5e zondag door het jaar (2009)

B-cyclus · Tijd door het jaar · 5e zondag · groen

Op de voorkant van de orde van dienst staat het beeld “De Denker” van kunstenaar Auguste Rodin afgedrukt. Misschien kent u het beeld wel; het staat in het Musée Rodin in Parijs. Rodin heeft de man een krachtig postuur meegegeven en hem op een soort rotsblok geplaatst.
De houding van de man roept verschillende vragen bij mij op:\

  • Is de man een arbeider die na fysiek zwaar werk even een pauze voor zichzelf neemt?\
  • Zit hij zomaar wat te denken, voor zich uit starend?\
  • Zit hij in de put en moet hij zijn hoofd daarom steunen met zijn hand, juist omdat hij het zwaar heeft.\
  • Of , als ik goed naar zijn ogen kijk, onderwerpt hij zich misschien aan een diep zelfonderzoek?
    Bij deze laatste twee vragen moest ik aan Job denken. Job, die door God zwaar op de proef wordt gesteld. Hij heeft tegenslag op tegenslag moeten incasseren. Zijn vee is gestolen, zijn kinderen zijn gedood, zijn huis is verwoest, hij leeft in armoede en zijn gezondheid is volledig aangetast. Eerst was hij erg rijk en genoot veel aanzien; nu is hij kapot van verdriet, want hij heeft alles verloren. De persoonlijke crisis is compleet. Job heeft het opgegeven en wil het liefst dood.
    Drie vrienden proberen hem intussen te troosten en raad te geven, maar Job wijst deze raad, die ook een vorm van kritiek is, af. Hij is verbitterd en beklaagt zich dat hij zoveel tegenslag heeft… en het wordt maar niet beter. Hij verwacht dat hij eindelijk eens rust krijgt; als hij gaat slapen ligt hij te woelen en wordt hij onrustig wakker, niet bevrijd van zijn zorgen en ellende. Dagen vervliegen zonder verandering; het leven is als de wind. Waarom wordt zijn bestaan niet beter?
    Job onderwerpt zich aan een gewetensonderzoek. Hij vraagt zich af wat hij misdaan heeft dat God hem zo straft. Hij heeft toch altijd deugdzaam geleefd, is respectvol geweest tegenover God en behulpzaam naar andere mensen toe. Waarom worden anderen niet getroffen door ongeluk, terwijl zij er maar op los leven en zich houden aan God noch gebod? Hij vindt dat hij in zijn recht staat en klaagt God aan: “Waar bent U nu?” En: “Als ik al iets fout heb gedaan, waarom vergeeft u me die misstap dan niet?” Zijn wanhoop en twijfel zijn hartverscheurend: waar blijft nu die rechtvaardige God? In het lied van Job staat zijn scepsis ook treffend verwoord: “god almachtig, rechtvaardig, ja die, die ken ik - die er niet is als mensen worden vernietigd”. God geeft “niet thuis”.
    Maar verderop in het boek Job blijft tussen alle twijfel door toch ook zijn band met God, zijn vertrouwen dat hij stelt in Hem, doorklinken. En dan, na lange tijd, in zijn diepste ellende antwoordt God uiteindelijk en geeft zo te kennen dat hij Job wel gehoord heeft en om hem geeft. En Job erkent nederig zijn eigen nietigheid en de almacht van God, waarna God Job, zijn trouwste dienaar, herstelt in zijn recht.
    Het boek Job vertelt nog steeds een actueel verhaal.
    Job is een mens van vlees en bloed. Wat Job gebeurt, kan ons allemaal overkomen.
    Jobs gevoelens van wanhoop en onvrede zijn heel herkenbaar voor ons. Hoe vaak liggen wij niet wakker door zorgen, die ons kwellen of door sombere gedachten die maar doordraven in ons hoofd. We hopen dat de nacht de problemen doet wegvagen, maar ’s ochtends staan we op en alles is nog precies hetzelfde. In deze tijd van economische recessie neemt de onrust toe. De kranten staan er vol van: bedrijven gaan over de kop, er zijn in korte tijd veel mensen werkeloos geworden - alleen al in China 20 miljoen extra werklozen; anderen zijn bang voor ontslag; in New York is het aantal daklozen enorm toegenomen. De gaarkeukens draaien overuren om alle armoedzaaiers van een gratis maaltijd per dag te voorzien. En het “gewone” leed gaat intussen ook gewoon door: de een moet zien te overleven in een oorlogssituatie, een ander treft ziekte of een sterfgeval van een dierbare; en weer een ander heeft te maken met verwaarlozing en eenzaamheid.
