Tot drie kunnen tellen

B-cyclus · Tijd door het jaar · Triniteit · wit

Hoogfeest van de H. Drie-eenheid Cyclus B 2012 Rom 8, 14-17

Mt 28, 16-20

- tot drie kunnen tellen -

Beste vrienden,


“Die kan zelfs niet tot drie tellen!” het is een uitspraak waarmee we vertrouwd zijn. Een uitspraak waarmee we iemand doorgaans niet alleen een gebrek aan wiskundige kennis attesteren, maar wel degelijk zijn ganse verstandelijk vermogen in vraag stellen. Niet tot drie kunnen tellen is niets om fier op te zijn – het wil gewoon zeggen: Hij of zij is gewoon aartsdom!

Karl Rahner, één van de grote theologen van onze Kerk, heeft ooit de stelling geopperd dat wij, Christenen, ook niet tot drie kunnen tellen. Toch wel een krasse uitspraak, of niet?

Maar, we gaan ons niet opwinden en eens nagaan wat hij met die uitspraak bedoelde. Rahner was er namelijk van overtuigd dat veel Christenen, ondanks het feit dat ze de Drievuldigheid belijden, in werkelijkheid toch maar in één enkele, en niet in een drievuldige God geloven. Hij was van mening dat in de hoofden en de harten van de meeste gelovigen de voorstelling overheerst dat de ene en eeuwige God mens is geworden en op die manier één van ons is geworden. Basta!!

Maar die voorstelling is wel volledig tegenstrijdig met de leer van de Kerk over de Heilige Drievuldigheid.

Kunnen we dan toch niet tot drie tellen? Als we eerlijk zijn kunnen we die zienswijze van Karl Rahner niet echt tegenspreken. Kijk nu eens gewoon naar vandaag: Het is Drievuldigheidszondag - weliswaar een Hoogfeest – maar toch echt niet te vergelijken met Kerstmis, Pasen of Pinksteren. Er is geen „tweede drievuldigheidsdag“ en van volksgebruiken zoals een Kerstboom met kribbe of Paaseieren geen enkel spoor. Er is echt niets wat er op zou kunnen wijzen dat Christenen dit feest ooit met enthousiasme zouden gevierd hebben. Bij de meesten onder ons is die Drievuldigheid dan ook gewoon een ooit van buiten geleerde regel, die we eigenlijk nooit geheel in ons opgenomen, laat staan begrepen hebben. Willen we de proef even doen? Ik geef u drie stellingen en dan kunnen jullie erover nadenken of je ze zou beamen of verwerpen:

1e stelling: Jesus is een mens zoals U en ik, die bij de doop in de Jordaan door een Goddelijke kracht werd vervuld en op die manier door God werd “geadopteerd”. Maar de oorspronkelijke, wezenlijke eeuwige God is toch de Vader! Juist of fout? Wel, als u denkt dat deze stelling juist is, dan raad ik u aan om gelijk waar asiel aan te vragen, maar niet in onze Kerk. Want als zogenoemde “Adoptionist” bent u in onze Kerk niet welkom.

2e stelling: Jezus is in zijn verhouding tot God niet gelijk van wezen, maar alleen „gelijkaardig aan God”. Juist of fout? Als u hier met “Juist” antwoordt, dan behoort u tot de Arianen en moet u onze Kerk ook de rug toe keren, want ook dat wordt door onze Kerk niet geleerd.

3e en laatste poging: In Christus zijn twee onvermengde en niet gescheiden naturen in één enkele persoon of Hypostase verbonden. Juist of fout? Als ge nu met fout antwoordt dan is dat echt verkeerd en zou je in vroegere tijden zeker met verbanning hebben moeten rekenen. Want die derde stelling is de echte omschrijving van dit geloofspunt.

Voelt u nu ook aan dat er ergens nog iets hapert aan ons begrijpen van die Heilige Drievuldigheid? Maar exact over deze drie formuleringen werden vroeger oorlogen ontketend, werden mensen verbannen en gedood, geëxcommuniceerd en onteigend; En vandaag? Vandaag worden er onder christenen weliswaar geen oorlogen meer gevoerd omwille van detailverschillen in geloofsovertuiging; maar het probleem dat we God in formuleringen willen vatten is gebleven.

