God is liefde

B-cyclus · Paastijd · 6e zondag van Pasen · wit

Dat God liefde is, weten christenen al eeuwen. We hebben dat woord al zo vaak gelezen en gehoord, dat het van het danig gebruik versleten is. Het wordt bijna een cliché. Hoe geven we aan dat woord opnieuw leven? Hoe wordt het opnieuw een woord ‘ten leven'?

We zullen het allereerst los moeten maken van onze liedjes over liefde. In deze liederen drukken we zoveel uit wat mensen van elkaar verwachten en aan elkaar willen geven: sympathie en genegenheid, warmte en geborgenheid, tederheid en zekerheid. Voor dat alles zingen mensen miljoenen keren: ‘Ik hou van jou.’ Met dat éne woord zing je gegarandeerd voor volle zalen. Het boek van Phil zonder naam werd in vele, vele talen vertaald. De titel alleen al raakt een gevoelige plek van de mens. Het is onder mensen een magisch woord.

Het wordt wel een waagstuk als we vanuit die liefdesliedjes de overstap maken naar God die liefde is. Dat is onzindelijk denken. Als je over God wil spreken, mag je niet uitgaan van de taal van verliefden en verloofden. Je moet op een ander standpunt gaan staan. Verliefden en verloofden kunnen elkaar oprecht gemeend liefhebben zonder Gods naam uit te spreken, zonder God te kennen. Ook al zeggen ze dat ze samen ‘goddelijke’ dingen beleven.

Om over God te spreken moet een mens God zoeken, moet een mens willen weten waar Hij woont. ‘Hoe is Uw naam, waar zijt Gij te vinden?’ Dat is de beginvraag. Pas als mensen deze vraag ernstig stellen, kunnen ze stamelend antwoorden formuleren. Zoekende mensen hebben alle eeuwen door, in alle culturen, duizenden antwoorden gegeven. Dat was niet altijd fraai. Soms werd God een machtige en wrekende instantie genoemd. Hij oordeelde en veroordeelde. Hij was een straffende rechter. Hij eiste zelfs het bloed van de mens. Een gruwelijk wezen. Maar Hij was ook vaderlijk en moederlijk, een gastheer, een dienstknecht en een broeder. Dat is al veel milder. Toch staan we met dat alles nog niet waar de auteur van de Johannesbrief ons hebben wil.

Hij wil ons spreken over God vanuit de gave van Jezus. Hij is daarin zelfs principieel eenzijdig. De mens kan pas over God waarheid spreken, indien hij wil doordenken op het geheim van Jezus’ kruis en opstanding. Daarmee staan we al een eind ver-wijderd van onze liedjes. Dat God liefde is, kunnen we pas affirmeren als wij geloven dat Jezus Gods geheim heeft uitgesproken en voor ons Gods hart heeft geopend. Als Jezus nu zover gaat dat hij vrijwillig de uiterste consequentie heeft aanvaard, dan blijft ons maar één woord over: God moet liefde zijn. Als zelfs de dood het lot moet zijn van Jezus, dan kan de mens besluiten dat alle vorige woorden over God tekortschieten. Dan mag eindelijk het grote woord klinken: God is liefde.

Maar dan is liefde niet langer een sentimentele aangelegenheid en méér dan een kwestie van affectiviteit. Dan is God ook niet langer een angstaanjagende instantie. Dan mag de mens eindelijk weten dat het rijk van de angst ten einde is. God is liefde omdat de consequente menselijkheid van Jezus ons Gods geheim reveleert. Zoals Jezus letterlijk alles gegeven heeft, zo is God. Hij geeft zichzelf. Onvoorwaardelijk en voorgoed.

Ik huiver dankbaar voor dit grote woord.

Zoeken in Preken Online