5e zondag door het jaar (2009)

B-cyclus · Tijd door het jaar · 5e zondag · groen

WELKOM

Vandaag krijgen we een klacht over ons uitgestort. Een kort stukje van de lange klaagzang die Job laat horen over het leed dat hem overkomen is, dat hem is aangedaan. Is het soms niet beter om het leven maar los te laten en alles op te geven? Is het dan niet beter om je geloof en je waarden los te laten?
In de ellende die mensen soms beleven, tegenover de immer onbeantwoorde vraag van het waarom, kan het verleidelijk zijn om het lijden te ontkennen of om het te bagatelliseren. “Het zal wel goed komen, je moet het niet zo zwaar zien.” wordt dan tegen je gezegd.
Hoe staan wij tegenover het lijden van onze geschiedenis? Hoe staan tegenover het lijden van mensen die wij kennen? Kunnen we daar iets brengen van Gods helende aanwezigheid zoals Hij dat in Christus heeft willen doen? Durven wij het aan trouw te blijven aan mensen die een zwaar lijden dragen, ook als we zonder antwoord of verklaring zijn?
Laten we in deze eucharistie de kracht van Christus zoeken die net als Job tot de bodem van het lijden is gegaan.\

HOMILIE

Wat Job is overkomen verandert zijn persoon volkomen. Wie dit Bijbelboek leest van begin tot einde, leest het verhaal van de moderne mens die niet zo maar op alles ja zegt, niet alle zoete woorden zomaar slikt, een mens die snakt naar oprechte en authentieke vriendschap. Job is en blijft een religieuze, een godsdienstige mens. Ondanks zijn ellende verandert dit niet, maar zijn levenservaring en zijn lijdenservaring veranderen zijn relatie met de wereld en met de mensen om hem heen. Hij leert de wereld beter kennen. Hij leert zijn zogenaamde vrienden beter kennen.
Het lijden openbaart niet nieuwe of andere kennis over God die mensen dit lijden aan zou doen - het boek Job wijst uiteindelijk geen schuldige aan, ook God niet - maar het lijden maakt eerder duidelijk wie mensen zijn. In de opstelling van de vrienden blijkt wat mensen elkaar aan kunnen doen, wanneer het onbegrijpelijke lijden mensen treft. In hun theorieën en vrome woorden getuigen de vrienden van hun leegheid en geestelijke armoede. De zogenaamde vrienden die met Job in gesprek zijn, luisteren niet, maar willen alleen hun eigen theorieën bevestigd zien.
Eigenlijk dringt het lijden van Job en zijn probleem omdat hij zich als een rechtvaardige zoon van de levende God beschouwt, niet door tot de vrienden. Integendeel zij zijn bang voor hem en worden woedend op hem; omdat hij hun goedbedoelde, maar armoedige adviezen niet overneemt en niet berust in zijn lijden als een straf voor zijn verborgen misstappen. Job moet wel schuldig zijn in hun ogen. Job wordt omringd door mensen die zijn lijden alleen maar kleiner willen maken, die het alleen maar wegpoetsen, ja zelfs ontkennen. Ze maken hem zwart en ontnemen hem zijn waardigheid. Ze zeggen: “je hebt het aan jezelf te danken dat je zo in ellende zit. Je moet je straf zwijgend aanvaarden en dragen.” Dit maakt Jobs lijden en eenzaamheid en zijn frustratie alleen maar groter.
Aan dit ontwijkgedrag weigert Job mee te doen. Hij gaat tot de bodem van het lijden om aan het einde God te ontdekken en Hem zelfs te ontmoeten en te ervaren dat hij op dat moment met God komt te spreken. Daar ligt het begin van zijn terugkeer tot het leven. Wanneer hij het woord van God heeft verstaan, krijgt zijn leven weer nieuwe proporties en een nieuw kader. Zelfs zijn gehavende leven is niet door God vergeten of uitgesloten of verdoemd. Hoe onbegrijpelijk dit ook is: de lijdende mens wordt teken van Gods voortdurende trouw. Of het nu gaat om de slachtoffers van de holocaust - zes miljoen Joden en honderdduizenden anderen zoals zigeuners en verstandelijk gehandicapten - of kinderen die als kindsoldaten daders en slachtoffers tegelijk zijn: zij worden allen door Gods ontferming omarmd. Daar waar wij geen antwoorden hebben, geeft God zijn antwoord dat ons overstijgt en dat wijst op de kracht van zijn schepping, van zijn liefde die eeuwig blijft.
Dit perspectief dat ons in het boek Job wordt geboden, helpt ook de schoonmoeder van Petrus weer op de been en de vele zieken en lijdenden die men bij Jezus brengt. Zij komen in een nieuw bestaan waarin dienstbaarheid jegens de andere mens centraal staat. De schoonmoeder staat immers niet op om zomaar koffie in te schenken, maar om dienstbaar te zijn, dienstbaar aan God, aan de mensheid, aan haar levensroeping en levensopdracht die zij als het ware opnieuw ontvangen heeft. Er klinken nog wel boze geesten - horen we hier niet opnieuw de stemmen van de vrienden van Job? - die door Jezus in het evangelie definitief het zwijgen krijgen opgelegd.
Als Jezus zelf als man smarten het lijden moet ondergaan en daarin nog verder moet gaan dan Job en het leven moet loslaten tot aan de nederdaling in de dood, houdt de theorie van de straf geen stand. Dit lijden kan geen straf zijn voor zonde, maar is teken van dienstbaarheid van Gods Zoon zelf die alles uit handen geeft.
Er zijn in onze tijd andere vrienden opgestaan. In tegenstelling tot de vrienden die Job zeggen dat hij moet berusten in de straf van God, klinken nu de stemmen dat de mens zich moet losmaken van God. Het lijden is teken van Gods zwijgen, ja van zijn afwezigheid. Zo maakt de mens zich meester van het leven, maar dit is evenmin een antwoord op het lijden dat immers alomtegenwoordig blijft en onbegrijpelijk. Meester willen zijn van het leven uit zich in allerlei eigenmachtige beslissingen omtrent het leven, dit uit zich in een levensovertuiging waarin de mens zichzelf tot maat van alle dingen maakt en zijn eigen ethiek creëert. De mens wil zo graag meester van het leven zijn, het leven naar zijn hand zetten en het in eigen hand nemen.
Uiteindelijk blijft dit een illusie en een ontkenning van de menselijke waardigheid: het lijden dat soms genadeloos kan inbreken in het leven, blijft zonder antwoord.
In deze eucharistie vieren we dat er wel een antwoord is dat niet aan het lijden voorbijgaat. Dat antwoord is gelegen in de ontmoeting met de Meester van het Leven zelf, met de lijdende Christus. Job aanvaardt uiteindelijk zijn leven inclusief het lijden wanneer God tot hem spreekt, omdat hij beseft dat hij steeds mag rekenen op Gods liefde en zorg voor hem. Wij mogen dat zelf ook verstaan in deze eucharistie waarin God zijn liefde en zorg toont voor de mensheid van vandaag die nog steeds geen einde aan haar lijden ziet. Mogen wij zelf ook de stem van God verstaan, van Hem die de liefdevolle Meester van het Leven is.
Amen\

Zoeken in Preken Online