    Het is heel menselijk om te klagen als het tegenzit. En als we diep in de put zitten vragen we
    ons af: “Wie haalt ons er weer uit?” Kunnen we dat zelf? Verwachten we hulp van hogerhand?
    Dikwijls vragen we ons ook af: “Waarom heb ik die pech, waarom treft juist mij dit ongeluk? Waaraan verdien ik dat?” Het liefst wil je iemand de schuld kunnen geven.
    Wat kun je hierop antwoorden?
    Om met het beeld van Job te spreken: het leven is als een diensttijd en wij zijn dagloners; we wachten op loon (uitbetaling van onze diensten) - maar dat blijft soms uit. Het leven is hard, is als een oorlog. Maar tegenslag hoort bij het leven. Waarom zouden wij recht hebben op onverdeeld geluk? Ieder huisje draagt zijn kruisje, zei mijn oma geregeld. Dus tel je zegeningen. Best wel moeilijk.
    De oude Grieken vonden een uitlaatklep in hun tragedies: het zien van deze prachtige, dramatische verhalen had een louterende werking op hen. Doordat zij zo meeleefden met de hoofdpersoon, die van diep ongeluk ineens in opperste geluk verviel, of die juist van groot geluk in diep ongeluk terecht kwam, verwerkten zij in korte tijd herkenbare emoties die gepaard gaan met dit extreme geluk en ongeluk (blijdschap, dankbaarheid, verdriet, woede, wanhoop, machteloosheid). Daardoor gesterkt konden zij bij het verlaten van het theater het moeilijke leven beter aan. Geluk en ongeluk horen bij elkaar. Ongeluk is ergens goed voor; het heeft een functie: pas wanneer je ongeluk hebt ervaren kun je ook echt geluk ervaren en waarderen. Job is in zekere zin een rolmodel voor ons.
    Ik las in de NRC van vorige week dat op enkele middelbare scholen in Nederland tegenwoordig verplicht het schoolvak gelukskunde gegeven wordt. Geen overbodige luxe in een tijd, waarin mensen denken dat het leven een commerciële succesformule is, die je naar je hand kunt zetten zoals jij wil. Het is een kunst om te leven, d.w.z. om om te gaan met leed en ongeluk, maar ook om gelukkig en tevreden te zijn. Theo Wisman, leraar gelukskunde in Landgraaf, gaat met leerlingen in gesprek hoe je kunt leren om gelukkig te zijn. Wat ik een mooi voorbeeld vond in het artikel: de jongeren schrijven hun probleem ’s avonds op een papier en gooien dit vervolgens voor het slapen gaan in een al dan niet denkbeeldige prullenbak. En al wandelend door het bos praten ze over hoe je om kunt gaan met leed en verdriet. Want ook dat is een deel van het leven. En hoe donker het ook is, er komen altijd weer een lichtere tijden.
    Wanneer wij ons leed en verdriet niet alleen kunnen dragen, kunnen we steun en troost zoeken: bij andere mensen en bij God. Job zocht die steun bij God ook. Maar we moeten niet verwachten dat de Almachtige God meteen oplossingen brengt, dat hij meteen komt als wij Hem roepen. Job werd ongeduldig en hooghartig, maar bleef in al zijn vertwijfeling toch steeds vertrouwen houden in God. En God heeft zijn trouw niet beschaamd.
    Ook wij moeten vertrouwen hebben dat het goed komt, en in de tussentijd ons leven aanvaarden zoals het is. En wij mogen hopen en vertrouwen dat Hij, de Almachtige, er is en over ons waakt, dat Hij rechtvaardig is, al lijkt het leven soms nog zo onrechtvaardig.

Zoeken in Preken Online