Ik was afgelopen zondag aan het fietsen en om een boterham te eten had ik een fijn plekje gevonden aan de bosrand: lekker uit de wind en in de zon, het was er zalig. Je hoort mensen vaak zeggen: we kunnen al heel gauw fijn in de tuin zitten, want je zit er uit de wind en in de zon. Zeker als er veel wind is, zitten we graag uit de wind. Maar als je van zeilen houdt, dan wil je niet uit de wind zitten, dan zoek je juist de wind op anders kom je niet vooruit.
En windmolens staan altijd wat hoger om de wind goed op te vangen, want dan alleen kan de kracht van de wind omgezet worden in energie. En de moderne windmolens staan op hoge masten om de kracht van de wind om te zetten in elektriciteit.
In het pinksterverhaal wordt de heilige Geest vergeleken met een wind die door het huis waaide en de apostelen in beweging zette. De Geest van Jezus moet kunnen waaien om mensen de energie te geven die nodig is om in beweging te komen. Zonder die energie komt alles stil te staan.
Het probleem is dat de wind van de Geest vaak de kans niet krijgt om te waaien en mensen in beweging te zetten. Dat probleem is voor een deel te danken aan onze moeder de kerk die alles doet om de gelovige mensen uit de wind te houden. Ze doet dat met de goede bedoeling om te voorkomen dat mensen verkouden worden of de verkeerde kant op waaien.
Daarom heeft onze moeder de kerk hoge muren opgetrokken vol leerstellingen, wetten en regels om zo een beschutte plaats te scheppen waarin de gelovigen, lekker uit de wind, rustig en veilig kunnen zitten. Want de wind van de Geest is wel eens grillig en vlagerig en soms waait er wel eens iets weg. Nee, een beschutte plek is veel veiliger Dat is op zich goed bedoeld van onze moeder de kerk maar het probleem is wel dat de Geest onvoldoende de kans krijgt om te waaien.
Paus Johannes XXIII zette in zijn tijd de ramen en deuren van de kerk open en er ging opeens een frisse wind door heel de kerk waaien, en heel veel mensen kwamen in beweging en zochten naar nieuwe wegen om samen de kerk van Jezus zin en inhoud te geven. Toen sloegen sommigen wel een beetje op hol, en er waaiden soms wel wat teveel uit de kerk.
En toen kwam er een tegenbeweging op gang om de ramen en deuren van de kerk weer dicht te doen, want al die wind in de kerk bracht alleen maar onrust. Lekker uit de wind zitten is veel veiliger. Het resultaat is wel dat de kerk aan het verpieteren is, zeker in onze streken. Onze moeder de kerk vindt leerstellingen en regels belangrijker dan beweging. Het gevolg is wel dat veel mensen er niet meer enthousiast voor lopen zoals toen bij het eerste Pinksteren.
Het is natuurlijk niet juist om alleen de leiding van de kerk de schuld te geven van de huidige malaise. We moeten ook naar onszelf kijken. Uiteindelijk zitten we allemaal het liefst een beetje uit de wind en we scheppen rondom ons een beschutte plek met allerlei gemakken die onze tijd ons aanreikt als onmisbaar. We zoeken het niet om ons hoofd boven het maaiveld uit de steken om de wind goed op te vangen. Want je laten bewegen door de geest van Jezus is op zijn minst een beetje riskant, zeker voor je gemoedsrust.
Juist als de apostelen van toen, wordt van ons gevraagd dat we gaan getuigen van Jezus’ idealen en bedoelingen, niet zozeer in woorden maar in onze manier van leven, in de dingen die we voor anderen over hebben. Nee, uit de wind zitten is veel gemakkelijker.
Toch zijn er gelukkig nog veel gelovige mensen die wel in beweging blijven, die zich niet laten ontmoedigen door de vaak starre houding van onze moeder de kerk, en evenmin door de algemene malaise bij de christelijke kerken. Gelukkig zijn er nog vele gelovige mensen die hun hoofd wel boven het maaiveld durven uitsteken en zich door de geest van Jezus in beweging laten zetten. Hopelijk horen ook wij bij die gelovige mensen in beweging.
Hoogfeest van Pinksteren (2009)
B-cyclus · Paastijd · Pinksteren · rood