Beste Dorpsgenoten,
woensdagavond zag ik op het nieuws beelden van de aardbeving in Italië. Tussen al de verwoeste gebouwen stond een oude man met een deken om zich heen geslagen. Hij zag er verwilderd uit. Het enige dat ik kon verstaan was: “Het is niet te begrijpen, ik zie alleen maar engelen om me heen.”
Een uitspraak die je in zulke omstandigheden niet verwacht, en zeker niet van iemand die nog niet kan bevatten wat hem overkomen is. En toch bleek hij meer geraakt te zijn door de goedheid van mensen om hem heen dan door de ruïnes waar hij tussen stond. De meeste anderen werden door verdriet overweldigd en gaven zich over aan jammeren en verloren rondlopen.
Die woorden over engelen bij ellende hebben mij niet losgelaten. Zij werden niet uitgesproken door een kerkelijke functionaris die bij de doden en ruines de mensen troostte met de gedachten dat ook Jezus had moeten lijden, weliswaar voor onze zonden, maar die bijzonderheid liet hij fijngevoelig achterwege.
Deze oude man daarentegen, die engelen om zich heen zag, was al voorbij de aardbeving, de ruines en de doden: hij zag hoe het van daaruit verder zou kunnen gaan: met mensen die hoop geven, die aandacht besteden aan slachtoffers, mensen die puin opruimen en weer huizen bouwen, als engelen.
In sommige verrijzenisverhalen scharrelen engelen rond bij het graf, juist zoals de man in L’Aquila hen zag tussen de ruines. Zij wijzen ons op nieuwe mogelijkheden, aan dood en graf en ruines voorbij.
Toen ik in de afgelopen Goede Week nadacht over Goede Vrijdag en Pasen, werd ik getroffen door een merkwaardig feit. Van de ene kant worden het kruis en het lijden van Jezus, het paaslam voor onze zonden geslacht, omhoog gestuwd tot de meest verlossende gebeurtenis die de mensheid ooit is overkomen. Ieder kruis dat ergens hangt, herinnert daar aan. Tegen die achtergrond moeten we onontkoombaar vaststellen dat de eeuwenlange geschiedenis van bloedende handen, vernederingen en alle mogelijke vormen van intens lijden, geen verlossend effect heeft.
Van de andere kant wordt de Verrijzenis-van-Christus-de Heer verkondigd als de voltooiing-in-heerlijkheid van ons bestaan. Daar worden grootse woorden aan gewijd. En toch zien we er maar zelden een beeld van, dat ons aanspreekt en ons niet loslaat.
De twee handen die u ziet op de poster voor u, spreken mij aan, troosten en bemoedigen mij, zij houden ons vast, zij brengen ons verder, onze grenzen en beperkingen voorbij. Met dat beeld voor ogen, kan ik engelen ontdekken waar ik ze niet verwacht, zoals de oude man in L’Aquila. Met dat beeld voor ogen, word ik geïnspireerd om zelf een engel te zijn die goed nieuws brengt. Met dat beeld voor ogen hoef ik niet klagen over hufterigheid en rotzooi, een soort virtuele aardbeving elk uur van de dag. Dan zie ook ik engelen, die mij verder laten kijken dan de ruines.
Dat wens ik u toe voor dit paasfeest.