Ik wil met U wat nadenken over God. En ik heb hier een klein doosje: hier zit God in. Uw eerste gedachte is waarschijnlijk: dat kan toch niet: God is immers oneindig groot, zo hebben we dat toch geleerd. Dat klopt, maar we vergeten dan dat God geest is en een geest neemt geen ruimte in. Dus past God met het grootste gemak in dit doosje. Het is trouwens een leeg doosje maar juist in die leegte zit God. Toch blijft het voor ons gevoel een onmogelijke gedachte.
Als we in een heldere nacht naar de hemel kijken, naar die onvoorstelbaar oneindige ruimte vol sterren en planeten, dan hebben we veel meer het gevoel: daar is God. Maar nogmaals, God neemt geen ruimte in.
Waar is God? God is in de hemel, is meestal het antwoord. Maar eigenlijk klopt dat antwoord niet, het is andersom: waar God is, is de hemel, je mag ook zeggen: God is de hemel. God zit in dit kleine doosje, dus de hemel zit ook in de kleine doosje. En al die miljarden mensen die gestorven zijn, die naar God zijn gegaan, die passen allemaal in dit doosje, want geesten nemen geen ruimte in. Dit is natuurlijk een beetje spelen met woorden.
Toch is het goed te bedenken dat we God niet kunnen vangen in woorden: al onze menselijke begrippen schieten tekort als het gaat om God. Wij denken altijd in termen van tijd en ruimte, we kunnen niet anders, wij kunnen allerlei menselijke zaken min of meer benoemen, maar als het gaat over God, staan we eigenlijk met een mond vol tanden.
Bij elke woord dat we over God zeggen, moeten wij erbij zeggen: zoiets kun je van God zeggen en tegelijk is het heel anders. Daarom moeten we ook heel voorzichtig zijn met allerlei formuleringen die op God betrekking hebben.
Vandaag vieren we het feest van de H. Drie-eenheid, dat is ook een poging om iets van God te zeggen, een waardevolle poging, maar ook deze formulering is maar heel betrekkelijk.
In onze joods-christelijke traditie hebben mensen God ervaren als een vader: een schepper die hart heeft voor de mensen, een goede vader, een goede herder, zoals we die kennen uit eigen ervaring. Een heel mooi en zinvol beeld, maar het is en blijft een beeld. Bovendien kan het een verkeerd beeld oproepen. Iemand die zelf een heel strenge aardse vader heeft, of een vader die meteen straft, of een die mishandelt, die kan God ook niet zien als een goede Vader.
Jezus wordt altijd gezien als de gezondene van God, in hem werd God een beetje zichtbaar in de wereld. Hij wordt zoon van God genoemd, en zo spreekt men van God de zoon, een mooie titel die meer zegt over Jezus dan over God zelf. Eigenlijk kun je ook zeggen: God wordt een beetje zichtbaar in elke mens, minstens in elke mens die goed leeft, die leeft in de geest van Jezus en de geest van Jezus was de Geest van God. God de heilige Geest, die mensen in beweging houdt op de weg van Jezus.
Zo kennen we in de christelijke traditie God, als Vader, Zoon en H. Geest. Maar kennen we daarmee God? Ja, een heel klein beetje, maar het is a.h.w. meer een soort kapstok waaraan we enkele gedachten omtrent God ophangen. Wie meent alles over God te weten, houdt zichzelf voor de gek.
Ik kom nog even terug op dit doosje. Je kunt ook zeggen: ieder van ons is zo’n doosje, en iets van God zit in ieder van ons. Maar we kunnen alleen iets van die goddelijke tegenwoordigheid voelen als we ons doosje ook leeg laten.
Als we het vol stoppen met allerlei formules en weetjes, is er geen ruimte meer voor God. Als we het vol stoppen met onze dagelijkse zorgen, met onze drukke agenda en haastige manier van leven, dan hebben we geen ruimte meer voor God, want we kunnen alleen iets van God voelen als we van binnen een soort leegte en stilte scheppen.
Slimmeriken onder u zullen misschien zeggen: Maar als God geest is en geen ruimte inneemt, dan kan hij er altijd nog bij, ook al is ons doosje vol andere zaken. Toch hebben ze geen gelijk, want het probleem ligt niet in God, maar in onszelf. Als ons hoofd en ons hart vol zitten van allerlei aardse zaken, dan kunnen we geen aandacht meer opbrengen voor hogere zaken, voor God dus.
Daar ligt ook precies het grote probleem van onze tijd. Velen hebben het zo druk met van alles, dat God de kans niet krijgt onze leegte te vullen met zijn aanwezigheid. Onze wereld is zo lawaaierig dat we Gods spreken niet meer horen. En dan zeggen velen: God bestaat niet. God bestaat wel, maar velen kunnen hem niet meer vinden omdat ze in hun leven geen ruimte meer voor hem hebben.
Feest van de Heilige Drie-eenheid (2003)
B-cyclus · Tijd door het jaar · Triniteit · wit