Het zal u ook wel eens overkomen zijn dat u door omstandigheden terechtkwam in een gezelschap waarvan u nauwelijks iemand kende. De een stelt zich voor als mevrouw van der Vlist of Sonja de Waal, van Dijk of Dirk. Het zegt iets, maar niet veel. In het gesprek gaat het over iemand die ze de “dokter” noemen omdat hij steeds goede raad heeft voor iemands gezondheid, een ander wordt aangeduid met “de slimme” omdat hij zo schrander uit de hoek kan komen. Zo zijn er heel wat mensen die met meer namen gesierd worden dan alleen de familie- of voornaam. Niet dat ze daar helemaal mee beschreven zijn, want “de dokter” kan tegelijk ook nog heel slim zijn en “de slimme” kan tegelijk ook nog saai zijn en nog veel meer. Het ligt er niet alleen aan hoe iemand is, maar ook hoe hij of zij bij een ander overkomt en dat kan heel verschillend zijn.
We kennen ze ook uit de geschiedenisboeken: Lodewijk de Vrome, Willem de Zwijger. Die namen zeggen wel iets maar niet alles. Lodewijk zal toch nog wel meer dan alleen maar vroom geweest zijn en Willem zal toch ook wel eens iets verstandigs gezegd hebben. Paus Johannes Paulus de Tweede noemen ze wel eens “de onfeilbare”, omdat hij graag bindende uitspraken doet, maar hij heeft gelukkig nog heel wat andere, goede dingen gedaan.
Op deze Drievuldigheidszondag komen we natuurlijk terecht bij de namen die mensen aan God gegeven hebben. Dat zijn er heel veel, want Hij is bij heel veel verschillende mensen ook heel verschillend over gekomen. “Hij die met ons mee trekt, Jahwe dus. Het joodse volk heeft zijn nabijheid gevoeld toen ze op tocht waren naar het beloofde land. En nog wordt Hij door velen zo ervaren. De Gerechtige, omdat we erop vertrouwen dat het goede wordt beloond en het kwade gestraft. De Almachtige omdat Hij tot meer in staat is dan mensen, de Schepper, omdat wij Hem aan de oorsprong plaatsen van al wat is. We noemen Hem Herder of iemand waagt het Hem onze Broeder te noemen. Maar veel meer nog dan bij mensen het geval is ontsnapt Hij aan onze voorstellingswijze en beschrijving. Ook dat proberen we uit te drukken en noemen Hem de Eeuwige, de Oneindige, de Onnoembare. Klein en onmachtig willen we Hem toch een plaats geven in ons leven, niet te ver van ons vandaan als het even kan. Daarbij worden we geholpen door de namen waarvoor Jezus Christus koos: God, onze Vader, zoals wij vaders kennen die zorgen voor hun vrouw en kinderen, God de Zoon, die ons zo nabij is gekomen dat Hij in leven en lijden deelde en tot ons sprak, God de Geest, die nog steeds mensen begeesterd tot het goede van God zelf. En toch blijft het zo dat wij Hem op geen stukken na doorgronden. Heel veel namen voor die ene God die er wil zijn voor mensen. Vader, Zoon en Geest, die voorkeursbenamingen hebben we overgenomen, we hebben er een dag aan gewijd, deze Drievuldigheidszondag, zo voorbij. Hij mag ook morgen niet te ver weg raken en daarom roepen wij Hem telkens weer bij ons met een gebaar dat wij het kruisteken noemen, nu eens nadrukkelijk, dan weer wat al te schielijk. Hoe eenvoudig het ook is wat we doen, we zouden het willen doen, zoals Hij, namens Hem: + In de naam van Vader en de Zoon en de Heilige Geest. Amen