Het evangelie van vandaag is als een mozaïek, waarop we kunnen zien, wat Jezus voor de mensen kan betekenen. Zoiets was nog nooit gebeurd. Waar Jezus kwam, stroomden gekwelde mensen samen met hun zorgen en hun nood, met hun gebroken levenssituaties, hunkerend naar genezing. Niemand kon hulp brengen zoals Hij. In zijn aanwezigheid ligt voor iedereen verlossing en genezing. Maar waar de mensen sensatie verwachten, trekt Jezus zich terug. In de stilte, in het gebed brengt Hij de mensen tot de Vader… En daar komen de leerlingen Hem dan zoeken, bezorgd en een beetje verontwaardigd: ‘Iedereen zoekt U!’ En Jezus trekt verder. Hij is geen wonderdoener die sensatie wil. Wonderen zijn voor Hem tekenen van menselijke nabijheid en goddelijke kracht. Maar zijn eerste taak is de prediking. ‘Daartoe ben Ik gekomen’, zegt Hij. En dat wil zeggen: dit is de opdracht die de Vader Mij gegeven heeft. Niet de wil van de mensen bepaalt zijn opdracht, maar de wil van God. Niet het succes of de tegenslag doen Hem handelen, maar de Vader.
‘Iedereen zoekt U!’. Dat is een woord dat treft en waar je stil bij wordt… Zoveel zieke, bezeten en onverloste mensen van Kafarnaüm zochten bij Hem heil en genezing. Na hen zijn er ontelbaren op zoek gegaan naar dat heil. ‘Wie zoekt ge?’ vroeg Jezus aan Maria Magdalena. ‘Wie zoekt ge?’ was de vraag aan de eerste apostelen en ook aan de soldaten in de Olijfhof. Schijnbaar hebben onze hedendaagse mensen dat zoeken opgegeven. Ze willen Jezus niet verloochenen, maar het christendom biedt zo weinig nieuws. Ze weten het allemaal al lang. De verkondiging van de priester is saai… goed voor kinderen en vrouwen.
Heeft het zoeken naar Jezus daarmee opgehouden? Worden er geen vragen meer gesteld over de zin van het leven? Waarom raadplegen er dan zoveel mensen horoscopen en waarzeggers? Waarom dwepen ze met vedetten en sporthelden? Wat zoeken ze?
Op het einde van zijn leven drukte de Italiaanse bekeerling Papini het ongeveer zo uit: ‘Ons ontbreekt eigenlijk alleen dat ene, dat Gij, Jezus Christus, ons ontbreekt. Gij alleen kunt weten, hoe oneindig groot het verlangen is naar U, ook in onze tijd. Want niemand anders, noch onder de levenden, noch onder de doden, kan in de uiterste armoede van de ziel de weldaad van de verlossing geven. Iedereen heeft U nodig, ook zij die het niet willen weten. Wie hongert, wie meent dat het brood hem ontbreekt, die hongert naar U. Wie dorst heeft en meent dat hij naar drank hunkert, die hunkert naar U. Wie ziek is en denkt dat de gezondheid hem ontbreekt, Gij ontbreekt hem. Wie naar waarheid zoekt, zoekt onbewust naar U. Wie naar schoonheid zoekt, zoekt zonder het te weten naar U. Wie zijn handen uitstrekt naar een weinig vrede, strekt zijn handen naar U uit, want Gij zijt de enige vrede, waarin het hart waarachtig rusten kan. Hemel en aarde, vreugde en leed, wenenden en gelukkigen, allen zoeken naar U, Heer Jezus.
Gezocht wordt alleen hij die iets te bieden heeft. Wie door allen gezocht wordt, heeft aan iedereen iets te bieden. Alle mensen zoeken Jezus, of zij het weten of niet, want Jezus alleen kan hun bieden wat hen volledig kan verzadigen. Hij alleen is de waarheid; door Hem kennen we God. Hij alleen kan de mensen voeden met woorden van eeuwig leven. Naar wie zouden wij anders gaan? Hij alleen is de weg: langs Hem komen we thuis bij God. Hij alleen kan eeuwig leven schenken, buiten Hem blijven we in de dood. Hij alleen is het begin en het einde van alles. Van Hem zijn tijd en eeuwigheid. Hem alleen behoren wij toe.
Wij mogen ons zoeken naar Jezus niet opgeven. Heel even kunnen we vandaag gelukkig zijn, omdat wij mogen luisteren naar zijn woord en deelnemen aan zijn maaltijd. Zijn Lichaam biedt ons genezing voor alle kwalen.
Waarderen wij voldoende de gave van ons geloof of vinden we het maar heel gewoon dat we gelovige mensen zijn? Velen zouden alles geven om te kunnen geloven. Die gave van ons geloof in God en in de Heer Jezus ontvingen we gratis - zo maar!
Kan dat ons echt blij maken en kunnen we er ons voor inzetten om Hem te blijven zoeken in alle omstandigheden van ons leven?