Het is een traditie om deze zondag onder het octaaf van Kerstmis te wijden aan het vieren van de heilige familie in Nazaret. Die familie wordt dan bijna vanzelfsprekend voorgesteld als model voor het christelijke gezin. Maar vaak worden de zaken hierbij geheel omgedraaid. Dat wat wij - in de kerk - officieel als een modelgezin beschouwen wordt teruggeprojecteerd op die familie in Nazaret. Dat gebeurt zonder dat het eigenlijk kan.
Als Maria in haar Magnificat zingt hoe ze de hele wereld veranderd ziet is dat niet de enige manier waarop ze de ideologische ‘orde’ van haar tijd aanpakt. Daar is ook de kwestie van de wettigheid van haar zoon. Een heel delicaat probleem in een samenleving waarin het huwelijk gezien wordt als de hoeksteen en de pilaar; niet alleen maar voor wat betreft voortplanting en socialisatie, maar ook als iets dat de hele economie en consumptie aangaat. Lucas laat iets meer over Maria’s problematische situatie los, als hij wat verder op in zijn relaas in de geslachtsboom van Jezus bijna tussendoor opmerkt, dat Jezus ‘geacht werd’ de zoon van Jozef te zijn (3,23).
De manier waarop Jezus verwekt was en geboren werd moet van Maria een soort van vogelvrij verklaarde gemaakt hebben. Dat is zelfs nog te merken in het evangelie volgens Johannes als die beschrijft hoe men op dit alles in een twistgesprek met Jezus terugkomt. Als Jezus in die discussie zegt dat God zijn vader is, dan vragen zijn tegenstanders: ‘Waar is je vader?’ En als ze zich dan even later met hem vergelijken, voegen ze daar aan toe: ‘Wij werden in ieder geval niet uit overspel geboren’ (8,41).
Het schijnt dus dat sommigen Jezus zagen als het kind van Maria en Jozef, maar dat anderen meenden dat hij een onwettig, buiten een huwelijk geboren kind was. Hoewel Johannes (en Lucas) het daar niet mee eens zijn, voelden ze toch de behoefte om te laten merken dat ze wisten dat velen Jezus een buitenechtelijk kind vonden. Het was een discussie, die tijdens zijn aardse leven niet beslist schijnt te zijn (Jane Schaberg, The Illegitimacy of Jesus, A Feminist Theological Interpretation of the Infancy Narratives, 1987).
Afgezien hiervan is de heilige familie ook op andere manieren zo verschillend van het verbeelde kerkelijke ideaal.
Bijna iedere keer dat er over hen en hun onderlinge relaties gesproken wordt zijn er moeilijkheden. Een verloofde die zich bedrogen voelt, een moeder die haar kraambezoek niet begrijpt, een man die vanwege de verschijning in een droom met de hele familie uitwijkt, het bloedbad in Betlehem na hun vertrek, hun verblijf als een soort onderduikers in Nazaret, een kind dat in de grote stad verloren loopt, een zoon die door zijn moeder niet begrepen wordt, een aanvankelijk afgewezen verzoek bij een bruiloftsfeest in Kana, een familie die een razzia organiseert om hem terug thuis te krijgen, en zelfs wat Jezus tegen zijn moeder zegt vanaf het kruis.
Zelfs in de beschrijving van Maria’s ‘zuivering’ en Jezus’ opdracht in de tempel ontbreken de dissonanten voor wat die modelfamilie betreft niet. De niet-jood Lucas die niet precies weet waar het allemaal om gaat bij die joodse gebruiken, geeft niet alleen maar een gedeeltelijk foutieve voorstelling van zaken, maar ook op andere manieren doorbreekt hij de idylle van een modelfamilie.
Simeon en Anna maken het aan Jezus’ ouders heel duidelijk dat hun gezin onder druk zal komen staan vanwege Jezus’ rol in deze wereld. Anna heeft het daarbij over Jezus in verband met de bevrijding van Jeruzalem en zijn eigen volk, Simeon doet dat ook maar hij gaat verder als hij het heil van de hele wereld op hem betrekt.
Maria wordt niet alleen maar gewaarschuwd dat ze veel te lijden zullen hebben vanwege dit alles, het wordt haar duidelijk gemaakt dat ze haar zoon in wijdere verbanden dient te zien dan die van haar eigen familie. Ze dient te leren meer dan alleen maar zijn moeder te zijn.
De droom van hun knus samenzijn - en dat hun dat kost kan je wel opmaken uit het feit dat ze dertig jaar lang in Nazaret samenbleven - moet plaats maken voor een verbonden-zijn met de wereld waarin veel meer dan die knusheid op het spel staat. Het gaat om een familie die groter is dan die van Nazaret. Het is Jezus zelf die zijn moeder vraagt: ‘Maar wist je dat dan niet?’ (Luc. 2,49)