En hoe gaat ’t met Lisa?" Gisteravond, dierbare gasten en parochianen van deze Vredeskerk; gisteravond na de kindermis bezocht ik een goede vriendin van mij. Ze had mij uitgenodigd voor het eten. Voor ’t eerst in vele maanden spraken wij elkaar weer eens uitgebreid en zoals dat dan gaat in zulke omstandigheden passeerden vele mensen de revue: haar en mijn familieleden, vrienden en andere bekenden. Zo vroeg ik haar ook naar Lisa, een vriendin van haar, halverwege de dertig, getrouwd en twee kinderen. “Heeft ze nog veel verdriet vanwege haar broer?” vroeg ik. Die broer, veelgeliefden, is vier jaar terug ergens in de Alpen van een berg gevallen. “Ja,” zegt die vriendin, “ze missen ‘m nog altijd heel erg … Vooral haar ouders … Die kwakkelen met hun gezondheid. Haar moeder heeft een tijdje terug een ongeluk gehad … Heel érnstig was ’t niet … Maar op de één of andere manier blijft ze er last van houden. En ik vraag me dan af, in deze omstandigheden: is ’t nou lichamelijk of is ’t nou mentaal?” - Het was duidelijk ’t vermoeden van deze vriendin van mij dat het tobben van de ouders van Lisa iets, véél, te maken heeft met het verdriet om de plotselinge dood van hun enige zoon. “Het was ook altijd zo’n vrolijke, vriendelijke, opgeruimde jongen …” Dat díe nou juist zó moest sterven - dat begrijp je niet."
Is ’t nou lichamelijk of is er iets anders aan de hand? Die vraag, veelgeliefden, kunnen we ons ook stellen bij de man, de verlamde man, die we tegenkwamen in de eerste lezing op deze dag, het derde hoofdstuk uit het Boek der Handelingen van de Apostelen - het geboorteverhaal van de kerk: Jezus is weg, maar Zijn leerlingen nemen de fakkel over, gaan in Zijn Geest verder … Vanaf de moederschoot was hij verlamd, zo wordt ons verteld over die man. En iedere dag wordt hij naar een poort, “de Schone”, van de tempel gedragen waar hij dan een beroep doet op de barmhartigheid van de mensen en zijn hand ophoudt. Petrus en Johannes lopen langs - Jezus’ leerlingen; dezelfde twee die in het Johannes-evangelie ná de vrouwen ook samen bij Jezus’ lege graf komen.
Ogen
Zij passeren de verlamde man. Hij spreekt ze aan. Hij vraagt om een aalmoes. En dan staat er: “Petrus keek hem doordringend aan, evenals Johannes, en zei: “Kijk ons eens aan! Hij hield het oog op hen gericht in de veronderstelling iets van hen te krijgen.” Die ogen, lieve mensen, die ogen … Heel opvallend in deze passage hoeveel nadruk er wordt gelegd op de ontmoeting van de ogen. Ik denk: daarin gebéurt het eigenlijk al. Daarin gebeurt zoveel! in de ontmoeting van onze ogen! “Ogen zijn de spiegel van de ziel” zeggen we. Ik denk dat het waar is. Alles wat er in je is, aan angst en vertrouwen, aan liefde èn aan wantrouwen en kilte: de verschillende zielsbewegingen strijden in ons om voorrang, in de ogen is het allemaal aanwezig en kan het gezien worden. Daarom vinden sommige mensen (ikzelf incluis) het soms moeilijk om andere mensen aan te kijken. Want je zou jezelf soms willen verbergen, maar dat kán niet, want de ogen zijn een open boek - daarin staat het allemaal te lezen.
Hert
“Petrus zei: “Zilver en goud bezit ik niet, maar wat ik heb, dat geef ik u: in naam van Jezus Christus de Nazoreeër, kom overeind en loop.” Petrus’ bezit is dus een naam, de naam van Jezus. En die naam, veelgeliefden, is dus een kracht die verlamde mensen op kan richten en kan doen lopen, springen en dansen. “Jezus” die naam betekent: “God redt.” En de reddende God “geeft kracht aan knikkende knieën” en “dan danst de kreupele als een hert” - zo kunnen we lezen bij de profeet Jesaja (35, 6) en hier, in het derde hoofdstuk van het Boek der Handelingen van de Apostelen, hier zíen we het gebeuren: Petrus pakt de verlamde man bij zijn rechterhand (het wordt heel precies beschreven) en helpt hem overeind.
Hupsakee
En meteen komt er kracht in zijn voeten en enkels; “met een sprong ging hij staan en hij liep en hij ging met hen de tempel binnen, lopend en springend en God prijzend.” Niks geen fysiotherapie! Niks geen revalidatie! Hupsakee! Van een van de moederschoot af verlamde wordt de man in kwestie een dartel hert … De naam van Jezus is een kracht en Petrus heeft die kracht die in hem was aan die man gegeven door zijn doordringende ogen, door zijn gebiedende woorden en door zijn hand die ópricht.
Ik hóór U, veelgeliefden, innerlijk al sputteren en protesteren: Huh, lekker verhaal! Wel een beetje simpel! Ging ’t maar zo gemakkelijk! Waarom ik niet? Ik blijf er maar last van houden, van die rheuma, van die jicht, van die benen die niet meer willen. Ik ben veroordeeld tot de rollator of tot de rolstoel. Wanneer doet de naam en doet de kracht van Jezus eens iets voor mij?
