Jezus in de woestijn (2006)

B-cyclus · Vasten · 1e zondag van de Vasten · paars

Het evangelieverhaal van Jezus’ verblijf in de woestijn is bij Marcus buitengewoon kort. Geen uitweiding zoals bij Mt en Lc over de bekoringen die Hem overvallen. Geen uitdrukkelijke vermelding zelfs van Jezus’ vasten. Wel zitten er in deze tekst drie elementen van betekenis:

1. Jezus werd gedoopt, de Geest kwam over Hem neerdalen. En het is nu dezelfde Geest die Hem drijft, feitelijk buiten gooit (want dat is het woord) naar de woestijn, als naar een ballingsoord.

  • De woestijn heeft een fascinerende kracht, maar is tevens een oord van verschrikking. De woestijn is de wereld alvorens er mensen waren, onbewoonbaar, als voorhistorisch; waar sporadisch dieren komen, maar waar geen mensen verblijven, waar geen voedsel is noch beschutting; men is er blootgesteld aan dorst en verzengende hitte. De bronnen liggen ver. Het is “operatie overleven”. Wie in de woestijn komt, vast automatisch. Hij kan niet anders. - Die woestijn is vandaag niet ver. Ze is present in onze steden, in de drukke boulevards, waar je niemand ontmoet, in onze flatgebouwen, waar je vereenzaamd leeft, en ongekend in armoede sterft.

  • Doch de woestijn is ook een oord van stilte en eenzaamheid, waar je tot jezelf kan komen, in confrontatie met de gesloten diepten van je eigen hart. Daar krijgt de mens een nieuwe horizont. In de eerste eeuwen van de kerkgeschiedenis zochten woestijnvaders deze eenzaamheid op, om arm en onthecht de diepe zin van hun bestaan te ontdekken en die te beleven. Diezelfde nood voerde Charles de Foucauld naar de onherbergzame Hoggar en naar het hoogvlakte van de Assekrem; daar kon hij zich ledigen en ontdoen van wat in zijn hart nog teveel was, van al wat in zijn hart de toegang tot God in de weg stond. De plaats waar hij alle ruimte aan God kon geven. Daarom schreef hij: “Je moet de woestijn door om Gods genade te kunnen ontvangen”.

2. In de woestijn verblijft Jezus veertig dagen, het symbolisch getal voor het rijpingsproces van de mens: de tijd van het worden doorheen proef en beproeving.

  • Die veertig dagen doen ons denken aan de veertig jaar die Israël doorbracht in de woestijn, wat achteraf gezien een loutering en een genade voor het Godsvolk is geweest. Aan de veertig dagen die Mozes doorbracht op de verlaten Horeb ( Ex 24,18; 34, 28) , en ook Elia (1 Kon 19,8).

  • Jezus gaat erheen om er bekoord te worden. Het woord “bekoring” wijst op een uitdaging door wat bekoorlijk is. Een ander woord is “verzoeking”, men wordt verzocht om een keuze te maken. In de keuze tonen we wie we willen zijn; we krijgen een gelaat. Daarom is ze een “test, een proef of beproeving”. Een test hebben we nodig om te groeien en onszelf te worden. “Beproef mij, Jahweh, en toets mij…” (ps 26,2). In het onzevader bidden we dat God ons niet zou leiden in bekoring. Dit is in de bekoring, die ons fataal zou worden, die onze krachten te boven zou gaan.

3. Verdiept en gesterkt verlaat Jezus de woestijn. In die stille tijd heeft Hij radicaal gekozen om Messias te zijn, zoals de Vader het wilde, en niet zoals de mensen het zullen verlangen en opeisen zonder loutering. Hij keert naar Galilea terug met het woord: “Bekeert u, en gelooft in de blijde boodschap”. Met dezelfde woorden heeft de priester u vorige woensdag het askruisje opgelegd.

  • “Bekeert u.” Dit woord is van grote betekenis voor ons. In de huidige culturele en religieuze crisis leven wij met bange vragen over de toekomst van ons geloof. Wat moet er gebeuren ? Hoe overleven wij ? Ik denk hier aan wat de hoogleraar emeritus Louis Dupré voorbije maand in Antwerpen zei i.v.m. “De toekomst van het christendom in Europa”: Lange tijd werd het succes van de Kerk gedragen door de sterke zuilen van al wat ze op sociaal en cultureel gebied in handen had. Ze was een machtskerk. Dat is voorbij. De enige weg in dit geseculariseerde Europa is de terugtocht naar de woestijn. Terug naar de innerlijkheid, terug naar inkeer en gebed . “Pas wie de innerlijke leegte durft te confronteren, bereikt de geestelijke diepgang die noodzakelijk is voor een bewust christen-zijn in deze tijd.” (Tertio Nr 315) De Geest kan ons dwingen naar de woestijn.

  • Dat is overigens de zin van “vasten” en “boete”. Boete betekent herstel, terug naar het evenwicht, de harmonie van de mens met zichzelf, met de anderen en met God. Het vasten heeft voor velen van ons zijn ware betekenis verloren. Het gaat er niet om ascetische krachttoeren of formaliteiten. Het lichaam moet wel naar versobering toe. Het lichaam heeft een functie voor de binnenkant; het gaat om die binnenkant. Het gaat om een vasten van het hart, door de Geest geleid. De zege over de kwade ligt volgens Jezus precies “in gebed en vasten” (Mc 9, 29). Omdat de H. Benedictus zo bewust was van deze noodzaak heeft hij tot zijn broeders met aandrang herhaald: “Hou van het vasten, hou van het vasten, hou van het vasten”. Hou van het vasten. Want God houdt van u.

Zoeken in Preken Online