Macht om zonden te vergeven

B-cyclus · Tijd door het jaar · 7e zondag · groen

Marcus heeft een duidelijke lijn in zijn evangelie. Hij heeft ons verteld wat Jezus op een gewone werkdag allemaal deed. Mensen bevrijden van verslaafdheid; mensen een nieuwe levenskans geven; en de dag besluiten met gebed. Dat was een dag uit Jezus’ leven. En toen vertelde hij - en dat is als een vlag die boven zijn hele evangelie wappert - dat Jezus een melaatse aanraakte. Tegen alle voorschriften in, volkomen onverantwoord, maar wel buitengewoon heilzaam voor iemand die melaats verklaard wordt. Want een mens mag niet uitgestoten zijn, niet door een wet, niet door het gezag, door niemand. Een mens die alleen wordt gelaten is nergens meer. Jezus raakte een melaatse aan, en dat betekende de genezing van die man.

Het is duidelijk dat iemand met zulke ideeën in conflict komt met gangbare opvattingen. En hier begint het evangelie van vandaag. Het eerste van vijf conflicten. Jezus beweert dat mensen zonden kunnen vergeven. Maar dat is niet de gangbare opvatting. Zonden vergeven: dat kan God alleen. Zo dacht men toen, en ook nu nog. De schriftgeleerden worden dan ook razend. Ze zeggen: dat is godslasterlijk. Misschien dachten ze: daar gaan we met onze zoenoffers, want een behoorlijk stuk van het offervlees verdween in hun buik. Maar ze zeiden; dat is godslasterlijk, daar heeft God last van als mensen zonden gaan vergeven.

Jezus denkt daar anders over. Hij zegt: dacht je dat een mensenzoon, een mensenkind dat niet kan? Ik zal je het bewijs geven. Hij zegt tegen die lamme: pak je bed maar onder je arm en ga naar huis. En de lamme deed dat en ging naar huis.

Jezus legt dus een duidelijk verband tussen zondevergeving en het opheffen van een verlamming. En dat is een ervaring die wij ook hebben. Gebrek aan vergevingsgezindheid legt heel wat lam. Als we met iemand van onze familie of van onze collega’s ruzie hebben dan voelen we ons vaak verlamd. Dat is ellendig, dat is beroerd, dat is frustrerend. En het gekke is, dat je soms helemaal niet meer weet hoe het allemaal gekomen is. Maar wat we wel weten is dat je het niet meer neemt, dat je niet altijd de kleinste hoeft te zijn, en dat je het vertikt er weer onder door te gaan.

En nu zegt Jezus: dat we niet moeten zeuren, dat we niet moeten zeggen dat het onherstelbaar is; dat we gewoon moeten vergeven, en dat we dat kunnen ook. Er is tegenwoordig een geweldig goede lijm. Tweecomponentenlijm, heet die lijm. Als je die twee stoffen bij elkaar doet kun je alles aan elkaar vastplakken. Je krijgt het nooit meer los. Het plakt alles.

De lijm van het evangelie is ook een tweecomponentenlijm. Die lamme gebruikt het. Hij wil en hij gelooft. Dat is genoeg. Want als je die twee bij elkaar brengt krijg je vergevingsgezindheid. En dat lijmt alles. Willen en geloven. Willen: dat wil zeggen: je moet het goed willen maken. En geloven. Dat wil zeggen: je moet geloven dat het goed kan komen. Als je die twee dingen hebt stap er dan maar op af. Dan lukt het. Willen dat het goed komt; en geloven dat die ander toch ergens een beetje goed is.

En het gevolg is: de verlamming houdt op. Jezus heeft gelijk. Mensen kunnen zonden vergeven.

Zoeken in Preken Online