Het geloof van dragers

B-cyclus · Tijd door het jaar · 7e zondag · groen

Vier mannen brengen een lamme naar Jezus. Wij weten niet veel van die lamme, wij weten niet of hij lam geboren was of dat het een ongeluk was geweest, of hij in zijn lot berustte, of dat hij zijn leven moe was, dat alles blijft in het duister. Maar wij horen wel hoe die lamme door vier mannen naar Jezus gedragen werd. Ze hadden tegenslag, want toen zij bij het huis kwamen waar Jezus was, was dat stampvol. De menigte had de toegang versperd. Maar de mannen gaven de moed niet op. Waar een wil is, is een weg. Gaat het niet door de deur, dan maar door het dak. Zij klommen op het platte dak, maakten een opening in de lemen be­dekking en zo belandde de man vlak voor de voeten van Jezus. Die mannen moeten wel erg veel om die lamme gegeven hebben dat ze er zoveel voor overhadden, maar zij moeten ook wel heel veel vertrouwen in Jezus gehad hebben, dat ze hun vriend met zoveel moeite naar Hem toe sleurden. Misschien zijn die vier dragers ons nog nooit opgevallen, maar Jezus had er onmiddellijk oog voor, want het evangelie zegt: ‘Jezus zag hun geloof’. Dat geloof en die vriendschap vielen Jezus direct op. Die lamme liet zich dragen door het geloof van die vier mannen, die wisten dat het heil voor die lamme van Jezus moest komen. En Jezus geneest de lamme wegens het geloof van die dragers.

Dat beeld van die vier dragers die hun zieke dragen is nog niet uit de wereld. Mensen dragen mensen. Al voor zijn geboorte wordt de mens gedragen in de wondere warmte van de moederschoot. Als hulpeloos kind wordt hij gedragen totdat hij of zij zelf de eerste stappen kan zetten. En als we oud zijn en uitgeleefd, zullen het weer mensenhanden zijn die ons uit het bed helpen en in de stoel zetten. Andere mensen zullen ons naar het graf dragen.

Mensen dragen mensen, niet alleen met hun handen, maar vooral met hun hart. Je kunt niet leven als je je niet gedragen voelt door de liefde van je medemensen. Soms moeten wij ook andere mensen verdragen in hun ziekte, hun ouderdom, in hun lastig karakter. Ergens in Canada staat voor een school het beeld van een jongetje dat zijn gehandicapt broertje op de rug draagt. Daaronder staat de tekst, eens door het jongetje gezegd toen hij zijn broertje uren ver naar school droeg. Men zei hem: ‘Dat is toch wel te zwaar voor je’. ‘Het is niet zwaar’, antwoordde hij, ‘het is mijn broertje'.

Een lamme, door vier mannen gedragen, zegt het evangelie. Zulke mannen worden vandaag nog altijd gezocht, en er zijn nog zoveel lammen die op hen wachten. Velen zijn er nog die niemand hebben om hen te dragen. Goddank zijn er nog altijd zulke mensen te vinden, die er elke dag op uit zijn om andere mensen te dragen. Mensen die ziek zijn geweest, weten dat niet alleen de moderne apparatuur in het ziekenhuis van belang is, maar vooral de mensen die hen verplegen, die hen begeleiden en hen komen bezoeken. Een hand die de zieke vasthoudt kan door geen enkel apparaat vervangen worden. Een goed hart, een bemoedigend woord is vaak even belangrijk of belangrijker om gezond te worden dan geneesmiddelen en medische techniek.

Ook wij kunnen mensen die verlamd zijn naar Jezus brengen. Want alleen Jezus kan heel de mens helen.

Het is eigenlijk opvallend dat Jezus niet tegen die lamme zegt: ‘Wees gezond’. Hij zegt: ‘Je zonden zijn je vergeven’. Dit zou vreemd kunnen overkomen. Daar had de lamme niet om ge­vraagd. Maar Jezus weet dat de mens niet alleen lichamelijk ziek kan zijn. Hij kan ziek zijn in heel zijn wezen. Daarom zijn er ook dragers nodig die de aandacht van mensen voorzichtig kunnen richten op het feit dat ons leven eerst dan geslaagd kan heten als wij in vrede leven met God.

Ik hoop dat u altijd goede mensen zult vinden, die u in moeilijke uren willen dragen als een brug over troebel water. En dat uzelf ook bereid zult zijn om op uw beurt mensen naar Jezus te brengen. Dan zal zich dit wonder in deze tijd nog dikwijls herhalen.

Zoeken in Preken Online