Precies een week geleden is een van de
belangrijkste Nederlandse schrijvers van na de oorlog overleden: Gerard
Reve. Veertig jaar geleden woonde hij in Osdorp, vlak bij onze kerk, in
een flat aan de Dubbelmondehof 2-II. Hij had een geweldig gevoel voor
humor, zoals blijkt uit een interview waarin hem werd gevraagd: ‘Welke
van uw boeken zullen de tand des tijds doorstaan?’ ‘Ach weet u’, zegt
de schrijver, ‘op de lange termijn zijn er maar twee boeken die
werkelijk van belang zijn: Gods Eeuwige Woord en de Telefoongids.’
Reve schreef ook gedichten, die tot de mooiste religieuze poëzie van
Nederland in de laatste halve eeuw horen, zoals zijn gedicht
‘Dagsluiting’:
Eigenlijk geloof ik niets,
en twijfel ik aan alles, zelfs aan U.
Maar soms, wanneer ik denk dat Gij waarachtig leeft,
dan denk ik, dat Gij Liefde zijt, en eenzaam,
en dat, in zelfde wanhoop, Gij mij zoekt
zoals ik U.
God en mens die elkaar zoeken, omdat ze niet zonder elkaar kunnen. Dat
is ook de inhoud van het evangelie van vanavond, waarin enkele vrouwen
op zoek zijn naar Jezus, en waarin een jonge man in een wit gewaad -
een engel des Heren, een boodschapper van God - deze vrouwen zoekt om
hun niet alleen goed nieuws te brengen, maar ook een boodschap toe te
vertrouwen. Zo gaat dat in een relatie waarin liefde de hoofdrol
speelt. Je geeft niet alleen om elkaar, maar ook aan elkaar: jezelf met
huid en haar, je verlangens en je hoop, je schaduwkanten en angsten,
alles. Maar soms, als je twijfelt aan jezelf, wordt de liefde je
teveel, en vlucht je ervoor weg. Je vindt dat je liefde niet verdient,
en je wordt bang van die overgave aan elkaar, en schrikt terug voor het
feit dat de ander op je rekent. Dat overkwam deze vrouwen. Ze ontvingen
de boodschap om aan anderen te gaan zeggen dat het met Jezus niet
gedaan is, maar dat hij, ook al is hij gestorven, ons toch zal blijven
voorgaan.
Het is opmerkelijk dat deze opdracht aan vrouwen werd toevertrouwd,
juist in een tijd en maatschappij, waarin zij als minderwaardig golden.
Maar het waren vrouwen die het volhielden en over hun angst
heenstapten, toen zij op Goede Vrijdag bij het kruis stonden, terwijl
alle mannen, Petrus en de andere apostelen, ervandoor gegaan waren. En
op Paasmorgen was het niet anders. De mannen zijn in geen velden of
wegen te bekennen, maar de vrouwen zijn present: Maria van Magdala en
Maria, de moeder van Jakobus, en Salome. De opdracht aan hen lijkt op
de opdracht aan Maria, aan wie gevraagd werd of zij Jezus wilde
ontvangen. Er werd van hen iets gevraagd wat zij nog nooit eerder
gedaan hadden. Geen wonder dat zij er aanvankelijk voor terugschrokken.
‘Ze waren bang’, schreef Markus, en dat waren de laatste woorden van
zijn evangelie. In later tijd is daar een ander einde aan gemaakt,
omdat de eerste christenen vonden dat je het evangelie niet kunt
eindigen met ‘Ze waren bang’.
Maar angst en geluk liggen dicht bij elkaar. Angst voor de dood en
geluk om eeuwig te leven. We weten immers niet wat ons overkomt na onze
dood als we binnentreden in het eeuwige licht. De viering van Pasen kan
ons helpen om die angst te overwinnen en open te staan voor het licht.
Dertig jaar geleden, toen ik pastor was van een jongensinternaat, ging
ik met de oudsten van hen tijdens de Goede Week naar Breskens, waar de
originele priester en beeldhouwer Omer Gielliet woonde. Tijdens de
Paaswake begon hij zijn preek met het verhaal dat hij ooit eens midden
onder een Paasviering ontdekte dat hij de bijbel niet bij zich had.
‘Hoe moest ik nu het paasevangelie verkondigen?, vroeg hij aan de volle
kerk. Het leek me een prima vraag die raakte aan het wezen van het
christelijk geloof, en in spanning wachtte ik op zijn antwoord. ‘Ik
liep naar de pastorie: geen bijbel te vinden; naar mijn huis: geen
bijbel. Ook bij mijn protestantse collega bleek de bijbel spoorloos.’
Hij liep op en neer achter de altaartafel, rusteloos als een roofdier
in zijn kooi, en hield ineens bij mij stil. ‘Wat zou jij doen, Paul?’
Ik hoorde gegrinnik van twee van de internen achter in de kerk, die dit
wel een goede stunt vonden, zeiden ze achteraf. Omer stopte me zijn
microfoon in de handen en deed enkele stappen opzij. Ik keek naar de
afwachtende gezichten in de kerk. Vermoedelijk dachten de kerkgangers
dat dit doorgestoken kaart was. Plotseling werd me een antwoord
ingegeven: ‘Ik zou de mensen in de kerk vragen om naar voren te komen
en een voor een te vertellen, hoe zij ooit in een uitzichtloze situatie
weer perspectief gevonden hebben, in zichzelf, in hun relaties, en hoe
zij hun twijfel en wanhoop hebben overwonnen. En als we al die
getuigenissen gehoord hebben, kunnen we een vermoeden krijgen van wat
Pasen is. Het kan niet, en toch kan het.’
Vanavond nodig ik u uit om in uw eigen hart en geheugen te kijken om te
ontdekken waar en hoe u al eens eerder Pasen hebt meegemaakt. Op die
manier kan Gods Eeuwig Woord werkelijkheid worden.
Paaswake (2006)
B-cyclus · Paastijd · Paaswake · wit