Zou iemand het merken, dacht ik eergisteren
achter mijn bureau, dat ik een ander stuk uit het evangelie voorlees
dan in de liturgie staat aangegeven? Er zijn twee redenen voor die
keuze van mij. De eerste is dat de officiële tekst uit het evangelie
volgens Marcus zo kort is, dat hij al voorbij is voordat je goed en wel
bent gaan staan. Drie verzen, vijf zinnen - meer is het niet. De inhoud
ervan komt toch aan zijn trekken, wanneer we straks na de verkondiging
‘Het lied van doop en bekoring’ zingen. De tweede, en belangrijkste
reden om een andere evangelietekst te kiezen, is dat de tekst uit het
evangelie volgens Matteüs zo prachtig de deur opent tot de veertig
dagen van de Vastentijd, die we net zijn begonnen. Niet voor niets werd
hij dan ook vier dagen geleden op Aswoensdag gelezen. Maar het is
bovendien een tekst die in het kort samenvat hoe je als christen kunt
en zou moeten leven.
Als een spreuk boven de ingang van de hele
tekst staat er een motto van Jezus: ‘Let op dat jullie de gerechtigheid
niet beoefenen voor de ogen van de mensen, alleen om door hen gezien te
worden. Dan beloont jullie Vader in de hemel je niet.’ Het
sleutelwoord, in gouden letters aangebracht, is ‘gerechtigheid’. Dat is
geen woord dat thuishoort in de rechtbank of op de kantoren van
advocaten. Gerechtigheid betekent dat je een ander tot zijn recht laat
komen. Door dat te doen lijk je op God, die in de bijbel talloze malen
de Gerechte of Rechtvaardige wordt genoemd. Wie gerechtigheid doet
zonder daarmee te koop te lopen wordt door onze Vader in de hemel
beloond, zegt Jezus. God zegt dan tegen ons: ‘Wat lijk je toch op mij,
wat houd ik toch van jou. Kom naast me zitten.’
Gerechtigheid moet je gegoten zitten, daar moet je mee vertrouwd zijn,
het is een levenshouding. Dat is althans de bedoeling. Gerechtigheid
staat al geruime tijd op de voorpagina van de krant en keert avond aan
avond terug in het journaal op de televisie, nu er een alsmaar groeiend
conflict is tussen minister Rita Verdonk en de Kosovaarse scholiere
Taïda Pasic. Is er hier sprake van gerechtigheid? Komt dat meisje tot
haar recht? Het gaat hier om een gewetensvraag, die niet kan worden
opgelost door naar de letter van de wet te verwijzen. Gerechtigheid -
een wel zeer actueel begrip dus.
Als je eenmaal het huis van de gerechtigheid bent binnengegaan zul je
ontdekken, dat het in het leven eigenlijk gaat om deze drie dingen:
aalmoezen geven, bidden en vasten. Of om het wat algemener te zeggen:
het gaat om je verhouding tot de ander, tot God en tot jezelf. Drie
relaties die met elkaar verband moeten houden. Zoiets heb ik geleerd,
toen ik vijfentwintig jaar geleden in Amerika een training tot
geestelijk leidsman volgde. Mijn trainer zei op een dag: ‘Als iemand
bij je komt - in de biecht, in een retraite, voor een geestelijk
gesprek - luister dan altijd zorgvuldig naar wat die ander te zeggen
heeft. Heeft hij of zij het over de ander èn over God èn over zichzelf?
Of komt één van die relaties niet ter sprake? Als iemand het alleen
maar over God heeft, moet je op den duur achterdochtig worden. Als
iemand niet echt iets over zichzelf zegt, moet je je zorgen maken. En
dat geldt ook voor de manier waarop de anderen wel of niet ter sprake
komen.’ Ik vond dat een wijze les, en afgelopen Aswoensdag hoorde ik
die wijze raad terug in het evangelie. Hoe staat het ermee bij ons? Hoe
is onze relatie met God, met de ander, met onszelf? De vastentijd kan
ons helpen om die relaties eens flink af te stoffen.
