Overweging op Pinksteren (2009)

B-cyclus · Paastijd · Pinksteren · rood

Aanstaande donderdag zijn er Europese verkiezingen. ‘U heeft het voor het zeggen’, is het motto, waarmee men ons probeert warm te maken voor de stembus. Het lukt maar matig om enthousiasme hiervoor te kweken. ‘Het is zover van ons weg’, zeggen sommigen. ‘Het is zo duur’, zeggen anderen. ‘En dan, al die ambtenarij’, voegt weer iemand toe. Wat je tussen het gemopper door meestal niet hoort is het feit, dat er in dit grootste parlement ter wereld met liefst 785 leden, van wie 27 Nederlanders, 23 officiële talen gesproken worden. Als je daarover doordenkt, gaat het je duizelen. Hoe moet je elkaar verstaan? En hoeveel tolken heb je wel niet nodig?
Onze stad weet ook raad met dit soort duizelingwekkende getallen. Amsterdam heeft 177 nationaliteiten, en staat daarmee aan de top van de wereld, gevolgd door Antwerpen met 164, Wageningen met 152, en New York met 150 nationaliteiten. Hoe kun je in Gods naam elkaar verstaan, en met al die variaties en verschillen een gezonde samenleving opbouwen?
Pas als je elkaar begrijpt kun je samen iets opbouwen. Als je langs elkaar heen praat, blijven alle plannen in goede bedoelingen steken. Dat blijkt zonneklaar uit het verhaal van de toren van Babel, dat u allemaal wel kent. Toch wil ik het vandaag nog eens vertellen, althans een gedeelte ervan, maar dan in de versie van de prachtige kinderbijbel Woord voor woord, die meer dan dertig jaar geleden op de televisie te zien was.

‘Toen lang geleden de mensen uit de bergen kwamen en op het platteland gingen wonen, zeiden ze tegen elkaar: ‘Kom op, we gaan een berg maken. Een berg tot hoog in de lucht, dan kan onze God er bovenop wonen.’
En anderen zeiden: ‘Ja goed, dan worden we beroemd en we blijven allemaal dicht bij elkaar rondom de toren waar onze God woont. Dat is gezellig. Dan voelen we ons veilig met elkaar.’
‘De toren moet een trap worden’, riep de bouwbaas, ’een trap naar God toe. Kom op!’
Maar God zelf had nog nauwelijks op die toren in de rare stad gelet. Hij ging maar eens kijken en tenslotte vond hij het torentje waar de mensen zo hoog van opgaven. Hij dacht: ‘Waarom doen die mensen niet gewoon wat ze moeten doen: huizen voor elkaar bouwen en voor elkaar zorgen. Waarom moeten ze nu zo&n deftig gebouw maken? Zo meteen denken ze nog dat ik daar echt wonen ga. Denken ze nu werkelijk dat dat het beste is om dicht bij elkaar te blijven? Dat kan alleen maar verkeerd gaan.’
De mensen waren al die jaren zo druk met hun toren bezig, dat ze vergaten met elkaar te praten.

Tegenover het verhaal van de toren van Babel (Babbelebabel, zegt de kinderbijbel) met zijn spraakverwarring staat het verhaal van Pinksteren. Mensen, die ooit vol enthousiasme Jezus achterna waren gegaan, hadden zich opgesloten in hun eigen angst voor de toekomst. En ineens worden ze weer geraakt. Het stormt bij hen van binnen. De ramen van hun huis vliegen open, zoals vijftig jaren geleden de ramen van onze verstofte kerk open vlogen, toen de zalige paus Joannes het tweede Vaticaans Concilie aankondigde. Over vrede en hoop sprak hij, over een licht voor alle volkeren. Mensen werden er geestdriftig van. Ze konden ineens in hun eigen taal met elkaar spreken over Gods grote daden. Ze konden bidden met de woorden uit het diepst van hun hart.
Onder de titel In onze eigen taal heeft een Vlaamse medebroeder van mij (Frans Cromphout) ooit een mooie bundel uitgegeven met gebeden en vieringen en liederen. In het voorwoord daarvan schrijft hij: ‘Veel mensen vandaag hebben een afkeer van plechtstatig en omslachtig spreken. Omzichtig en bescheiden, zo wil het geloof vandaag worden uitgesproken.’ Dat gebeurt er juist met Pinksteren. De Geest zet zich niet op ons neer met vurige tongen, opdat we ons aan haar zouden kunnen warmen alsof we bij een haardvuur zaten. Zo begint het wel, om de kou in ons en rondom ons te verdrijven. Maar dan jaagt de Geest ons weg uit het huis met de van angst dichtgetimmerde deuren. De Geest legt ons woorden in de mond, waar wijzelf, maar ook anderen van versteld staan. De Geest gebruikt ons als doorgeefluik voor de boodschap van God. Wij worden uitgedaagd om instrumenten van genade te worden, waarin alle kwaliteiten van de Geest actief aan bod komen.
Mijn Vlaamse vriend heeft dit zo in een gebed tot uitdrukking gebracht:

‘Als de stormwind van uw Geest opsteekt
over de mensen in de boot, uw kerk,
zullen de zeilen zwellen.
En wij, uw ontmoedigde, uw ingeslapen kerk,
we zullen wakker worden
en koers zetten naar de overkant,

naar het nieuwe en onbekende
waar Gij ons vandaag verwacht.,
om ook nu, met ons, nieuwe dingen te beginnen.
We zullen elkaar in nieuwe talen
nieuwe moed inspreken,
bevrijd van vrees en verslagenheid,
als de stormwind van uw Geest opsteekt
over de mensen in de boot.’

Amen.

Zoeken in Preken Online