5e zondag door het jaar (2009)

B-cyclus · Tijd door het jaar · 5e zondag · groen

OPENINGSWOORD

Broeders en zusters, welkom op deze 5e zondag door het jaar.
De afgelopen tijd is onze rooms-katholieke Kerk helaas op een zeer negatieve manier in het nieuws geweest. Dankzij de Engelse bisschop Williamson, die de holocaust ontkent, maar niet minder dankzij een gebrekkige communicatie binnen het Vaticaan. Onze eigen bisschop, monseigneur Jozef Punt, heeft over deze kwestie een uitstekende brief aan alle gelovigen van het bisdom Haarlem-Amsterdam geschreven. De bisschop heeft de priesters verzocht om deze brief dit weekend voor te lezen.
Jullie kunnen deze brief na de heilige Mis meenemen en thuis nog eens doorlezen en indien gewenst doorgeven aan anderen.
… .
Maar laten wij nu samen vieren, want dat is waarvoor wij zijn samengekomen.
En wij hebben inderdaad weer wat te vieren. Want wij beklagen onszelf weleens of wij worden door anderen beklaagd als wij bijvoorbeeld een ziekte krijgen of een ongeluk of ons huwelijk loopt niet zo geweldig goed. En inderdaad, dat zijn zaken, die niet bij het oorspronkelijke scheppingsplan van God horen.
Maar de grote apostel Paulus klaagt over heel wat anders. Hij zegt vandaag: Wee mij … als ik het evangelie niet verkondig. Hij is zich zo bewust van de grote rijkdom aan liefde, die hij van God ontvangen heeft, dat hij weet, dat hij te beklagen is als hij uit egoïsme of door nalatigheid die grote rijkdom voor zichzelf houdt.
Wij mogen vandaag vieren, dat ook wij een grote rijkdom in ons dragen. Een rijkdom waarvan wijzelf gebruik mogen en moeten maken, maar ook een rijkdom waarvan wij namens God, in opdracht van God, mogen en moeten uitdelen aan naderen. Geestelijke rijkdommen kun je uitdelen zoveel als nodig is. Je zult zelf nooit tekortkomen. In tegendeel, hoe meer je uitdeelt, hoe meer je zult overhouden. Jezus Christus deelde uit van vijf broden en twee vissen en hield er uiteindelijk twaalf volle manden met voedsel aan over.
Wij leven in vrede… (nog wel), in behoorlijke voorspoed… (al zal het de komende jaren misschien heel wat minder worden) èn wij zijn kinderen van God. En dat laatste kan ongeacht politieke en economische ontwikkelingen in de wereld ook altijd zo blijven. Als we maar blijven geloven en het goede proberen te doen. Ons leven is geen kortstondig genieten, beste medegelovigen, maar een voorloper op de eeuwigheid.
Danken wij God voor deze grote rijkdom. En in deze viering wil Hij die rijkdom weer vermeerderen. En getuigen wij net als Paulus van deze rijkdom … hier, ìn de kerk, maar ook straks buiten de kerk.\

OPENINGSGEBED

Laat ons bidden. Almachtige God, allen die zich zwak en kwetsbaar weten, vinden bij U vertroosting en sterkte. Kom naar ons toe als het lijden ons treft, als de dagen traag aan ons voorbijgaan en de toekomst zonder uitzicht is. Genees ons van alle kwalen, wees de rots van ons vertrouwen. Door … . Amen.\