Aalmoezen - mijn relatie met de ander. Als je samenleeft met een ander,
hoe kijken jullie dan naar elkaar? Ooit vertrouwde een echtpaar dat
ruim zestig jaar getrouwd mij toe: ‘We ontdekken nog elke dag iets
nieuws in elkaar’ Heb jij dat ook, of ben je eigenlijk op de ander
uitgekeken en heb je elkaar niets meer te melden? In een relatie kan
het niet elke dag krentenbrood en vuurwerk zijn, daar zou je doodmoe
van worden. Een relatie groeit en bloeit dankzij verrassingen
enerzijds, en trouw anderzijds. - Als je alleen bent, omdat je partner
is overleden, of omdat je liever op jezelf bent, of om welke reden dan
ook, hoe kijk je dan naar anderen? Je kunt naar een ander kijken met
jaloezie of met belangstelling, met ontevredenheid of met de ogen van
je hart. - En of je nu samenleeft of alleen bent, de vraag is hoe je
aankijkt tegen de grotere wereld. Voel je je verantwoordelijk voor een
betere wereld, of trek je je van niets en niemand meer iets aan? Kunnen
anderen op je rekenen als er hulp nodig is in het groot of in het
klein? Geef je wel eens letterlijk een aalmoes? - Aalmoezen geven -
mijn relatie tot de ander. Als je dat in praktijk brengt zal jullie
Vader, die in het verborgene ziet, je ervoor belonen.
Bidden - mijn relatie met God. Er zijn evenveel manieren van bidden als
er mensen zijn. Het gaat erom dat je eigen manier van bidden vindt, en
als je die gevonden hebt, er trouw aan bent. Hoe je bidt, hangt af van
wat voor beeld je hebt van God. Maar ik hoop, dat je godsbeeld je
warmte en geborgenheid biedt, want vanuit die warmte en geborgenheid
kun je alles aan God toevertrouwen: je dankbaarheid, je verlangens, je
zorgen en angsten, concrete mensen, de rotzooi in de wereld. Bidden kan
heel eenvoudig zijn, zoals het gesprek met een goede vriend of
vriendin. Bidden is eerder een kwestie van trouw in het kleine, dan van
spectaculaire gebaren en acties. Als je op de fiets zit, of in de tram,
of op de rand van je bed, of in je luie stoel, kun je zeggen: ‘God,
hier ben ik. Ik wil samen met jou kijken naar hoe mijn dag geweest is,
hoe mijn ontmoetingen met anderen waren, en hoe ik zelf in mijn vel
zat. Ik ben dankbaar dat ik bij je mag zijn.’ - Bidden - mijn relatie
tot God. Als je dat in praktijk brengt zal jullie Vader, die in het
verborgene ziet, je ervoor belonen.
Vasten - mijn relatie tot mezelf. Jezus zei ooit tot zijn leerlingen
(dat zijn wij dus ook): ‘Bemin je naasten zoals jezelf’. Ik merk nogal
eens dat mensen een hekel hebben aan zichzelf, of op zichzelf
neerkijken. Maar ook zie ik wel mensen die een volledig opgeblazen kijk
op zichzelf hebben. Ze hebben er geen idee van hoe ze op anderen
overkomen, omdat ze te vol zijn van zichzelf. De vastentijd biedt een
ideale gelegenheid om het opgeblazen ik te laten leeglopen, en om het
gekleineerde ik te laten vullen met liefde, om gezonder van hart en
ziel te worden. Daarbij kan het helpen om gezonder van lijf en leden te
worden. De beste manier om gelukkig te worden, is om dankbaar te zijn.
- Vasten - mijn relatie tot mezelf. Als je dat in praktijk brengt zal
jullie Vader, die in het verborgene ziet, je ervoor belonen.
Aalmoezen geven, bidden en vasten zijn de drie manieren waarop we onze relatie met anderen, met God en met onszelf tot stand kunnen brengen en vitaal kunnen houden. We krijgen veertig dagen om dat te oefenen. ‘Ik’, zegt God, ‘ga iets nieuws met jullie beginnen. Het is al begonnen. Merk je het niet?’