‘Waarom laat je je kind dopen?’ Een van de vragen, die gewoonlijk gesteld worden aan jonge ouders op onze gebruikelijke doopgesprekken. Hun antwoord luidt dan: ‘Omdat ikzelf gedoopt ben.’
‘En waarom lieten je ouders je dan dopen?’ Wel, omdat hún ouders dat hebben gedaan en hún ouders… het hoort blijkbaar tot onze familie. Ik denk niet, dat wij dit oppervlakkige antwoorden moeten vinden van mensen die er niet of nauwelijks over hebben nagedacht. Mensen kunnen weliswaar vaak moeilijk zeggen hoe ze tot een bepaalde keuze zijn gekomen, maar ze hebben uit hun geschiedenis wel iets heel belangrijks bewaard: namelijk, dat zij hun kind willen invoegen, in een groter geheel. ‘Mijn kind’, zo hoor je mensen zeggen, ‘moet toch ergens bijhoren.’
Je zou natuurlijk ook Jezus diezelfde vraag kunnen stellen: Waarom heb je je laten dopen? Misschien zou Hij tegen ons zeggen: ‘Omdat mijn ouders, mijn grootouders, mijn voorgeslacht dat ook heeft gedaan. Lang geleden is dat begonnen, want mijn familie hoorde tot die groep van gelukzoekers, die door het water van de Jordaan heen zichzelf - met Gods hulp - een beloofd land heeft geschapen, een betere samenleving.’ Wat goed was voor hen, dat is ook goed voor mij, zo hoor ik Jezus dan zeggen. ‘Ik ben niet beter dan zij, ik wil horen in de traditie van mijn familie.’ Er zijn inderdaad heel wat mensen voor wie dat moeilijk is: horen bij de traditie, je willen invoegen in een groter geheel. Misschien ook wel begrijpelijk, want je wilt je niet zomaar laten inlijven. Bijvoorbeeld in een kerk, die zegt dat ze in ‘de waarheid’ is, maar die - om wat voor belang dan ook - zich niet of onvoldoende uitspreekt over zaken van levensbelang. Je sluit je niet zomaar aan bij een partij, die oorlog een gerechtvaardige weg vindt naar vrede. Je gaat niet bij een vereniging die om een of andere reden in opspraak is. En waarom niet? Omdat je je naam niet wilt verbinden aan een instituut, dat minder fraaie kanten heeft.
Maar die onwil van de huidige generatie om zich in te voegen, om ergens bij te horen, heeft ook negatieve kanten. Je kunt je namelijk zo zuiver opstellen, dat je op den duur alleen komt te staan. Want voor de zuiveren, de mensen met schone handen kan alles onzuiver worden. Op iedere kerk, iedere partij, iedere vereniging, iedere familie, ieder gezin, iedere relatie is wel iets aan te merken. Wie breken wil om reden van kritiek op de kerk, of een partij, op zijn gezin, krijgt misschien een hoge prijs voor beginselvastheid, maar scoort heel wat minder hoog als het gaat om lotsverbondenheid. Ik denk, dat zo iemand tenslotte met niemand meer in zee kan gaan. Jezus voegt zich door zijn Jordaandoop in de traditie van zijn volk; een volk dat niet beter of slechter is dan de andere volkeren van toen of nu. Ook daar gebeurden goede en slechte dingen, verhevenheden en laagheden, goddelijke en duivelse. Jezus verbindt zich. Hij wil in het volk geworteld zijn. Niet zijn eigen gang gaan, maar liever de gang van zijn volk. Belangrijker dan wat ook was zijn hartstocht om hij mensen te horen, en dat waren evengoed tollenaars en zondaars als zijn leerlingen, zijn ouders en de leiders van het volk.
Gedoopt worden is het verlangen tot uitdrukking brengen om bij mensen te willen horen. Niet eigenwijs je gang gaan, maar je invoegen in een groter geheel. Maar - dat moet ook gezegd worden - niet kritiekloos. Jezus heeft op een hele originele manier en creatieve manier laten merken wat erin dat volk anders moest worden. Anders ten aanzien van bijvoorbeeld de armen, van de zieken, van het vijanddenken, van de vrouwen, de priesters, de tempel, de zondag. Allemaal onderwerpen die Jezus ter sprake heeft gebracht. Zelfs als het bedreigend voor Hem wordt, komt Hij niet terug op zijn keuze, maar houdt ook zijn mond niet. Zo hebben zijn voorouders een nieuw land gevestigd, lang geleden; zo wil Hij, dat rijk van God gestalte geven.
En wij? Durven we ons aan te sluiten met alle kritiek vandien? Willen we geborgen zijn en tegelijkertijd de opdracht aanvaarden om van binnenuit die kerk tot een bewoonbaar huis te maken? Niet alles maar goed vinden, wat er gebeurt, maar kijken hoe zo’n kerk omgaat met de armen, met de gezondheidszorg, met vrouwen, met priesters, met de zondag. Zo kun je een kerk die je voor ogen staat, beter gestalte geven.