Uw zonden zijn vergeven

B-cyclus · Tijd door het jaar · 7e zondag · groen

Al behoorlijk lang geleden, maar ouderen weten het nog, kenden wij het ritueel van de oorbiecht. Dat speelde zich af in de biechtstoel, tussen de biechtvader en de biechteling.

De biechtvader zat, bekleed met de stola, het teken van zijn bevoegdheid en de biechteling knielde. Eerst werd van de biechteling verwacht, dat hij een woord sprak van verootmoediging: Vader, geef mij uw zegen: ik heb uw zegen nodig.

Dan werd er gevraagd naar de belijdenis van zonden en schuld. Wanneer dat gebeurd was, werd de biechteling geacht te luisteren naar wat de biechtvader over die schuld te zeggen had. Dan volgde de penitentie en boete.

Heel de vormgeving van het biechtsacrament benadrukte de ongelijkheid tussen biechtvader en biechteling. De biechteling moest heel goed weten, dat hij de bemiddeling van de kerk nodig had om vergeving te krijgen. Mijn vraag nu is of dit voor vergeving echt heeft geholpen.

Jezus zegt in het evangelie: “Uw zonden zij u vergeven.” En dan kun je gaan fantaseren wat dan die zonden zouden kunnen zijn. Bijvoorbeeld: het is u vergeven, dat u mij stoort op ‘t moment, waarop ik aan het preken ben? Bedoelt Hij te zeggen: het is goed dat je me stoort; het is goed dat je me de mond snoert? Ook ik ben deel van het Joodse volk, hoor bij de kinderen Israëls, ook ik ben schuldig aan jouw verlamming. Het is goed dat je me dat laat weten.

Is vergeven eigenlijk niet dit: in eerste instantie te wijzen op jezelf en je eigen schuldigheid. Immers, hij ieder conflict ben je zelf daar minstens voor de helft bij betrokken. Dat kunnen toegeven, is echt vergeving. Conflicten ontstaan juist omdat ik er op een bepaalde manier tegen aan kijk.

‘n Voorbeeld: er wordt een kwaad woord van mij gezegd. Er is misschien achter mijn rug geroddeld. Er wordt iets verkeerd begrepen en mensen gaan daarover praten. Ik kan dat verkeerd, ik kan dat goed verstaan, Ik kan er een rel over maken. Ik kan er het zwijgen toe doen. Hoe ik ermee omga is mijn zaak.

Vergeven is weten, dat bij ieder conflict, bij alles wat stoort tussen mensen, minstens de helft jouw deel is, en dat toegeven en er de verantwoordelijkheid voor dragen.

Vergeven is afdalen uit je eigen voortreffelijkheid en bekennen, waar zonde en schuld is. Daar heb ik op de eerste plaats vergeving nodig. Ik wil mijn aandeel erkennen in alles wat nog niet deugt en ik zal ophouden te wijzen naar de schuld van anderen.

Als wij onze eigen schuld in het vizier krijgen, dan ontstaat vergeving; wij naderen tot de ander en blokkeren niet de weg naar communicatie en contact.

Ik denk dat het best goed is voor biechtvaders en -moeders, priesters en leken, dat ze overwegen dat het bij iedere schuldbekentenis voor de helft gaat om de eigen schuld of de schuld van de gemeenschap, die hij of zij vertegenwoordigt.

Zo sprak Jezus Christus over verzoening. Zo heeft Hij onze schuld op zich genomen. Hij heeft letterlijk gezegd: “Omdat Ik mens ben, omdat Ik kind ben van Israël, wil Ik mede schuldig zijn aan alles, wat zo geworden is. En Ik wil die schuld op Mij nemen ten dode toe.” Wat is er nu gemakkelijker te zeggen: “Sta op en loop” of: “je zonden zijn je vergeven?” Ik denk, dat het allebei even moeilijk is. Hij wist dat! Daarom heeft Hij zichzelf vernederd, door gehoorzaam te worden tot de dood op het kruis. En daarom heeft God Hem een naam gegeven, hoog boven alle namen. Of met de woorden van het evangelie van vandaag, waar de mensen zeggen: “Zoiets hebben wij nog nooit gezien.”

Zoeken in Preken Online