Het doopsel, het vormsel, de eucharistie, zijn de eerste drie sacramenten van de christen. Door hen wordt heel zijn leven in Christus bezegeld. De andere vier zijn een bezegeling voor een bijzondere omstandigheid. In de biecht verzoent hij zich weer met God en de naaste. Hij wordt bij ziekte door de zalving innerlijk genezen en gesterkt. Het priesterschap zendt de christen voor de dienst van allen. Het huwelijk bezegelt de liefde van de echtgenoten in Christus. Biecht, ziekenzalving, priesterschap en huwelijk roepen Christus’ genade ter hulp op beslissende momenten: terugkeer en bekering van het kwaad, sterkte en vergiffenis bij ziekte en in doodsgevaar, opnemen van de leiding van de gemeente, overgave aan de liefde van een ander voor het leven.
Bij elke levenscrisis, bij elke levensbeslissing, komt Christus geest en hart en lichaam te hulp. Maar de grote sacramenten, die voor iedereen het leven dragen, zijn de eerste drie: doopsel, vormsel en eucharistie. Aan deze drie denken we als we Johannes’ Brief horen: ‘Er zijn drie getuigen, de Geest, het water en het bloed en deze drie vormen een eenheid’. Die eenheid is de eenheid van Jezus’ leven en dood, de eenheid van zijn overgave en zijn trouw. Hij is door de Geest gezalfd tot Messias, bij zijn doop in het water van de Jordaan en door zijn bloed heeft Hij zijn zending voltrokken.
Geest, water en bloed getuigen van die éne Jezus.
De ‘stem uit de hemel’, die zegt: ‘Gij zijt mijn Zoon, mijn veelgeliefde; in U heb ik welbehagen’, wordt in Jezus niet bedrogen. Zijn leven is één. Hij is een man uit één stuk. Hij kent één liefde. Hij geeft zich aan zijn éne grote taak. Hij is heel en al Messias in al wat Híj doet.
Zuiver staat Hij in het water van de Jordaan. Hij sluit zich aan bij de beweging van de zuiveren van hart, bij hen die zuiver tegenover God willen staan, die het gebed ernstig willen nemen, bij de echte Godzoekers, bij Johannes de Doper en diens leerlingen, bij allen die de Messias verwachtten in die tijd. Hij sluit zich niet alleen aan, Hij blijkt de leider te zijn van die vromen. Hij verwacht de Messias niet, Hij is zelf de Messias. Hij wordt niet door het water gezuiverd, het water wordt zelf door Hem gezuiverd en geheiligd. Hij bekrachtigt en bezegelt de beweging van de Doper. Hij bemoedigt en bezegelt de beweging van de Doper. Hij bemoedigt en bevestigt wie zich laten dopen. Niet meer in de Jordaan, maar in Hemzelf zullen ze gedoopt worden. Jezus zelf zal het sacrament van het doopsel zijn.
Het water en de Geest vormen een eenheid: Jezus zal ook het sacrament van het vormsel zijn. ‘Op hetzelfde ogenblik dat Hij uit het water opsteeg, zag Hij de hemel openscheuren en de Geest als een duif op zich neerdalen’. Jezus die zich laat dopen, wordt door de Geest gezalfd met overvloed van gaven. Hij wordt dan ook de Gezalfde genoemd, de Messias in het Hebreeuws, de Christus in het Grieks en het Latijn, de talen van die tijd. Hij laat zich zalven door de Geest en Hij is zelf onze zalving. Hij laat zich sterken door de Geest en Hij is zelf onze sterkte. Hij laat zich zenden en vormen door de Geest en Hij vormt en zendt al wie Hem volgen. Ook dat vieren we vandaag.
We vieren nog iets meer. De doop en de zalving bereiden Jezus voor op het offer. Hij zal de eerste bloedgetuige zijn, de eerste martelaar. ‘Er zijn drie getuigen, de Geest, het water en het bloed en deze drie vormen een eenheid’. Jezus is het sacrament van het doopsel, Hij is het sacrament van het vormsel, Hij is ook eenvoudig ‘het heilig sacrament’. Hij wordt gedoopt en gezalfd opdat Hij zijn leven zou geven. De doop leidt tot de zalving en de zalving leidt tot het aanhouden van het getuigenis, tot het bloedig offer en de verrijzenis.
Het doopsel van Christus vieren betekent in Hem gedoopt en gezalfd worden en deelhebben aan zijn offer om met Hem te verrijzen.