Paaswake (2006)

B-cyclus · Paastijd · Paaswake · wit

Precies een week geleden is een van de belangrijkste Nederlandse schrijvers van na de oorlog overleden: Gerard Reve. Veertig jaar geleden woonde hij in Osdorp, vlak bij onze kerk, in een flat aan de Dubbelmondehof 2-II. Hij had een geweldig gevoel voor humor, zoals blijkt uit een interview waarin hem werd gevraagd: ‘Welke van uw boeken zullen de tand des tijds doorstaan?’ ‘Ach weet u’, zegt de schrijver, ‘op de lange termijn zijn er maar twee boeken die werkelijk van belang zijn: Gods Eeuwige Woord en de Telefoongids.’
Reve schreef ook gedichten, die tot de mooiste religieuze poëzie van Nederland in de laatste halve eeuw horen, zoals zijn gedicht ‘Dagsluiting’:

Eigenlijk geloof ik niets,
en twijfel ik aan alles, zelfs aan U.
Maar soms, wanneer ik denk dat Gij waarachtig leeft,
dan denk ik, dat Gij Liefde zijt, en eenzaam,
en dat, in zelfde wanhoop, Gij mij zoekt
zoals ik U.


God en mens die elkaar zoeken, omdat ze niet zonder elkaar kunnen. Dat is ook de inhoud van het evangelie van vanavond, waarin enkele vrouwen op zoek zijn naar Jezus, en waarin een jonge man in een wit gewaad - een engel des Heren, een boodschapper van God - deze vrouwen zoekt om hun niet alleen goed nieuws te brengen, maar ook een boodschap toe te vertrouwen. Zo gaat dat in een relatie waarin liefde de hoofdrol speelt. Je geeft niet alleen om elkaar, maar ook aan elkaar: jezelf met huid en haar, je verlangens en je hoop, je schaduwkanten en angsten, alles. Maar soms, als je twijfelt aan jezelf, wordt de liefde je teveel, en vlucht je ervoor weg. Je vindt dat je liefde niet verdient, en je wordt bang van die overgave aan elkaar, en schrikt terug voor het feit dat de ander op je rekent. Dat overkwam deze vrouwen. Ze ontvingen de boodschap om aan anderen te gaan zeggen dat het met Jezus niet gedaan is, maar dat hij, ook al is hij gestorven, ons toch zal blijven voorgaan.
Het is opmerkelijk dat deze opdracht aan vrouwen werd toevertrouwd, juist in een tijd en maatschappij, waarin zij als minderwaardig golden. Maar het waren vrouwen die het volhielden en over hun angst heenstapten, toen zij op Goede Vrijdag bij het kruis stonden, terwijl alle mannen, Petrus en de andere apostelen, ervandoor gegaan waren. En op Paasmorgen was het niet anders. De mannen zijn in geen velden of wegen te bekennen, maar de vrouwen zijn present: Maria van Magdala en Maria, de moeder van Jakobus, en Salome. De opdracht aan hen lijkt op de opdracht aan Maria, aan wie gevraagd werd of zij Jezus wilde ontvangen. Er werd van hen iets gevraagd wat zij nog nooit eerder gedaan hadden. Geen wonder dat zij er aanvankelijk voor terugschrokken. ‘Ze waren bang’, schreef Markus, en dat waren de laatste woorden van zijn evangelie. In later tijd is daar een ander einde aan gemaakt, omdat de eerste christenen vonden dat je het evangelie niet kunt eindigen met ‘Ze waren bang’.
Maar angst en geluk liggen dicht bij elkaar. Angst voor de dood en geluk om eeuwig te leven. We weten immers niet wat ons overkomt na onze dood als we binnentreden in het eeuwige licht. De viering van Pasen kan ons helpen om die angst te overwinnen en open te staan voor het licht.
Dertig jaar geleden, toen ik pastor was van een jongensinternaat, ging ik met de oudsten van hen tijdens de Goede Week naar Breskens, waar de originele priester en beeldhouwer Omer Gielliet woonde. Tijdens de Paaswake begon hij zijn preek met het verhaal dat hij ooit eens midden onder een Paasviering ontdekte dat hij de bijbel niet bij zich had. ‘Hoe moest ik nu het paasevangelie verkondigen?, vroeg hij aan de volle kerk. Het leek me een prima vraag die raakte aan het wezen van het christelijk geloof, en in spanning wachtte ik op zijn antwoord. ‘Ik liep naar de pastorie: geen bijbel te vinden; naar mijn huis: geen bijbel. Ook bij mijn protestantse collega bleek de bijbel spoorloos.’ Hij liep op en neer achter de altaartafel, rusteloos als een roofdier in zijn kooi, en hield ineens bij mij stil. ‘Wat zou jij doen, Paul?’ Ik hoorde gegrinnik van twee van de internen achter in de kerk, die dit wel een goede stunt vonden, zeiden ze achteraf. Omer stopte me zijn microfoon in de handen en deed enkele stappen opzij. Ik keek naar de afwachtende gezichten in de kerk. Vermoedelijk dachten de kerkgangers dat dit doorgestoken kaart was. Plotseling werd me een antwoord ingegeven: ‘Ik zou de mensen in de kerk vragen om naar voren te komen en een voor een te vertellen, hoe zij ooit in een uitzichtloze situatie weer perspectief gevonden hebben, in zichzelf, in hun relaties, en hoe zij hun twijfel en wanhoop hebben overwonnen. En als we al die getuigenissen gehoord hebben, kunnen we een vermoeden krijgen van wat Pasen is. Het kan niet, en toch kan het.’
Vanavond nodig ik u uit om in uw eigen hart en geheugen te kijken om te ontdekken waar en hoe u al eens eerder Pasen hebt meegemaakt. Op die manier kan Gods Eeuwig Woord werkelijkheid worden.

Zoeken in Preken Online