Wie van u, hier aanwezig, is leerling? Mag ik vingers zien? (…) Op zaterdag 17, op zondag ongeveer 50 noemen zich leerling; sommigen roepen dat we dat allemaal zijn. Waarom ik het vraag, is natuurlijk omdat Jezus vandaag in het evangelie de opdracht geeft: ‘Maak alle volkeren tot leerling.’
Vorige week was het Pinksteren. We hoorden hoe de Geest van God over de leerlingen van Jezus kwam en ze in vuur en vlam zette, om in navolging van Jezus voortaan in woord en daad zijn boodschap uit te dragen dat God Jezus uit de dood heeft doen opstaan en dat Gods koninkrijk op handen is. Na Pinksteren mogen ook wij als leerlingen van Jezus delen in die opdracht om de boodschap uit te dragen van Gods liefde, de boodschap van Pasen dat onze God, de God van Jezus Christus een bevrijdende God is, die ons geluk wil op de plek die God voor ons bestemd heeft, die wil dat wij leven, en hoe!
Vandaag, een week later, vieren we het feest van de H. Drie-eenheid. Een moeilijk feest omdat de Drie-eenheid van de ene kant de kern van het christendom is - in die naam zijn wij gedoopt, maken we het kruisteken, en drukken we uit wie God voor ons is - terwijl van de andere kant de Drie-eenheid niets meer is dan theologische formuleringen die er in de loop van de eeuwen bij gekomen zijn, waarbij we het risico lopen dat we alleen met ons hoofd, ons verstand worden aangesproken en ons hart en ons gevoel volstrekt niet geraakt worden. Zaak dus om ons te concentreren op wie God voor ons is, want als het feest van de Drie-eenheid één ding wil doen, is het ons laten zien dat God zelf liefde is, dat God één grote liefdesrelatie is, en die liefde met ons wil delen.
Laten we eens kijken hoe de lezingen van vandaag ons kunnen helpen dit te ontdekken. In beide lezingen horen we hoe de grote leider (in Deuteronomium Mozes, in Matteüs Jezus) zijn laatste boodschap meegeeft, vlak voor hij er niet meer zal zijn, als een testament. Beiden geven de aansporing om ook daarna te blijven onderhouden al wat zij (in naam van God) hebben geboden.
Heel het boek Deuteronomium, het vijfde en laatste van de vijf boeken van Mozes, bestaat uit redevoeringen van Mozes aan het eind van zijn leven, aan de overkant van de Jordaan, dus vóór het volk van Israël het land van de belofte ingaat, om zich, eenmaal in het land, te blijven herinneren hoe God hen heeft bevrijd uit Egypte en hen veertig jaar heeft geleid door de woestijn. Daarbij benadrukt Mozes de unieke relatie die God heeft met zijn volk Israël. ‘Heeft ooit een volk een god uit het vuur horen spreken, en dit overleefd?’ Een rechtstreekse verwijzing naar hoe God zich aan Mozes heeft geopenbaard in de doornstruik. Toen maakte God zich bekend als de God van hun geschiedenis en toekomst, de God van hun voorvaderen Abraham, Izaak en Jakob, die voor hen de naam droeg: ‘IK BEN’, of ‘Ik zal er zijn voor jullie’: Ik zal jullie bevrijden.
In het evangelie horen we hoe Jezus na zijn verrijzenis nog één keer aan zijn leerlingen verschijnt, hun zegt dat God hem alle macht heeft gegeven, op deze aarde, en in Gods hemel boven de aarde. Hij belooft zijn leerlingen dat hij hen niet in de steek zal laten en verwijst daarvoor naar de naam van God: Ik ben. ‘IK BEN - Ik zal er zijn voor jullie’ wordt nu: ‘Ik ben met jullie, alle dagen, tot aan de voleinding van de wereld.’ Met die boodschap eindigt bij Matteüs het evangelie van Jezus, waarbij hij zijn leerlingen de opdracht geeft om alle volkeren tot leerling te maken, dus niet langer alleen het volk van Israël, maar alle volkeren, wereldwijd.
