Open de deur naar de veertigdagentijd (2006)

B-cyclus · Vasten · 1e zondag van de Vasten · paars

Zou iemand het merken, dacht ik eergisteren achter mijn bureau, dat ik een ander stuk uit het evangelie voorlees dan in de liturgie staat aangegeven? Er zijn twee redenen voor die keuze van mij. De eerste is dat de officiële tekst uit het evangelie volgens Marcus zo kort is, dat hij al voorbij is voordat je goed en wel bent gaan staan. Drie verzen, vijf zinnen - meer is het niet. De inhoud ervan komt toch aan zijn trekken, wanneer we straks na de verkondiging ‘Het lied van doop en bekoring’ zingen. De tweede, en belangrijkste reden om een andere evangelietekst te kiezen, is dat de tekst uit het evangelie volgens Matteüs zo prachtig de deur opent tot de veertig dagen van de Vastentijd, die we net zijn begonnen. Niet voor niets werd hij dan ook vier dagen geleden op Aswoensdag gelezen. Maar het is bovendien een tekst die in het kort samenvat hoe je als christen kunt en zou moeten leven.
Als een spreuk boven de ingang van de hele tekst staat er een motto van Jezus: ‘Let op dat jullie de gerechtigheid niet beoefenen voor de ogen van de mensen, alleen om door hen gezien te worden. Dan beloont jullie Vader in de hemel je niet.’ Het sleutelwoord, in gouden letters aangebracht, is ‘gerechtigheid’. Dat is geen woord dat thuishoort in de rechtbank of op de kantoren van advocaten. Gerechtigheid betekent dat je een ander tot zijn recht laat komen. Door dat te doen lijk je op God, die in de bijbel talloze malen de Gerechte of Rechtvaardige wordt genoemd. Wie gerechtigheid doet zonder daarmee te koop te lopen wordt door onze Vader in de hemel beloond, zegt Jezus. God zegt dan tegen ons: ‘Wat lijk je toch op mij, wat houd ik toch van jou. Kom naast me zitten.’
Gerechtigheid moet je gegoten zitten, daar moet je mee vertrouwd zijn, het is een levenshouding. Dat is althans de bedoeling. Gerechtigheid staat al geruime tijd op de voorpagina van de krant en keert avond aan avond terug in het journaal op de televisie, nu er een alsmaar groeiend conflict is tussen minister Rita Verdonk en de Kosovaarse scholiere Taïda Pasic. Is er hier sprake van gerechtigheid? Komt dat meisje tot haar recht? Het gaat hier om een gewetensvraag, die niet kan worden opgelost door naar de letter van de wet te verwijzen. Gerechtigheid - een wel zeer actueel begrip dus.
Als je eenmaal het huis van de gerechtigheid bent binnengegaan zul je ontdekken, dat het in het leven eigenlijk gaat om deze drie dingen: aalmoezen geven, bidden en vasten. Of om het wat algemener te zeggen: het gaat om je verhouding tot de ander, tot God en tot jezelf. Drie relaties die met elkaar verband moeten houden. Zoiets heb ik geleerd, toen ik vijfentwintig jaar geleden in Amerika een training tot geestelijk leidsman volgde. Mijn trainer zei op een dag: ‘Als iemand bij je komt - in de biecht, in een retraite, voor een geestelijk gesprek - luister dan altijd zorgvuldig naar wat die ander te zeggen heeft. Heeft hij of zij het over de ander èn over God èn over zichzelf? Of komt één van die relaties niet ter sprake? Als iemand het alleen maar over God heeft, moet je op den duur achterdochtig worden. Als iemand niet echt iets over zichzelf zegt, moet je je zorgen maken. En dat geldt ook voor de manier waarop de anderen wel of niet ter sprake komen.’ Ik vond dat een wijze les, en afgelopen Aswoensdag hoorde ik die wijze raad terug in het evangelie. Hoe staat het ermee bij ons? Hoe is onze relatie met God, met de ander, met onszelf? De vastentijd kan ons helpen om die relaties eens flink af te stoffen.
