Pinksteren (2009)

B-cyclus · Paastijd · Pinksteren · rood

We schrijven het jaar 1220. In zijn werkkamer, gebogen over een vel perkament, zit Stephen Langton, aartsbisschop van Canterbury. Hij denkt na over het feest van Pinksteren, over de heilige Geest. Losse woorden worden gedachten, gedachten worden zinnen, en op het papier rijgen de zinnen zich aaneen tot een gedicht, een gebed: Veni sancte spiritus , het gebed dat we als openingsgebed gebeden hebben. Het is een van de mooiste gebeden die onze kerk rijk is, een meditatie over de heilige Geest. Naar dit gebed wil ik met u kijken.

Veni sancte spiritus , Kom, heilige Geest.
Tot vier keer toe staat het er aan het begin van dit gebed: “Kom. Wees niet de verre God, de ongrijpbare, maar kom, en betrek ons in jouw geschiedenis met de wereld.” In het evangelie spoort Jezus zijn leerlingen geregeld aan om te bidden om de Geest van God (bijv. Lk 11,13). Bidden om de Geest, bidden om de komst van God zelf, is de kern van ons bidden. Jezus spoort ons aan om niet te laag in te zetten: om Gods aanwezigheid in ons gewone leven gaat het, voor minder hoeven we het niet te doen. Kom heilige Geest…

Stephen Langton mediteert verder, en in zijn gebed gebruikt hij prachtige beelden voor de Geest: Vader van de armen, gever van gaven, licht voor de harten. En: trooster, gast van de ziel, verfrissing. Twee keer drie titels. De woorden die hij gebruikt zijn intieme termen, woorden die over ons binnenste gaan: Licht voor de harten, gast van de ziel. Als mensen praten over de heilige Geest doen ze dat nog wel eens in heel spectaculaire beelden: stormen van euforie, spreken in tongen, wonderlijke gebeurtenissen die bewijzen zouden zijn voor de aanwezigheid van de heilige Geest. Het gebed spreekt op een andere manier te spreken over de Geest, en misschien is dat nog wel meer schokkend. Niet de spectaculaire gebeurtenissen, maar: de Geest van God die in mij woont, in mijn innerlijk, die zo tot mijn wezen behoort dat ik Hem nauwelijks opmerk, zoals ik me meestal niet bewust ben van mijn adem. In het evangelie van vandaag wordt die kant van de heilige Geest ook benadrukt: Jezus blaast over zijn leerlingen als hij zegt: “ontvang de heilige Geest”. En even denk je terug aan het scheppingsverhaal, aan God die de mens boetseert uit aarde en hem dan de levensadem in de neus blaast. Zo, zegt de tekst van Genesis dan, zo wordt de mens een levend wezen (Gn 2,7). En zo, vanzelfsprekend als onze adem, woont de Geest van God in ieder mens.

Verderop in zijn gebed bidt Langton om het werk van de Geest, en opnieuw komen er zes, twee keer drie beelden: was wat vuil is, besproei wat verdord is, genees wat gewond is, maak soepel wat verstard is, verwarm wat verkild is, richt wat verdwaald is. Het gaat om dingen uit ons alledaagse leven: we douchen, wassen onze handen; we drinken en geven de planten water; we nemen een aspirientje en plakken een pleister; we bewegen te weinig en worden stijf door ouderdom of ziekte; we krijgen het koud, we raken de weg kwijt.
En al die beelden gebruiken we ook om iets over ons innerlijk te zeggen: we maken vuile handen in ons leven. We staan droog, voelen ons dor. We voelen ons gekwetst door een opmerking of omdat we genegeerd worden. We roesten vast in gewoontes, in ons werk, in relaties. We verkillen door eenzaamheid, we raken de weg kwijt en zien geen uitkomst meer.

Het zijn deze huis- tuin en keukenwoorden die de Schrift gebruikt als ze over zonde spreekt. Nu praten we meestal niet graag over zonde. Niemand wordt graag herinnerd aan zijn eigen falen. Maar meer nog: Het woord zonde' heeft zoveel mensen klein gemaakt, dat de betekenis ervan is uitgehold. Het is een woord geworden dat naar machtsmisbruik verwijst, meer dan naar ons eigen menselijk handelen. Het gebed herinnert ons aan de gewone woorden die de Schrift gebruikt voor zonde, dat het gaat om ons gewone leven. En zoals die woorden, smerig, dor, gewond, verstard, verkild, krom, dan een eigen lading kunnen krijgen, zo ook de woorden die het werken van de Geest aanduiden; wassen, besproeien, genezen, soepel maken, verwarmen, oprichten. Die woorden drukken uit wat de Schrift bedoelt met vergeven’. Als dat is waar het om draait bij vergeven, dan gaat het dus om eenvoudige dingen, om dingen uit ons leven van iedere dag.

Dat het de heilige Geest is die wast, besproeit en geneest, die soepel maakt, verwarmt en opricht, kortom, die zonde vergeeft, dat heeft Langton geleerd uit het evangelie van vandaag, waar Jezus het tot zijn leerlingen zegt: “Ontvang de heilige Geest.” En meteen daarna: “Als jullie iemands zonden vergeven, dan zijn ze vergeven.” Maar ook: “Als jullie ze niet vergeven”, als jullie niet wassen wat vuil is, niet sproeien waar mensen verdorren, niet genezen waar mensen gewond zijn, niet soepel maken, verwarmen en oprichten, “dan zijn ze niet vergeven.” In jullie woont de Geest, de kracht van God die al deze dingen doet. Laat die Geest jullie handelen, jullie doen en laten doorschijnen.

Zo, al biddend en mediterend, verwoordt Stephen Langton de dubbele opdracht van Jezus uit het evangelie van vandaag: Ontvang de Geest, laat die Geest wonen in je hart, zo vanzelfsprekend als de adem die in en uit gaat. En: Vergeef zonde, was schoon, besproei, genees, maak soepel, verwarm en richt op.

Kom heilige Geest,
Veni Sancte Spiritus

Kom Heilige Geest
En zend vanuit de hemel
Een straal van uw licht

Kom vader van de armen
Kom gever van gaven
Kom licht voor de harten

Beste trooster
Heerlijke gast van de ziel
Heerlijke verfrissing

In moeite rust
In stormen stilte
In tranen troost

O allermooist licht
Vervul het binnenste van het hart
Van uw gelovigen

Zonder uw kracht
Is er niets in de mens
Is er geen onschuld

Was wat vuil is
Besproei wat verdord is
Genees wat gewond is

Maak soepel wat verstard is
Verwarm wat verkild is
Richt wat verdwaald is

Geef aan uw gelovigen
Aan hen die op u vertrouwen
De zeven heilige gaven

Geef de verdienste van deugd
Geef een heilvol eind
Geef eeuwige vreugde

Een uitgebreider commentaar op het Veni Sancte Spiritus is te vinden in: Herwi Rikhof, Die in ons wonen. Spiritualiteit, liturgie en theologie van de Drie-Ene , Tielt 2003.

Zoeken in Preken Online