Dat wordt ook aangetoond door het voorbeeld van een vormelig, die in plaats van over een “drie-ene” God over een “driebenige” God sprak. “Driebenig“ is ook te begrijpen – maar drie-enig of drievuldig? En omdat veel volwassen gelovigen gelijkaardige moeilijkheden ondervinden vragen ze zich soms af: Waarom is het eigenlijk belangrijk om in één God in drie Personen te geloven? Is het voor onze geloofspraktijk niet om het even of God nu uit één of uit drie personen bestaat? Opgelet: ook al komt het woord „Drievuldigheid“ in de Bijbel nergens voor, toch geeft die zelfde Bijbel ons een duidelijke boodschap mee. Het woord van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest wordt ons niet alleen door Mattheus als uitspraak van Jezus overgeleverd. Voor mij betekent dat: Christenen moeten op zijn minst tot drie kunnen tellen. Want onze God is niet “eenvoudig” maar „Drievoudig“. Maar hoe kunnen we dat zo uitleggen dat we het ook met ons hart kunnen begrijpen?

Hier kunnen de drie kernbegrippen Leven, liefde en Begeestering ons helpen. Want de God in wie wij geloven is een Levende, Liefhebbende en Begeesterende God.

Ik zou willen proberen om het zo uit te leggen:

1.) God is Vader en Hij is Leven: Het oude testament zegt ons dat Hij de wereld heeft geschapen. Daarbij kijkt Hij niet van op afstand op deze wereld neer, maar is steeds in haar onmiddellijke nabijheid. Hij is een levende God en de oorsprong van alle leven, ook het uwe en het mijne. Hij is het die ons doorheen onze levensgeschiedenis begeleidt. Een God die met ons voelt en aanvoelt. een God van het Leven, maar die niet alles bepaalt. Hij laat toe dat wij eigen wegen gaan en heeft veel geduld met ons. Hij is voor mij de barmhartige Vader die ons met wijd open armen vol liefde omarmt om ons leven in overvloed te schenken.

2.) God is Zoon en Hij is Liefde: God houdt van de wereld en van ons mensen, zo zeer dat Hij zelf mens is geworden. Jezus Christus is zo één met de Vader omdat Hij diens wezen, diens Handelen en diens Werken in de wereld heeft gebracht. Vooral in zijn helende aandacht voor de zwakken, de kansarmen, de verdrukten en de zieken. Die liefde leeft Hij voor tot de uiterste consequentie. Ook als het Hem het leven kost, als Hij tot misdadiger wordt bestempeld en zijn vrienden en vriendinnen Hem niet meer begrijpen, blijft Hij op die weg van de liefde en openbaart ons in zijn persoon God als iemand die zich gans aan de mensen heeft gewijd.

3.) God ist Heilige Geest en Hij is Begeestering: De Bijbel verhaalt bijna op elke bladzijde dat onze God een begeesterende God is. Hij is niet iemand die onverschillig staat tegenover de mensen en de wereld. Lijden, ziekte en dood laten God niet ongeroerd, want zij zijn in tegenspraak met het leven en de liefde. Maar die begeestering voor God kan alleen ervaren worden door iemand die ook het lijden aan God kent. Hoe dikwijls blijft Hij niet onbegrijpelijk voor ons? Hoe dikwijls verstaan we Hem gewoon niet? Hoe dikwijls is het niet in en om ons heen zo duister dat we geen licht meer zien en we de indruk hebben dat er achter de horizon niets meer is. Maar Gods Geest wekt tot leven op! Hij is het die ons voor het leven en voor de liefde terug in beweging brengt. Begeesterend zet Hij ons aan om ons voor onze medemensen, voor de natuur, voor de liefde onder elkaar en voor de ganse schepping in te zetten.

Drie begrippen die kenmerkend zijn voor de drievuldigheid: Leven, Liefde en Begeestering. En opdat we dat niet meer zouden vergeten moeten we de besluiten daaruit trekken: wij Christenen moeten levendig, liefdevol en begeesterd zijn. Want dan pas zorgen wij er voor dat God niet alleen in woorden, in formuleringen en in beelden blijft steken.

Gods werkelijkheid wil in ons leven en in ons handelen tot uiting komen – Hij wil op die manier ook vandaag nog door ons in de wereld komen. Als Vader, Zoon en Heilige Geest – als één God voor ons!! En op die manier kunnen wij Christenen niet alleen tot drie tellen, maar met Zijn drievoudige hulp kunnen we dan ook alle problemen van het leven aan. Amen.

Zoeken in Preken Online