Een collega vertelde mij over haar dochtertje: het kind zat op de grond te tekenen. Ze gebruikte alle kleuren uit haar kleurdoos om grote cirkels, kringen en krassen op het papier te tekenen. Haar moeder vroeg belangstellend: wat ben je aan het tekenen? Wat wordt het?
Zonder op te kijken zei het kind: ik teken God. Haar moeder greep het moment aan om iets over God te vertellen. “Je kunt God niet tekenen want we kunnen God niet zien”, zij ze. “En we weten niet hoe God eruit ziet”. Het kind stopte even met tekenen, keek haar moeder aan en zei toen: “dan weet je het nu wel!”
Een kind probeert God te tekenen en het gebruikt daarvoor alle kleuren die het heeft en alle vormen die het kent. Ik denk dat het een goed beeld is over de manier waarop wij aan elkaar iets van God duidelijk proberen te maken. Als we iets over God willen zeggen dan hebben we alle beelden, alle woorden alle kleuren die we kennen nodig. En als gelovige mensen weten we dat het nog niet genoeg is, hoe God is, wie God is en hoe God eruit ziet zullen we met onze menselijke vermogens nooit kunnen vatten.
Mensen hebben altijd geprobeerd om tot het geheim van God door te dringen. Van Augustinus de kerkvader wordt verteld hoe hij steeds weer probeerde om tot het geheim van God door te dringen. Hij was bezig aan een dik boek over de Drie-eenheid en om zijn gedachte te ordenen dag liep hij langs het strand. Diep in gedachte, liep hij te piekeren en te piekeren: hoe is het mogelijk: Één God en drie personen. Hoe hij ook dacht, hij kon het niet begrijpen. Hij had niet gezien dat een klein jongetje op het strand heen en weer liep en hij struikelde bijna over het kind. Hij bleef staan en zag toen dat het jongetje steeds met zijn emmertje heen en weer liep tussen een kuil die hij had gegraven en de zee. Wat ben jij aan het doen? Vroeg hij. Ik ga al het water van de zee in mijn kuil doen, zei het kind. Augustinus lachte, dat kan toch niet, je kunt toch niet heel de grote zee in die kleine kuil van jou doen!
Toen zei het kind: als al het water van de zee al niet in deze kuil kan, hoe wil u dan met uw menselijke verstand, het geheim van God begrijpen? Het verstand van mensen is toch veel te klein voor dat grote geheim dat God is.
Onze mensen verstand te klein om het geheim van God te begrijpen. Alleen ons hart kan iets vermoeden van de rijkdom en de diepte van God.
Vandaag vieren we dat wonderlijke geheim van God.
In het evangelie horen wij hoe de leerlingen door Jezus uitgezonden worden om overal te vertellen van het geheim van God, en mensen te maken tot leerlingen, hen te dopen in de naam van God, die door Jezus genoemd wordt Vader, Zoon en heilige Geest. Het zijn dezelfde woorden waarmee al bijna 2000 jaar mensen op weg gezet worden, de weg die Jezus ons is voorgegaan, een weg van verbondenheid met God, liefde tot God, die zichtbaar wordt in de manier waarop we met elkaar omgaan.
God die zich aan ons laat kennen als Vader, de bron en de oorsprong van alles. In die bron van leven en liefde heeft ook ons eigen leven haar oorsprong. En als we van God zeggen dat God als een Vader en Moeder ons in het leven heeft geroepen en over ons waakt, dan weten we dat ons leven een bedoeling en een bestemming heeft. We zijn niet zomaar toevallig ontstaan en ons leven verdwijnt ook niet in het niets. Ons leven is gewild, het heeft zin en betekenis. En er is Iemand die ons draagt en koestert, die ons opvangt als we wegvallen uit dit leven.
God laat zich aan ons kennen als Jezus, de Zoon. God komt ons nabij in een mens die hier onder ons heeft gewoond. Jezus die ons leert hoezeer God van mensen houdt en die ons voordoet hoe wij van God en van mensen kunnen houden. En als we niet meer weten hoe het verder moet in het leven, als het kruis zich aandient, als we ontmoedigt raken en zonder hoop, dan laat Jezus, de Zoon ons zien dat lijden en dood niet het laatste woord hebben. Het laatste woord is aan het licht en het leven. Jezus laat ons zien dat het leven nooit zo donker kan zijn, of ergens daagt weer het licht, gloort weer de nieuw morgen.
God laat zich aan ons kennen als de Geest, de goede kracht van God zelf. Die goede Geest komt ook over ons, het is de kracht die maakt dat we kunnen blijven geloven in het goede.
De Geest wakkert ons aan, wil ons enthousiast maken en uithoudingsvermogen geven. De goede Geest van God helpt ons om uit onze eigen kleine kring te breken, ons niet te laten verlammen door tegenvallers en onmacht, maar te geloven in onze mogelijkheden. De Geest maakt dat mensen elkaar verstaan en begrijpen, want de Geest spreekt de taal van de liefde. De Geest verbindt ons met elkaar, maakt ons tot kerk en bindt ons aan onze God.
Op de vraag: Wie is God? Kunnen we natuurlijk een prachtig antwoord uit de katechismus geven, maar erg ver kom je er toch niet mee. We kunnen beter vragen aan elkaar Wie is God voor jou? En voor jou? En voor U?
En dan proberen te ontdekken wat mensen bezielt. Kijken naar het heilig vuur dat in hen brandt. Kijken hoe Gods scheppende kracht zichtbaar wordt in mensen in hun liefde voor elkaar, in de mogelijkheid van nieuw leven dat geboren wordt. We kunnen kijken hoe Gods trouw zichtbaar wordt in mensen die zorg dragen voor elkaar, in mensen die ondanks zware zorgen blijven vasthouden aan Gods trouw. We kunnen iets van God ontdekken in het goede dat gebeurt, dichtbij ons, en verder weg.
We vieren vandaag het geheim van God, geen verre vreemde God, maar een God van liefde die met ons meetrekt door het leven, en die zich laten kennen als de Oorsprong en de Bron van alle leven, als Gods mens geworden woord van liefde, en als de bezielende kracht die ons bindt en verder draagt, kortom met de woorden uit het evangelie: God die met ons meetrekt als Vader, Zoon en heilige Geest.