Twee vragen aan Maria Magdalena worden ook aan ons gesteld:
Waarom huil je?
Wie zoek je?
Een leeg graf. Daar valt niets te zoeken.
Jezus is gemarteld en vermoord, en daarna begraven.
Dat zijn de kille feiten. Einde verhaal.
Het is om te huilen.
Deze rechtvaardige, die het opnam voor de minsten
en leefde in overgave aan zijn hemelse Vader.
Tot op vandaag zijn er profetische mensen die worden omgebracht.
Wrede tirannen lijken het laatste woord te hebben.
Kan het paasverhaal over Jezus ons verder helpen?
Evangelisten en apostelen vertellen heel verschillende verhalen over de opstanding.
Het enige waarin ze overeenkomen is het lege graf.
Daar heb je niets te zoeken.
Wat er zich na de graflegging van Jezus heeft afgespeeld
blijft voor de ogen van ons verstand duister.
Met Magdalena kunnen wij zeggen:
‘Ze hebben de Heer van ons weggenomen,
en ik weet niet waar ze hem hebben gelaten.
Kon ik hem maar meenemen.’
Waarom huil je? Wie zoek je?
Wat er gebeurd is met Jezus is om te huilen.
Alle dromen over dat Koninkrijk van God als een zeepbel uiteengespat.
Het kruis is het bittere einde.
Op dit dieptepunt van haar leven zoekt ze haar Jezus - bij de doden.
Maar daar heeft ze niets te zoeken.
Dan keert Maria Magdalena zich huilend af van het graf, en ziet om.
Dan ziet ze,
eerst nog onwetend, onwennig, denkend de tuinman te zien.
Maar dan verhelderend ziet zij in een visioen haar Jezus.
Tot twee keer toe staat er dat zij zich omkeert.
Zij draait niet haar lichaam om maar haar geest.
Eerst kijkt ze met de ogen van haar verstand.
Dan ziet ze iemand staan en denkt: het is de tuinman.
Maar vervolgens gaat ze in-zien, aanschouwen.
Nogmaals keert ze haar geest om in geloof.
Zoals die andere leerling ZIET ze, - en GELOOFT.
Dan is er het contact tussen de Messias en Magdalena:
“Maria”
“Rabboeni”
Giotto heeft dit tafereel prachtig uitgebeeld in Assisi.
U ziet het voor op de liturgie.
Maria Magdalena ziet in vervoering een stralende Jezus.
Jezus de verheerlijkte is al bijna uit beeld,
met één been nog in onze tijdsbeleving,
met het andere been in de voor onze ogen verborgen ruimte van de Eeuwige.
‘Waarom huil je? Wie zoek je?’ zegt Hij.
En dan kijkt ze niet, maar ziet, aanschouwt.
Zij hoort haar naam: ‘Maria!’
En dan herkent zij Hem in stralende luister.
Kunnen de zoekers die wij zijn, ook die draai maken?
Zoeken - door ons om te keren,
ons te openen voor een andere zienswijze.
Zien met andere ogen.
Blijf niet staren op wat vroeger was.
Sta niet stil in het verleden.
Ik, zegt hij, ga iets nieuws beginnen.
Het is al begonnen, merk je het niet?
Jezus zegt tegen Maria Magdalena:
‘Houd me niet vast.’
Ook wij proberen de oude vertrouwde Jezus vast te houden.
Maar ook voor ons klinkt: Houd me niet vast. Durf los te laten,
durf het oude denken los te laten.,
durf mee te gaan op de weg die Maria Magdalena ging
om ook vandaag bij Pasen uit te komen,
bij zijn Vader, onze Vader, zijn God, onze God.
Dat zijn woorden van communicatie, communie:
‘mijn Vader, jullie Vader, mijn God, jullie God.’
Het vraagt om een manier van denken die niet wil grijpen, begrijpen,
maar zich openstelt voor wat ons te boven gaat.
Ja, opmerken vanuit intuïtie, met een hart dat warm loopt.
En dan zien: het verhaal van Jezus is niet kapot te krijgen,
zijn leven ook niet, het gaat voort. God zij dank!
Hij is er, hier in ons midden.
Midden onder u staat Hij die gij niet kent.
Maria Magdalena ziet, en gaat ervan getuigen
allereerst naar de apostelen toe.
Daarom werd zij al gauw apostel der apostelen genoemd.
We zijn zoekende gelovigen geworden, met pijn om wat voorbij is,
en niet begrijpend waarom er zoveel leed en onrecht is.
Waarom huil je? Wie zoek je?
Zie om - met open hart.
Maria Magdalena getuigt ook naar ons toe van Pasen.
Zij zegt:
‘Jezus, de opgestane Christus roept ook jou bij je naam.
Hij staat op in jou en jou.’
Dat wordt zichtbaar in mensen die Hem tot leven brengen
hier in deze kring van de Xaverius. Amen.
P.S.
Het volgende was teveel om ook nog in de overweging op te nemen.
Maar het is goed om toch te vermelden.
In de wereld van toen werd het getuigenis van vrouwen als onbetrouwbaar gezien.
Het gold niet.
Daarom is het paasgetuigenis van de vrouwen, dus ook van Maria Magdalena,
in de evangeliën al heel snel weggemoffeld.
“Vrouwenpraat” staat er bij Lucas.
Het Johannesevangelie laat deze vrouw de eerse paasgetuige zijn.
Maar aan het begin van Johannes’ paasverhaal heeft Petrus een plaats ertussen gekregen, zodat de indruk ontstaat dat hij de eerste getuige is.
In de eerste christelijke eeuwen werd Maria Magdalena apostel der apostelen genoemd. Maar al gauw werd zij ten onrechte de bekeerde zondares. Paus Gregorius de Grote had in een preek over haar die suggestie gewekt, en dat is eeuwenlang zo gebleven.
Pas na het Tweede Vaticaaans Concilie is zij in ere hersteld, en erkent de liturgie van haar feestdag op 22 juli Maria Magdalena als apostel der apostelen.
Vandaag de dag beseffen veel mensen dat het anders moet.
Het is belangrijk dat vrouwen leiding geven en zich uitspreken tot op hoog niveau.
In kerk en maatschappij.
In een eigen taal, geloofstaal van vrouwen.
We hebben naast mannen ook vrouwelijke geloofsgetuigen nodig
om de boodschap en het leven van Jezus levensecht door te geven.