkeren.
In dit verhaal van Noach horen we hoe God zich aan ons mensen
verbindt. En als teken van dat verbond verschijnt er een boog tussen de
wolken. Een teken van de belofte dat God met ons mee zal gaan, met ons mee
zal trekken, wat er ook gebeurt. Als teken van de belofte dat Hij ons niet
in de steek zal laten. God verbindt zich aan ons en vraagt er niets voor
terug.
Hij spreekt niet over voorwaarden. Hij heeft geen
verlanglijstje, waar wij onze handtekening onder moeten zetten, maar Hij
belooft met ons mee te gaan, onvoorwaardelijk. En of wij erop ingaan, of
wij het zien of ervaren of niet, dat lijkt er niet toe te doen; het
verbond blijft staan.
En die belofte die God aan Noach, aan zijn
nakomelingen, die Hij aan heel de schepping heeft gedaan, die wordt
zichtbaar en tastbaar in Jezus. God heeft belooft dat Hij met ons mee zal
gaan, en in Jezus wordt dat heel concreet. In Jezus komt God onder de
mensen wonen om te laten zien wie Hij is, om te laten zien dat Hij een God
is die omziet naar mensen, arm of rijk, ziek of sterk. Laat Hij zien dat
Hij met ons mee wil gaan op onze weg. In het leven van Jezus, in alles wat
Hij doet en zegt, wordt zichtbaar dat God op ons betrokken is, op ieder
mens. In Jezus wordt zichtbaar dat God zich aan de belofte houdt die Hij
heeft gedaan aan Noach; Hij gaat met ons mee op onze weg.
En dat is de
blijde boodschap: de tijd is aangebroken, het is zover. God komt onder ons
leven om met ons te leven en met ons mee te leven.
En daarmee wordt
ons ook om een antwoord gevraagd. Wordt ons gevraagd om dat eenzijdige
verbond dat God met ons heeft gesloten wederzijds te maken. Om ja te
zeggen. Om ook met Hem mee te gaan, zoals Hij met ons meegaat.
Een
ja' dat we de ene keer volmondig kunnen zeggen. Een ja dat we kunnen zeggen, wanneer we God in ons leven ervaren door een ontmoeting die ons raakt, door iets wat gebeurt. Wanneer we kunnen komen tot gebed en in die stilte God ontmoeten.\ Een ja’ dat we soms niet zo van harte kunnen
zeggen. Omdat het lijkt alsof we in de woestijn zitten, ver weg van God en
niet te bereiken. Omdat het lijkt alsof God meer Iemand is waar we over
horen, dan Iemand die onszelf aangaat en raakt. Maar juist ook dan klinkt
die belofte van God dat Hij met ons mee zal gaan. Dat Hij naast ons gaat.
Ook al ervaren we God niet, ook al hebben we het idee dat we er alleen voor
staan, dat we alleen lopen, ook dan mogen we vertrouwen op de belofte van
God Ik ga met je mee'. De belofte die God aan Noach heeft gedaan en aan alle wezens, geldt ook voor ons. En dat wordt zichtbaar in Jezus. In Jezus laat God zien wie Hij is: Iemand die met ons meetrekt, Iemand voor wie iedereen telt, arm of rijk, ziek of gezond, met al onze moeilijkheden en dingen waar we dankbaar voor zijn.\ \ Er is een mooi gedicht dat hierover gaat, het is een bekend gedicht. Het heet voetafdrukken op het
strand’. Misschien herkent u het.
Op een nacht droomde ik dat ik
wandelde langs het strand, samen met God.
Tegen de blauwe lucht
tekenden zich perioden uit mijn leven af.
Voor iedere periode zag ik
voetafdrukken in het zand.
Soms zag ik twee paar voetafdrukken.
Dan
weer een paar.
Dat stoorde mij.
Vooral omdat ik merkte dat
tijdens de moeilijke perioden van mijn leven, er slechts een paar
voetafdrukken te zien was.
En ik vroeg aan God:
“God, U beloofde mij
om altijd met mij mee te gaan.
Maar ik merk dat tijdens de moeilijkste
perioden van mijn leven er maar een stel voetafdrukken te zien zijn in het
zand.
Waarom was U er niet toen ik U het meest nodig had?”
En God antwoordde:
“De keren dat je maar een paar voetafdrukken ziet, dat
zijn de keren dat ik je heb gedragen”
Amen.
1e zondag van de veertigdagentijd (2006)
B-cyclus · Vasten · 1e zondag van de Vasten · paars