Als ik nu vandaag, twintig of veertig eeuwen later, naar deze boodschap probeer te luisteren en wil verstaan wat God mij - of misschien ook wel ons - wil zeggen, dan hoor ik dit:
Ik ben met je, wat er ook gebeurt, in heel je leven.
Wees niet bang.
Wees een vreugdevolle, moedige getuige van Mij en mijn liefde.
Kijk maar naar hoe Ik mijn volk trouw ben gebleven.
Kijk maar hoe Ik mijzelf heb laten zien in het leven van Jezus,
en over zijn dood heen, tot op vandaag.
Wees dus niet bang.
Leerling mag je wezen, levenslang.
Je bent nooit te oud om te leren.
Míjn leerling mag je wezen.
Ik doop je in mijn geest, de Geest van Jezus.
Kijk maar naar hem.
Dan zie je hoe dicht Ik bij jullie ben.
Kijk maar naar hem.
Dan zie je hoe prachtig mooi en liefdevol een mens kan zijn, beeld van Mij, van mijn liefde.
Versta je wat Ik vraag, als Ik zeg dat jullie mijn getuigen mogen zijn, in heel deze wereld?
Dat je dit geloof, jullie vertrouwen in Mij, met enthousiasme deelt met alle volkeren van de wereld.
Niet superieur, niet met geweld, maar op de manier van Jezus, in betrokkenheid op je medemens.
In zijn Geest mag je leven.
Zo kan ik de Drie-eenheid verstaan: vanuit de liefde die Jezus verbond met zijn Vader, vanuit hun Geest mag ik leven, en mijn leven delen met anderen, zoals God zijn leven en zijn liefde wil delen met ons mensen. Geloven in de Drie-eenheid is: staan voor een God van bevrijding uit alle onmenselijkheid, is: in het spoor van Jezus Messias werken aan Gods koninkrijk, is: vervuld en enthousiast zijn door hun Geest.
Nu laat ‘de voleinding van de wereld’ wat langer op zich wachten dan men toen dacht. Volgens sommigen staan we met onze wereld zelfs nog maar pas aan het begin. Wie weet? Het doet in elk geval niets af aan Gods liefde of aan onze opdracht om te getuigen van die liefde. En het perspectief blijft dat wij leerling zijn en blijven op de weg naar Gods koninkrijk. Dat blijft het perspectief, ook als onze wereld tegenwoordig zoveel complexer is, en zoveel kleiner. Wie had bijvoorbeeld ooit kunnen denken dat wij verkiezingen zouden houden voor Europa? Is daar vanuit dit perspectief iets over te zeggen, een christelijke boodschap van de Drie-ene God? Zonder iemand anders de maat te willen nemen of alsnog (een beetje te laat) stemadvies te geven, geloof ik dat God begrip heeft waar mensen bang zijn voor de islam - angst is heel menselijk -, dat God de ambities waardeert van mensen voor een economisch sterk, leidinggevend Europa - ook rekening houdend met het echte leed dat de huidige crisis bij vele mensen aanricht -, dat God ieder van ons liefheeft, zeker ook degenen die denken dat het toch allemaal niets helpt, en die daarom niemand meer hun vertrouwen geven en daarnaar ook (niet!) stemmen.
En tegelijkertijd zeg ik vanuit ditzelfde geloof in onze liefdevolle Drie-ene God: zou God niet veel meer ieder van ons, en ons allen samen oproepen om vanuit - hoe je het ook wendt of keert - ons rijke Europa onze mogelijkheden te benutten om samen te bouwen aan een wereld, waarin ieder mens, ongeacht afkomst, sekse of geloof, zich veilig mag weten, materieel niet tekort komt, en vooral niet tekort komt aan waardering, respect en liefde.
Volgens mij hebben ook wij christenen in het voetspoor van Jezus hier nog een hele weg te gaan. Kortom, met vallen en opstaan mogen wij zijn leerling zijn, leerling van onze liefdevolle God. Daarom hoop ik dat er, als wij de kerk uitgaan, inderdaad allemaal durven zeggen: ‘Ik ben leerling.’
Leerling van onze liefdevolle God (2009)
B-cyclus · Tijd door het jaar · Triniteit · wit