De heilige familie

B-cyclus · Kersttijd · Heilige familie · wit

De tijd tussen Kerstmis en Nieuwjaar is een tijd van gezelligheid en huiselijke beslotenheid: lekker de kachel aan, gordijnen dicht, samen wegkruipen voor de kou en voor de wereld buiten. Maar dat is niet de volle werkelijkheid van een ideaal gezin. Want elk gezin moet toch ook de deuren en vensters openhouden voor wat in de maatschappij gebeurt, wij mogen niemand in de kou buiten laten staan. Zo heeft elk gezin een dubbele functie, het moet een rustplaats zijn voor onze inzet in de wereld en het moet tevens een startplaats zijn om ons weer opnieuw voor anderen in te zetten. Het gezin moet als het ware een plaats zijn waar mensen zich met elkaar kunnen oefenen in het opbouwen van relaties van mens tot mens. Wat gebeurt er tussen de ouders onderling, tussen ouders en kinderen, tussen kinderen onder elkaar? Het zijn even zoveel mogelijkheden om elkaar te leren respecteren, zorg te dragen voor elkaar. Dat gebeurt niet altijd rimpelloos, ook in het heilig huisgezin van Nazaret, zo lezen wij vandaag in het evangelie, waren er spanningen omdat de ouders de verhoudingen van hun kind niet begrepen. Op twaalfjarige leeftijd neemt Jezus al afstand van zijn familie en gaat Hij zijn eigen weg. Zijn moeder vraagt Hem verwijtend: ‘Kind, waarom heb je ons dit aangedaan?’ En het antwoord van Jezus was: ‘Ik ben er niet alleen voor jullie, maar voor God en de mensen.'

Het gezin moet voor ieder van ons een bakermat zijn, waar we thuis kunnen zijn, waar wij mogen zijn zoals wij zijn. Het gezin biedt ons de nestwarmte, waar de batterij weer opgeladen kan worden.

Het gezin is ook de leerschool voor ons sociaal gedrag, waar wij ervaren dat mensen voor elkaar geboren zijn en in staat zijn elkaar gelukkig te maken. Maar anderzijds mag het gezin geen ivoren toren zijn, waarin wij ons terugtrekken, waarin wij ons afschermen tegen de problemen waarmee de wereld worstelt, waarin geen ruimte is voor buitenstaanders, die letterlijk en figuurlijk in de kou komen te staan.

Jezus zelf heeft deze houding heel duidelijk onder kritiek gesteld. Wanneer zijn moeder en andere familieleden Hem eens willen spreken, zegt Hij: ‘Mijn moeder en mijn broeders zijn zij die de wil van God volbrengen.’ Jezus zegt dus met andere woorden: mijn gezin is niet de heilige Familie van Nazaret, maar alle mensen van goede wil.

Het gezin is eigenlijk de basis van waaruit de mens zijn taak vervullen kan in deze wereld. De mini-relaties in het gezin moeten uitgroeien tot maxi-relaties in de wereld. Wij moeten proberen in het gezin die deugden op te bouwen, die de bouwstenen kunnen zijn voor een gezonde samenleving. In de tweede lezing worden ons de bouwstenen voor een gezond familieleven aangereikt:

‘Bekleedt u met goedheid’. Het is de goedheid, die aan elkaar de ruimte geeft om zichzelf te worden en te zijn.
‘Verdraagt elkaar’, wil zeggen dat we elkaar verder moeten dragen dan alleen het aangename, dat wij elkaar moeten dragen in goede en kwade dagen, in ziekte en gezondheid, dat gedragen zijn door anderen eigenlijk de grond is van ons bestaan.
‘Vergeeft elkaar’, dat is elkaar de ruimte geven om steeds weer opnieuw te mogen beginnen, om mens te mogen worden met vallen en opstaan.
‘En voeg bij dit alles de liefde als de band der volmaaktheid’, de liefde moet de band zijn, die de mensen samenhoudt in goede en kwade dagen, in angst en spanningen, tussen sterken en zwakken, tussen kinderen en volwassenen.

Gezonde gezinnen zijn de noodzakelijke bouwstenen voor een gezonde maatschappij, gelovige gezinnen zijn de Kerk in het klein, de plaats waar God wil samenleven met de mensen.

Zoeken in Preken Online