De wol, het vlees of het schaap

B-cyclus · Paastijd · 4e zondag van Pasen · wit

Iedereen die van schilderkunst houdt, hecht er grote waarde aan onder de werken van een groot meester een zelfportret te vinden. Daarin heeft de kunstenaar zichzelf uitgebeeld zoals hij zichzelf zag.

Jezus heeft in zijn evangelie meer dan één zelfportret nagelaten. Toch is er één bij dat de eerste christenen bijzonder sterk heeft aangesproken: de goede Herder. Voordat de eerste christenen Jezus aan het kruis uitbeeldden, kenden zij het beeld van de goede Herder. Wij vinden het terug op de wanden van de catacomben. En geen enkel beeld leek zo geschikt om het wezenlijke van de persoonlijkheid van Jezus weer te geven als dit beeld.

Voor hen die deze gelijkenis uit de mond van Jezus hoorden, bestond er geen gevaar dat ze te sentimenteel of te idyllisch zou klinken. Ze wisten heel goed wat Jezus over zichzelf wou zeggen. Herder zijn is voor Hem je leven voor anderen willen geven, is ophouden voor jezelf te leven. Petrus commentarieert dit beeld heel duidelijk als hij schrijft: ‘Door zijn striemen zijt gij genezen, want als schapen hebt gij rondgedoold; maar thans zijt gij teruggekeerd tot de Herder, tot Hem die uw zielen behoedt’ (1 Petr. 2,25). Voor iemand die voor anderen sterven wil, houdt alle herderspoëzie op. Daarbij moeten wij nog weten dat Jezus deze gelijkenis heeft uitgesproken onmiddellijk voor zijn opgang naar het kruis, in een confrontatie met het bitterste lijden, met zijn bitterste vijanden: de farizeeën. Die hebben er niet aan getwijfeld wie Hij bedoelde met die huurling, die geen hart had en daarom de schapen in de steek liet.

Als wij over deze parabel nadenken, voelen wij ons diep getroffen. Zij is werkelijk een blijde boodschap. Een christen weet bij wie hij zich kan thuis voelen, tot wie hij behoort, wie voor hem in nacht en duisternis zal zorgen. Als Jezus onze Herder is, zal ons niets ontbreken. Jezus schenkt ons vertrouwen in het leven, Hij kent ons persoonlijk en noemt ons bij onze naam. Hij vergeet nie¬mand en bemint allen. En in zijn sterven toont Hij wat zijn zorg voor de schapen betekent.

In het contrastbeeld met de huurling komt er nog meer naar voren wat Jezus voor ons wil zijn. Een huurling heeft alleen belangstelling voor de wol en voor het vlees. Om het schaap bekommert hij zich niet. Hij heeft geen hart voor de schapen zelf. Tegenwoordig zijn er twee soorten slechte herders. De een interesseert zich voor de wol, de andere interesseert zich voor het vlees. Voor de schapen interesseert zich niemand. Jezus is de ware herder, de enige herder, omdat Hij steeds voorrang geeft aan de persoon.

Er zijn tegenwoordig zoveel mensen die zichzelf als herder willen opdringen. Je vindt ze in de politiek, in het beroepsleven, ja zelfs in de godsdienst. Maar als wij goed toezien, ontpoppen ze zich vlug tot huurlingen. Alles wat wol en vlees kan opleveren - geld en macht - is van tel. Zolang kan de vriendschap blijven duren, maar ook niet langer. Is er geen wol of vlees meer, dan houdt de belangstelling op.

Een goede herder is anders. Hij ziet niet naar wat een mens kan of bezit. Hij vraagt niet: ‘Wat heb ik eraan? Wat brengt het op?’ Hij wil niet verdienen, maar dienen. Hij offert zich op voor de mens omwille van zijn mens-zijn.

Als wij deze gelijkenis goed begrijpen en in de voetstappen van Jezus willen treden, kunnen wij niet anders dan leven voor anderen. Dan werken wij niet alleen om onze kost te verdienen, maar willen wij ook dienstbaar zijn voor onze evenmens. Dan blijven wij niet onverschillig voor de nood van de gehandicapten en asocialen. Dan spreken wij zeker niet dat aloude Kamswoord: ‘Wat gaat mij mijn broeder aan? Ben ik soms de herder van mijn broeder?’

Egoïsme kan niet samengaan met het beeld van de goede Herder, die zijn leven geeft voor allen.

Zoeken in Preken Online