Genezend
Ach ja, lieve mensen, dat blijft een mysterie … Het geloof is een kracht, onmiskenbaar. Het is een kracht die zéker ook fysieke effecten kan hebben (zoals trouwens ook het ongeloof - gezucht en gesteun, geklaag en gezeur kunnen heel veel met óngeloof te maken hebben). Geloof kan zéker letterlijk heilzaam en genezend zijn … De passage uit het Boek der Handelingen getuigt ervan … Wat er precies is gebeurd? We weten ’t niet. We waren er niet bij. Wij kénnen zelf die eerst verlamde en toen genezen man niet. Wij hebben hem niet medisch kunnen onderzoeken. Maar dat er iets bijzonders met hem gebeurd moet zijn - dat lijkt mij wel duidelijk. Hij was verlamd vanaf de moederschoot, zo werd ons gezegd. En toen de mensen hem helemaal in de gloria samen met Petrus en Johannes de tempel zagen binnengaan herkenden ze hem: ja, dat was de man die altijd bij de Schone Poort van de tempel zat voor een aalmoes, “en ze werden verschrikt en verrukt door wat er met hem gebeurd was.”
Lourdes
Evenzogoed kan die man later natuurlijk tòch weer opnieuw last gekregen hebben van z’n benen. Dat ’t herstel blijvend en voorgoed was, dat staat er niet bij. Een tante van mijn moeder, tante Cor, die verlamd was, genas óók na een bezoek aan Lourdes - maar helaas kwam de verlamming ook weer terug. Wij blijven mensen. En ons bestaan is ten dode en kan moeitevol en pijnlijk zijn, kan veel verdriet met zich meebrengen.
Knipoog
Maar af en toe is ’t net of God ons een knipoog geeft, een impuls van Zijn oprichtende kracht geeft, iets in mensen wakker maakt. Eén van ons heeft een zoon, begin veertig, bij wie zich onlangs een nare ziekte heeft geopenbaard. Maar het is net of die ziekte een kracht heeft losgemaakt bij zijn broer die al jarenlang psychisch zwaar leidt. Opeens is die jongen vanalles gaan ondernemen in het huis van zijn broer. Toch wel wonderlijk.
Catez
Elisabeth Catez werd geboren in 1880. Ze was een begaafde pianiste. Als kind en in de haar pubertijd ervoer zij dikwijls hoe ze innerlijk overspoeld werd door een zeer liefhebbende Aanwezigheid waarvan zij voelde: het is Jezus. Op 21-jarige leeftijd ging ze naar het klooster. En steeds meer werd zij geboeid door de inwoning in haar ziel van de drie goddelijke personen: Vader, Zoon en Geest. Op 26-jarige leeftijd sterft zij. Ze is bekend geworden als de heilige Elisabeth van de Drieëenheid. En ik wil U tot besluit van deze verkondiging op dit feest van de Heilige Drieëenheid graag voorlezen een beroemd gebed van deze Elisabeth. Het is een wat langere tekst die enige concentratie vraagt. Ik zal langzaam lezen en ik stel voor dat U maar even de ogen sluit:
" O mijn God, Drieëenheid die ik aanbid, help mij mijzelf totaal te vergeten
om mijn intrek te nemen in U, in eenheid van hart en in vrede, gevestigd in uw eeuwig nù.
Moge niets mijn vrede verstoren, niets mij wegtrekken van U, o mijn onveranderlijke God!
Elke minuut voere mij verder binnen in de diepte van uw Mysterie.
Breng mij tot rust en stilte - mijn hart een hemel voor U, een geliefd thuis waar U rusten kunt!
Dat ik U daar nooit alleen laat: ik wil bij U zijn met heel mijn wezen, eel wakker in geloof,
geheel en al aanbidding, helemaal prijsgegeven aan uw scheppende kracht!
O mijn Christus die ik bemin, gekruisigd uit liefde, ik zou een bruid willen zijn voor uw hart,
U met heerlijkheid (willen) bekleden, U (willen) liefhebben tot ik ervan sterf …
Maar ik voel mijn onmacht en daarom vraag ik U:
“Bekleed mij met Uzelf”, maak mij één met de stroming van uw Wezen,
overrompel mij, eem mij in bezit - alle plaats voor U!
Dan wordt mijn leven enkel nog een uitstraling van uw Leven …
Kom in mijn de Vader aanbidden, kom in mij de wereld met U verzoenen,
kom in mij als God die redt!
O Woord van mijn God, eeuwig uitgesproken, mijn leven wil ik doorbrengen
al luisterend naar U: één en al ontvankelijkheid om alles van U te leren …
Door alle nachten heen, In elke leegte, In iedere onmacht: mijn blik vast op U! Blijven in uw grote Licht!
Gij zijt de Zon die mij aantrekt! Boei mij zozeer dat ik uw lichtkrans nooit meer kan verlaten.
Geest van liefde, Vuur dat verteert, “Kom over mij” en laat het Woord als het ware weer mensworden in mij.
Mocht ik Hem nog een mens-zijn erbij aanbieden waarin Hij heel zijn Mysterie opnieuw kan doorleven.
O Vader, buig U neer over uw arm, klein schepseltje. “Overschaduw mij”,
en zie in mij nog enkel “Hem in wie U al uw vreugde vindt”.
O mijn Drie, mijn Alles, ijn Hemel, oneindige Enige, Onmetelijkheid waar ik in opga,
ik schenk mij aan U weg als uw algeheel bezit …
Kom in mijn diepste wezen: In U geborgen zal ik wachten
tot ik in uw Licht mag zien uw eindeloze Heerlijkheid.”
Moge Hij, lieve mensen, de Drieëne God, zó of anderszins mèt ons zijn, alle dagen, tot aan de voleinding van de wereld. Amen.