Aalmoezen - mijn relatie met de ander. Als je samenleeft met een ander, hoe kijken jullie dan naar elkaar? Ooit vertrouwde een echtpaar dat ruim zestig jaar getrouwd mij toe: ‘We ontdekken nog elke dag iets nieuws in elkaar’ Heb jij dat ook, of ben je eigenlijk op de ander uitgekeken en heb je elkaar niets meer te melden? In een relatie kan het niet elke dag krentenbrood en vuurwerk zijn, daar zou je doodmoe van worden. Een relatie groeit en bloeit dankzij verrassingen enerzijds, en trouw anderzijds. - Als je alleen bent, omdat je partner is overleden, of omdat je liever op jezelf bent, of om welke reden dan ook, hoe kijk je dan naar anderen? Je kunt naar een ander kijken met jaloezie of met belangstelling, met ontevredenheid of met de ogen van je hart. - En of je nu samenleeft of alleen bent, de vraag is hoe je aankijkt tegen de grotere wereld. Voel je je verantwoordelijk voor een betere wereld, of trek je je van niets en niemand meer iets aan? Kunnen anderen op je rekenen als er hulp nodig is in het groot of in het klein? Geef je wel eens letterlijk een aalmoes? - Aalmoezen geven - mijn relatie tot de ander. Als je dat in praktijk brengt zal jullie Vader, die in het verborgene ziet, je ervoor belonen.
Bidden - mijn relatie met God. Er zijn evenveel manieren van bidden als er mensen zijn. Het gaat erom dat je eigen manier van bidden vindt, en als je die gevonden hebt, er trouw aan bent. Hoe je bidt, hangt af van wat voor beeld je hebt van God. Maar ik hoop, dat je godsbeeld je warmte en geborgenheid biedt, want vanuit die warmte en geborgenheid kun je alles aan God toevertrouwen: je dankbaarheid, je verlangens, je zorgen en angsten, concrete mensen, de rotzooi in de wereld. Bidden kan heel eenvoudig zijn, zoals het gesprek met een goede vriend of vriendin. Bidden is eerder een kwestie van trouw in het kleine, dan van spectaculaire gebaren en acties. Als je op de fiets zit, of in de tram, of op de rand van je bed, of in je luie stoel, kun je zeggen: ‘God, hier ben ik. Ik wil samen met jou kijken naar hoe mijn dag geweest is, hoe mijn ontmoetingen met anderen waren, en hoe ik zelf in mijn vel zat. Ik ben dankbaar dat ik bij je mag zijn.’ - Bidden - mijn relatie tot God. Als je dat in praktijk brengt zal jullie Vader, die in het verborgene ziet, je ervoor belonen.
Vasten - mijn relatie tot mezelf. Jezus zei ooit tot zijn leerlingen (dat zijn wij dus ook): ‘Bemin je naasten zoals jezelf’. Ik merk nogal eens dat mensen een hekel hebben aan zichzelf, of op zichzelf neerkijken. Maar ook zie ik wel mensen die een volledig opgeblazen kijk op zichzelf hebben. Ze hebben er geen idee van hoe ze op anderen overkomen, omdat ze te vol zijn van zichzelf. De vastentijd biedt een ideale gelegenheid om het opgeblazen ik te laten leeglopen, en om het gekleineerde ik te laten vullen met liefde, om gezonder van hart en ziel te worden. Daarbij kan het helpen om gezonder van lijf en leden te worden. De beste manier om gelukkig te worden, is om dankbaar te zijn.

  • Vasten - mijn relatie tot mezelf. Als je dat in praktijk brengt zal jullie Vader, die in het verborgene ziet, je ervoor belonen.
    Aalmoezen geven, bidden en vasten zijn de drie manieren waarop we onze relatie met anderen, met God en met onszelf tot stand kunnen brengen en vitaal kunnen houden. We krijgen veertig dagen om dat te oefenen. ‘Ik’, zegt God, ‘ga iets nieuws met jullie beginnen. Het is al begonnen. Merk je het niet?’

Zoeken in Preken Online