Vandaag vieren we de zondag van de Goede Herder. En het is tot traditie geworden, om op deze zondag bijzonder te bidden voor priester- en kloosterroepingen. En dat is goed. Maar het zou te weinig zijn, als we het daarbij zouden laten. We zouden dan misschien onze eigen taak in het herderschap, de pastoraal, kunnen vergeten. En naar anderen toeschuiven, wat we zélf kunnen doen.
De leerlingen zijn geraakt door hun ontmoeting met de Heer. Hij is niet zo maar aan hen voorbijgegaan. Een echte ontmoeting gaat nooit voorbij, maar blijft in je verder leven. Iets van zijn zorg voor mensen is bij hen binnengekomen. Wij herinneren ons, dat Hij die bezorgdheid voor mensen meerdere malen heeft uitgesproken. Hij had mededogen met de mensen, want ze kwamen bij Hem over als schapen zonder herder. Hij zag in zijn tijd zoveel slecht herderschap. Daarom stelde Hij zichzelf tot voorbeeld: Ik ben de GOEDE herder, de herder met hart voor zijn schapen.
Die zorg wilde Hij aan zijn leerlingen, aan ons, overdragen. Opdat wij voortaan de “hoeders van onze broeders en zusters” zouden zijn.
We zouden ook kunnen zeggen: de Paasboodschap van Jezus is, vrede te wensen en vrede te maken. Maar vrede ontstaat alleen als wij een zorgzame wereld krijgen, waarin aandacht geschonken wordt aan de mensen die onder de voet gelopen worden, de mensen naar wie niet wordt omgekeken, er niet meer bij mogen horen. Een zorgzame wereld, waarin mensen pastoraal, dat is ‘herderlijk’, met elkaar omgaan. Een wereld en een kerk waarin deze taak niet alleen wordt overgelaten aan enkele aangestelden’, maar waarin iedere mens, groot of klein, zijn of haar verantwoordelijkheid gaat voelen.
De meesten van ons kennen nog wel de tijd van de ‘pastoor’ die zowat paus speelde in zijn eigen parochie. Ik heb dit eens iemand zo horen verwoorden tegen ‘zijn’ pas¬toor: “Meneer pastoor, ik geleuf alles wa ge zegt, of ‘t nou waor is of nie waor…”
Het pastoorschap op deze wijze uitgeoefend is gelukkig voorbij. Mensen zijn mondig geworden en kennen hun eigen verantwoordelijkheid. Ze zijn gaan leren samen zorg te dragen voor een parochie of een gemeenschap. Ze zijn zich gaan bekwamen in ‘pastoraal’, hoe met zieken om te gaan, levensproblemen te bespreken, Bijbel te lezen en te verklaren, oecumenische diensten te vieren, kinderen en ouders voor te bereiden op doopsel, vormsel en eerste-Eucharistie-viering. En nog zoveel meer. Het goede herderschap van Jezus gaat in zoveel mensen door. Stille werkers en werksters, vaak te weinig erkend en gewaardeerd door de kerkelijke overheid.
Op deze roepingenzondag zouden wij aan hen kunnen denken.
Het is van belang, dat we leren bidden voor de vrijwilligers en vrijwilligsters in de pas¬toraal, die zo edelmoedig invallen waar de ambtelijke voorgangers gaan ontbreken. En in ieder geval moet ons steeds weer de Heer voor ogen staan, die een goede her¬der wilde zijn voor iedereen, voor de afdwalenden het meest. Het was, zeiden de leerlingen van Emmaüs na de ontmoeting met Jezus, het was als of Hij door ons heen verdween, en ‘t licht in ons is blijven branden.
Het is voor ons allen een uitnodiging, om met elkaar pastoraal, zorgvuldig en behoedzaam, bezig te zijn. In gezin, in groepsverband, in de kringen en de acties waarmee wij bezig zijn. Pastoraal kun je overal kwijt. Het vraagt alleen goed te kijken. Kijken naar de mensen die tekort komen, de mensen die geholpen moeten worden. Pastoraal is mensen niet afnemen wat ze hebben. Maar hen zó helpen, dat zij zichzelf kunnen helpen. Dat is de gulden regel voor alle pastoraal. Het vraagt een grote eerbied voor iedere mens, om ‘goede herder’ te zijn. Zoals de Heer het bedoelt.