PREEK

Broeders en zusters, wij kennen allemaal wel Job, de man op de mesthoop. Buitengewoon rechtvaardig is hij. En toch wordt hij getroffen door de ene ellende na de andere. Hij heeft er op gegeven moment dan ook schoon genoeg van. Hij zegt: “‘s Avonds denk ik: wanneer wordt het morgen? en ‘s morgens: wanneer wordt het avond?” Job is in God teleurgesteld. Waarom overkomen hem al deze rampen?
Het verhaal van Job is het verhaal van veel mensen, die van alles en nog wat meemaken en die het eigenlijk niet meer zien zitten. Zij vinden ‘Onze Lieve Heer’ helemaal niet zo lief. Zij kunnen dan ook niet meer bidden. Zij kunnen alleen nog maar mopperen, zichzelf beklagen. Zij vragen zich voortdurend af waar zij dat alles aan verdiend hebben. Een antwoord krijgen zij echter niet.
Wat er zo goed is aan Job is dat hij ondanks alles toch in gesprek blijft met mensen. Hij blijft ook bidden tot God. Hij heeft niet uit boosheid gedaan alsof God lucht voor hem was. Hij heeft zich niet uit de Kerk laten uitschrijven! En door dat lijden en die volharding wordt Job gelouterd, gesterkt, zijn inzichten worden verdiept. En daardoor kwam er voor Job toch weer een dag, dat hij kon zeggen: “Ik ben er zeker van: mijn verdediger leeft, tenslotte zal Hij deze wereld binnentreden. En al ben ik nog zo geschonden, ik zal God zien vanuit dit lijf” (19, 25-26).
Wij gaan naar het evangelie. Jezus Christus is heel de dag druk bezig geweest met mensen, die net als Job op een of andere manier te lijden hadden. Mensen, die allerlei soorten ziekten en gebreken hadden, zochten Jezus op. Want zij dachten: Als Hij de schoonmoeder van Petrus kan genezen, kan Hij ook mij genezen. Misschien dat Marcus een beetje overdreef, maar hij schrijft in ieder geval, dat de volgende morgen héél de stad voor de deur van Petrus’ huis samenstroomde. En Jezus geneest er inderdaad velen. En Hij drijft ook boze geesten uit.
Midden in de nacht knijpt Jezus er echter tussen uit. Het is de eerste keer dat Hij op zulk een grootse wijze met de ellende van de mensen in aanraking is gekomen. Hij wil met God al het gebeurde nog eens doorspreken. En … zoals de zieke mensen teleurgesteld waren in God en het leven, zo is Jezus een beetje teleurgesteld in de mensen. Zij kwamen niet zo voor zijn prediking. Zij waren niet geïnteresseerd in zijn boodschap, maar enkel in zijn genezende kracht. Zij wilden niet luisteren naar Jezus’ oproep om samen te bouwen aan een betere wereld. Zij zochten enkel hun eigen heil.
De volgende morgen vinden de leerlingen Jezus. “Iedereen zoekt U”, zegt Petrus, die al een beetje de leiding heeft. Zij zijn enthousiast, dat hun Meester zo populair is, zo geliefd, maar Jezus zegt doodleuk: Laten wij maar ergens anders naar toe gaan, opdat Ik ook daar kan prediken. Want daartoe ben Ik uitgegaan.
Broeders en zusters, wij kunnen Jezus Christus niet méér eren dan door naar zijn boodschap te luisteren en er naar te leven. Het is zo belangrijk, dat wij ons leven onderzoeken en ons afvragen: Waarin verschilt mijn manier van leven nog van die van Jezus Christus? Waarin ben Ik nog niet ten volle een echte christen?
Misschien wil Jezus Christus met zijn vertrek uit de woonplaats van Petrus nog meer vertellen. Misschien wil Hij zeggen: Wat Ik heb gedaan, dat kunnen zelf ook wel. Jullie kunnen elkaar helpen om tot een betere wereld te komen. Als iedereen eens ophoudt aan zichzelf te denken en meer denkt aan God en de naaste, dan gebeuren er ook wonderen … wonderen van liefde.
Misschien gebeuren er zelfs èchte wonderen. Zegt Jezus niet in Matteüs 17, 21 dat duivels kunnen worden uitgedreven door vasten en gebed? Niet alleen Jezus’ wondermacht kan het goede bewerken, maar ook gelovige, menselijke inzet.
Laten wij God niet teleurstellen. En ook niet elkaar. Wij kunnen zo veel bereiken. Als wij er maar in geloven. Jezus Christus is met ons, ook al trekt Hij voor ons gevoel weer verder, zijn Geest leeft in ons, werkt door ons. Geloven wij in Gods kracht in ons. Blijven wij niet zitten in een sfeer van zelfbeklag, maar doen wij wat wij kunnen. God zal de vrucht van ons werken vermeerderen als wij met elkaar werken in Naam van zijn Zoon.
Broeders en zusters, nog even iets over het uitdrijven van die duivels, wat in het evangelie van vandaag wordt genoemd. Er zijn vandaag de dag nogal wat mensen, die niet meer in het bestaan van de duivel geloven.
Op de eerste plaats wordt de duivel zowel in het Oude als in het Nieuwe Testament uitdrukkelijk genoemd. Zijn boosaardige natuur, die er alleen maar op uit is mensen te verleiden en te beschadigen.
Op de tweede plaats kunnen wij zeggen dat alles in het leven een tegenpool heeft. Tegenover wit staat zwart, tegenover water staat vuur, de leugen tegenover de waarheid, hard en zacht, goed en kwaad, leven en dood. En… tegenover de goede Geest van God en de goede geesten van de engelen staan de kwade geesten van de satan en zijn trawanten.
Op de derde plaats halen we het mens-zijn omlaag als we het bestaan van de duivel ontkennen, want als de duivel niet bestaat zou alle kwaad uit de mens zelf voortkomen. Dat een 20-jarige jongen baby’tjes doodt, dat een 13-jarige jongen meedoet aan een gewapende roofoverval, zou dan helemaal voor rekening van die jonge mensen zelf komen, en misschien voor een deel voor mensen uit hun omgeving. Nee, hier is sprake van een duivelse slechtheid. Jezus heeft ons geleerd te bidden “Leid ons niet in bekoring”, dat wil zeggen: Help ons niet te luisteren naar de listen van de duivel en van andere vijanden.
Broeders en zusters, luisteren wij naar Jezus Christus en zijn evangelie, zijn Blijde Boodschap. Proberen wij op de goede weg, die Hij wist, te blijven. Dan hoeven wij niet te vrezen. Dan zal God ons beschermen, alle dagen van ons leven.

Zoeken in Preken Online