* In januari begon in Londen een buscampagne tot bevordering van het atheïsme. Op bussen en in busstations werden voorbijgangers gehersenspoeld met de slogan: “God bestaat waarschijnlijk niet. Maak je dus niet druk. Geniet van het leven !”- Eigenaardig verschijnsel. Destijds kenden wij lessen in geloofsverdediging. Nu dagen godloochenaars op om hun ongeloof te verdedigen. Vorig jaar riep de atheïste Anne Provoost haar kompanen op om hun ongeloof helder te omlijnen. Onlangs werd in Antwerpen Richard Dawkins gelauwerd. Hij was bekend om zijn boek “The God Delusion” (God als misvatting). Daartegen schreef zijn vroegere confrater de bekeerde atheïst en theoloog Alister McGrath “The Dawkins Delusion” (Dawkins als misvatting). Hij zei gewoon: “Het hoogtij van het atheïsme ebt weg, daarom is Dawkins woedend” (Tertio Nr 480). De agressiviteit en de hatelijkheid waarmee deze atheïsten zich weren wijst op de verborgen verzwakking van het atheïsme. Dat was al de conclusie van de theoloog Wolfhart Pannenberg enkele jaren geleden.
1. Atheïsten vechten tegen een God die ze niet kennen.
- Feitelijk zetten zij zich af tegen een verkeerde godsvoorstelling, die vaak bij bepaalde christenen leeft: een God toverfee, alleen invaller die de gaten stopt, redplank in nood, of die alleen maar de ingenieur-architect is van de kosmos en de eerste voetbalstoot eraan heeft gegeven om die dan los te laten… Atheïsten wijzen veelal een god af die er niet is. Maar meteen sluiten ze zich bewust of onbewust af voor de God die ze nog niet hebben ontdekt: het alles overstijgende “oer-zijn”, de draagkracht van al wat betrekkelijk is, en de diepste zingeving ervan. Velen van hen menen dat wetenschap de veronderstelling van God overbodig maakt. Doch geloof en wetenschap zijn twee verschillende domeinen rond het bestaande. Wetenschap houdt zich bezig met de mechanismen in de wereld. Wijsbegeerte en godsdienst benaderen de wereld vanuit een andere dimensie, vanuit de hoek van de laatste zingeving. Daarom erkennen ze God als ‘de gans andere’ en als mysterie. Voor hardnekkige atheïsten is de zinvraag overbodig. Hun wereld vraagt niet naar zingeving.\
- Het is nu verbazend hoe de nieuwe atheïsten de godsdienstzin als een ziekelijkheid beschouwen, als onwaar en verderfelijk. Ze maken zich zorgen dat het godsgeloof steeds weer opflakkert. Het geloof in de gewezen Sovjet-Unie is nu ondanks 70 jaar atheïstisch communisme springlevend. Zij willen de mensheid van dat virus genezen, net zoals de mens moet bevrijd worden van drankzucht en drugverslaving. Daarom moet volgens hen de overheid instaan voor een ontmoedigingsbeleid tegenover al wat religie is, zoals voor rook- en drankverslaving. Alle godsgeloof moet daarom weg uit het onderwijs, uit de ethiek, uit de politiek. Zo moet het verbod op godslastering afgeschaft. We zijn niet ver van de marxistische slogans: “religie is opium van (Marx) en voor (Lenin) het volk”. Paul Cliteur en Dirk Verhofstadt bedienen ons van pamfletten: “Hoe komen wij van religie af ?”
2. God is niet een uitvinding maar en ontdekking.
- Het lijkt juist andersom. Een wereld waar God verdwijnt wordt opnieuw de chaos. De mens zonder God verliest de zingeving van zijn leven en wordt juist ziek, terwijl precies in een wereld van verloedering de ware therapie gelegen is in zijn vertrouwvolle omgang met de levende God. Svetlana Stalin, dochter van Stalin, zonder God opgevoed, beweerde ruim veertig jaar geleden dat het haar onmogelijk was te leven zonder Gods aanwezigheid in haar hart. Carin Shoolbred was 41 toen ze begin deze eeuw na een liederlijk leven, haar leegheid kotsbeu, binnentrad in de karmel van Gent. De astrofysicus en voormalig atheïst Hubert Reeves komt ons nu zeggen dat God plaats heeft gekregen in de kern van onze zekerheden en dat wij het diepst in zijn geheim betrokken zijn. Paus JP II vertelde eens hoe hij, toen aan het seminarie van Krakau verbonden, bezoek kreeg van een Russische militair, die een andere levensweg zocht: “Ik heb altijd geweten dat God bestond; maar ik zou er meer willen over leren”. Er is een schrijnende onwetendheid over het geloof.\
- Met pedagogische geleidelijkheid heeft God in de geschiedenis laten blijken wie Hij is. Sinds onheugelijke tijden geloven alle culturen in het goddelijke. Met de aarstvaders en Mozes heeft God zich te kennen gegeven als een levende liefhebbende werkelijkheid. Deze openbaring kwam ten volle naar ons in Jezus Christus, Woord van God: “Hij die in de schoot van de Vader is, heeft Hem doen kennen.” In Jezus ontdekken we op menselijke wijze wie God is. Hij is het prisma voor de zon. We vernemen dat Hij liefde is en ook gemeenschap. De oudste tekst over de H. Drie-eenheid hoorden we in het slot van het Matteusevangelie: “… doop hen in de naam van de Vader en de Zoon en de heilige Geest” (Mt 28,19). Mensen vinden dit mysterie niet uit. Het is geen projectie. Het is ons geschonken. God is altijd verrassend anders. Het huidig atheïsme kan ons helpen om ons godsgeloof te zuiveren en ons ervoor te behoeden een godsbeeld te maken naar eigen wens en zin. Dit geheim werd ons gegeven niet om het rationeel te doorgronden, maar om het te beleven: “begrijpen met ons hart en voelen met de geest” (Theodor Fontane), opdat we God God zouden laten zijn, zoals Hij is en wil zijn, en niet zoals wij Hem zouden willen of wensen, opdat wij in eenklank met Hem, de Bron van liefde, zorgen voor een betere wereld in liefde en in waarheid.