We hebben het zojuist gelezen. De bange leerlingen die zich opgesloten hadden in het Cenakel geraakten plots in vuur en vlam en begonnen over Jezus te spreken, zonder enige angst, onbevangen en overtuigend. De vele vreemdelingen die in de stad waren en ook de Joden uit de streek begrepen allen dat de apostelen een blijde boodschap brachten.
Hun boodschap sloeg in en duizenden, miljoenen werden er door geïnspireerd. Dat is het wat we kunnen constateren. Met Pinksteren begint het grote verhaal van de Kerk. Dat was tweeduizend jaar geleden.
Is dat echter alleen maar een oud verhaal? Het begin van een succesverhaal dat aan het uitdoven is? Is deze boodschap nog boeiend voor mensen van deze tijd?
Met Pinksteren werden de ramen van het Cenakel open gegooid? Wel, dat is ook nog niet zo lang geleden gebeurd. Het Tweede Vaticaans Concilie heeft ook weer de ramen opengegooid, want zij heeft iets te zeggen aan de mensen van deze tijd?
Op 7 december 1965 werd vanuit het concilie een boodschap naar de wereld gestuurd met als titel: Vreugde en Hoop, Gaudium et Spes. Ik herinner me nog een gesprek met iemand die heel erg begaan was met de toekomst van de kerk. Hij zei: ‘Als dit de enige boodschap is die het concilie de wereld instuurt, en als ze zal doen wat ze zelf proclameert, dan is dit een belangrijk moment voor de Kerk én voor de wereld.’
Ik ga u het begin lezen van deze boodschap:
Vreugde en hoop, verdriet en angst van de mensen van vandaag, vooral van de armen en van hen die, hoe ook, te lijden hebben, zijn evenzeer de vreugde en de hoop, het verdriet en de angst van de leerlingen van Christus: er is werkelijk niets bij mensen te vinden dat geen weerklank vindt in hun hart.
Heil brengen aan de mensen en heel speciaal aan de zwaksten; solidair zijn met wat mensen ten diepste bezig houdt in deze wereld, dat is het wat Gods Geest opdraagt aan de Kerk. Het concrete lot van de armen, de vervolgden, de marginalen van deze wereld, hun hoop op een betere wereld en hun verdriet om het onrecht dat hun wordt aangedaan moet gelovige christenen in hoge mate bezig houden. Met andere woorden: de Kerk heeft als opdracht midden de mensen te staan en daarin een teken te zijn van Gods liefde voor de mensen.
Ik herinner me nog een gesprek enkele maanden na het concilie, met iemand die heel erg begaan was met de toekomst van de kerk. Het was de Belgische ambassadeur in Bujumbura die inzage gekregen had in die tekst van Gaudium et Spes. Hij zei me (ik zal het nooit vergeten): ‘Als dit de enige boodschap zou zijn die het concilie de wereld instuurt, en als de Kerk zal doen wat ze zelf in die constitutie zelf proclameert, dan is dit een belangrijk moment voor de Kerk én voor de wereld.’ Dan zal de Kerk bewijzen dat zij intiem verbonden met het mensdom en zijn geschiedenis.
Ik ben ervan overtuigd dat Gods Geest toen in Rome echt gewerkt heeft. Die boodschap van de heilige Geest ons door het concilie gegeven zegt dat we keuzes moeten maken, prioriteiten leggen, aandacht hebben voor het essentiële. We moeten niet denken dat we een betere kerk zullen zijn als we ons goed organiseren, als we kost wat kost op onze rechten staan als gelovige gemeenschap, als we ons strikt houden aan liturgische regels, als de taken allemaal goed verdeeld zijn en weet ik veel…
Wij vieren vandaag het Pinksterfeest en dit is een feest van vandaag. Nu in deze tijd moeten we ons open stellen voor de Heilige Geest die ons oproept tot gelovig engagement. Omdat wij christen zijn, omdat wij geloven in de boodschap van Jezus Christus hebben wij iets meer te geven aan de mensen dan de welvaart die deze wereld ons aan te bieden heeft.
Wij willen heil geven aan de mensen, aan alle mensen, aan gelovigen zowel als aan anders gelovigen en niet gelovigen. Heil brengen wil zeggen in alle omstandigheden en in naam van Jezus Christus het beste wensen aan onze medemensen en er iets aan doen. De manier waarop God de mensen liefheeft, moet de maat zijn van onze liefde. Dat schrijft Paus Benedictus in zijn eerste encycliek: ‘Deus Caritas est.’ Dat is christelijke solidariteit.
Wij hopen natuurlijk dat onze parochie in de toekomst goed zal blijven functioneren, dat alles goed georganiseerd zal zijn. Dat is belangrijk. Maar we moeten er vooral voor zorgen dat de spirit erin blijft, dat we een teken mogen zijn van dienstbaarheid voor alle mensen zonder onderscheid. In de geest van het evangelie.
Er is een oeroud gebed dat ook vandaag het onze moet zijn:
Kom, heilige Geest,
vervul de harten van uw gelovigen,
en ontsteek in hen het vuur van uw liefde.
Zend uw Geest uit
en alles zal herschapen worden;
En Gij zult het aanzien van de aarde vernieuwen.