Een dag waarop wij roepen

B-cyclus · Paastijd · 4e zondag van Pasen · wit

Roepingenzondag. Wij roepen om herders en gidsen, om mensen met een hart voor mensen. Het is echter een stille dag. We horen zo weinig roepen.

Predikanten zitten ermee verveeld: wat moeten ze roepen, wie moeten ze roepen, waarvoor roepen ze mensen op? Om priester te worden? Om religieus te worden? Om leek te worden? Om gewoon verder te doen, moedig en/of gelaten? Velen weten het niet, of liever, er is al elk jaar gepreekt voor roepingen en we moeten zo weinig mensen weigeren. Waarom er dan geen bid-dag van maken? Stilletjes roepen dus!

Maar stellen we daarmee de juiste vragen? Om te kunnen roepen, moet je zeker zijn en klaar zien. Dat is een eerste punt: wij zijn niet eenvoudig, niet trefzeker en niet snedig met onze woorden. En dat kan ook moeilijk anders in een tijd van overgang, in een sfeer van zoeken en tasten naar de andere oever. Want het oude is voorbij en het nieuwe wordt maar moeizaam geboren. Elke geboorte is immers moeizaam. Ik vrees zelfs een beetje, at we met velen niet goed weten welk kind we ter wereld willen brengen!

Als ouders een kind verwekken, hopen ze. Ze hopen, dat het kind hun zaak verder zal zetten, dat het in hun lijn zal leven. Maar daar zijn ze ook niet helemaal zeker van: hun kind dat vandaag wordt geboren, overmorgen al in de volgende eeuw staan. Het een kind zijn dat ontwaakt tussen apparaten en technieken en theorieën die anders zullen zijn dan vandaag. Hun kind zal spelen en werken met andere instrumenten, misschien vrijer, misschien meer versuft of meer bedreigd, misschien zorgeloos gelukkig? Ze weten het niet. En toch: het leven gaat door en mensen blijven graag vader en moeder zijn. Zij nemen het risico van de toekomst, vanuit een vertrouwen dat ze zelf geen naam kunnen geven. Zij roepen een kind tot leven en beseffen, dat dit heel riskant is. Maar ze doen het met vreugde!

Soms vraag ik me af of wij op roepingenzondag en op roepingenmaandag niet hetzelfde moeten doen in onze kerk. Elkaar oproepen om met vreugde risico’s te nemen, samen, soms ziende soms blind, elkaar bevragend of wij wel met vreugde geloven, dat er toekomst is voor het waaien van de Geest? Ook al weten we, dat er in de volgende tijd andere noden zullen zijn en andere vragen.

Waarvoor roepen we dan mensen op? Om met ons samen deze zoektocht te maken? Ik geloof van wel, maar dat is een rare uitnodiging: het programma van het stuk moet nog worden opgesteld als wij ons toegangskaartje al hebben besteld… Wie neemt dit risico? En vooral, wie neemt dit risico voorgoed, radicaal en onvoorwaar¬delijk? Kan dat nog vandaag? Of moet onze kerk niet moedig uitzien naar een andere invulling van ambten en bedieningen? Werven voor een zekere tijd? Leren omgaan met half-timers? Met vrijwilligers die het een tijdje doen en zo de voorlopigheid verduren?

Ik besef wel, dat ik niet erg geschikt ben om op deze zondag luid te roepen… En toch zou ik iets willen zeggen in de vragende vorm: dat het verhaal van Jezus door mag gaan alsjeblieft. Wie zal samen met ons de nieuwe lettertjes leren spellen?

Zoeken in Preken Online