Veruit de meeste doopsels zijn rituelen van intrede. Wij heten kinderen welkom op onze aar-de. Wij beten ze welkom op onze planeet. Dat is zinvol. Dat is lief. Het is sterk dat mensen deze religieuze duiding willen geven aan de geboorte van hun kind. Het is sacrale benaming van het leven. Heel mooi.
De doop van Jezus ligt in deze lijn, maar overstijgt ook deze lijn. Bij Hem is de doop niet enkel een intrede, niet enkel een viering van een begin. Het is overgang. Als wij het zware woord kunnen verteren: het is een bekering, een doorgang. Letterlijk betekent doorgang iets als pascha, passage, Pasen. De doop is dus een paasgebeuren. Zoiets veronderstelt primair dat dopen niet gekoppeld wordt aan geboorte maar aan keuze. Aan een keuze voor het evangelische project.
Dat heeft Jezus op een eminente wijze gedaan. Natuurlijk, Hij is onze grote inleider. Hij leidt ons binnen in het proces van christen-worden. Jezus gaat aan de kant staan van de naamloze wachtende mens. Bij de Jordaan staat Hij in onze file. Dat is het meest menselijke en het meest herkenbare van elke doorsnee-burger: wij staan geregeld onvoorwaardelijk en hulpe¬loos in de file. Nergens voelt een mens zich zo overgeleverd aan het ritme van het leven. Eens, bij de rivier de Jordaan, stond Jezus in onze file. Eens was Hij een nummer. Dat heeft Hij echt gewild en bedoeld. Hij ging de weg van het niemandsland naar het iemandsland.
Dat leert ons vandaag Marcus. Hij leert ons dat Jezus heel bewust en heel uitdrukkelijk om de doop heeft gevraagd. Door aan te schuiven in de rij was Hij zodanig onze broeder dat hooggelovigen zich om dit gebaar van Hem kunnen schamen. Dat heeft Hem echter niet kunnen tegenhouden: Hij wilde mens zijn. In bijbelse termen: Hij wilde een mensenzoon zijn. Hij ging aan de kant staan van de oude verloren mens die het nieuwe zocht. Hij zocht de andere oever. En Hij wilde dat aan den lijve voelen. Daarom stond Hij met lijf en leden in ons troebel water. Je kan alleen maar heel blij zijn om deze zeer nederige solidariteit.
God is dus op mensenmaat. Het christendom toont hier zijn ware gelaat. Het is een mensengodsdienst. Nooit en nergens was God zo gewoon. Wanneer Jezus zich laat dopen, zegt Hij dat God op onze werf staat. De mens interesseert God. Aan ons om in dit neerdalende gebaar iets te proeven van Zijn lieve aanwezigheid. Hij is zo graag aanwezig. Dat is zelfs Zijn eigennaam: ikzalerzijn. Daarom stond Jezus met twee voeten in onze rivier. Daarom bedelde Hij om nieuwe gerechtigheid. Hij wil ons ontmoeten op de andere oever. Daar brengt Hij schipbreukelingen op veilige grond.
Dopen en gedoopt worden is dus een heel serieuze aangelegenheid. Wellicht hebben wij het bestaan en het voortbestaan van het christendom te zeer verstaan vanuit het priesterschap? Wellicht wordt de toekomst van het christendom bedreigd, omdat wij ons aanbod te eenzijdig toespitsen op eucharistie en te weinig op de doop? Het doopsel herwaarderen is geen facultatieve zaak. Misschien beslist deze keuze over onze toekomst? Het is in ieder geval meer dan geboorte vieren. Het is medewerking verlenen aan een evangelisch project.
Voor volwassenen. Kinderen toegelaten.