De bijbel is een mooi boek omdat het zo menselijk eerlijk is, omdat het alles wat de mens beroert met menselijke woorden durft uit te spreken. Het is nooit een bloemlezing waarin alleen het beste en het hoogste wordt geselecteerd en bewaard. Alles staat erin te lezen.
Vandaag lezen we bij Job hoe een mens troosteloos verdrietig kan zijn, en uitzichtloos moe en vruchteloos onrustig. En wat me daarin zo bijzonder treft? Het wordt niet omfloerst gezegd. Het wordt niet na een paar regels omgebogen tot een happy-end. Verdriet wordt verdriet genoemd en God wordt er niet bij gesleurd om maar meteen te sussen of te troosten. Er is droefheid zonder dageraad en ziekte zonder genezing. Zo ervaren mensen dat. Zo staat het ook in het boek.
En nu wil ik niet boos zijn, maar in het commentaar dat hier bij het typen voor me ligt, staat er: wanneer zijn tegenstand het grootst is, waagt hij de blinde sprong van het geloof. Zie, dat lees ik niet in de lezing van vandaag. Dat lees ik ook niet in het hele boek. Sorry, maar Job is niet zo katholiek… Hij is zelfs helemaal niet katholiek. Hij weet zelfs niet of hij gelovig is. Hij durft de twijfel aan! En hij is daarin zeer taai. Verdriet is voor hem verdriet en absurditeit noemt hij absurd. En dan is hij niet te paaien met goedkope theologische onzin. Hij vindt zijn leven onzin en hij zegt dat ook. Daar passen geen vrome woorden bij. Om eruit te komen, waagt hij niet de blinde sprong naar het geloof. Om eruit te komen, weigert hij blind te geloven. Om eruit te komen, roept hij op God. Ziet Hij dan niet, dat de mens in de donkerte kan zitten? Zonder enig licht? Ziet Hij dan niet, dat het leven een hel kan zijn? Weet God dan niets af van wat wij vandaag een depressie zouden noemen?
Als ik vandaag naar het verhaal luister van de depressieve mens, dan beluister ik net hetzelfde als wat Job vertelt: ’s avonds denk ik: wanneer wordt het morgen? Ik ken vruchteloze maanden en nachten lang van getob. Mijn draad is ten einde. Wij zouden zeggen, dat ons bobijntje afgerold is.
Als je dat zo zegt, dan is er een vraag die overblijft: mag een roman of een theaterstuk eindigen in mineur, in een vraag die onopgelost blijft? Kan je de mensen zo naar huis sturen?
Job zou zeggen, dat hij niets liever zou wensen maar dat hij het in alle eerlijkheid niet ziet. Voor alle mensen die menen, dat er voor alles een antwoord bestaat, is dit een ramp, ongehoorde blindheid. Maar vooral: het mag niet. Een vraag mag niet het laatste zijn. Onze geest verdraagt dat niet.
Laat Job dan een slechte auteur zijn voor de meesten onder ons. Enkele mensen zullen weten, dat er toch ooit iemand is geweest die hen begrepen heeft. En die niet geprobeerd heeft te zeggen, dat er geen absurditeit bestaat. Misschien is dat voor hen een begin van genezing? Misschien is dat voor hen de uitweg: het leven eindigt niet op een punt dat elke deur sluit voorgoed, maar op een dubbele punt dat nog iets verwachten durft. Het zal ooit eens ingevuld worden ook al zien wij het niet vandaag. Intussen leren wij berusten en wachten, en uitzien naar een antwoord dat echt een antwoord is omdat het mijn vraag ernstig heeft genomen.
Sorry, dat ik, in trouw aan Job, niets beters zeggen kan. Wie het beter weet, heeft wellicht nog nooit echt geleden.