Elke dag opnieuw

B-cyclus · Tijd door het jaar · 5e zondag · groen

Het is uit het bericht van Marcus duidelijk dat de rabbi uit Nazaret geen stilzitter is. Overlezen we de tekst dan gebeurt er ontzettend veel op die ene sabbat. Marcus lijkt ons eerder te willen vertellen hoe druk Jezus het heeft dan wat hij nu eigenlijk doet. Zijn verhaal maakt duidelijk hoe voortdurend, hoe intens, hoe zonder uitstel deze mens bezig is. Dat moet wel opvallend zijn geweest. Zoals het ook nu nog opvalt als we met iemand te maken krijgen die onmiddellijk en betrokken aan de slag gaat wanneer er werk aan de winkel is. Dan staan we met z’n allen ervan te kijken wat er allemaal uit de handen van een actieveling kan komen.

Want we leven tegenwoordig wel heel anders. We leren ons niet zo druk te maken. Hard werken, dat wel, maar dat levert ook iets op. Al die gewone dingen, huishouden doen, kinderen opvoeden, en de familie bijhouden. Opa en vooral oma hebben het er druk mee. Maar het is voor veel mensen niet interessant genoeg. En ook andere gewone dingen uit de samenleving worden maar liever aan anderen overgelaten: wie let er op de kinderen, zodat ze niet tot kleine vandalen uitgroeien?; wie gaat er naar de buurman op nummer 12 kijken of die hulp nodig heeft?; wie laat de hond uit van die alleenstaande mevrouw? Wie maakt zich druk over zulke dingen waar je niets wijzer van wordt? Trouwens, je kunt je maar beter niet al te veel met anderen bemoeien. Straks gaan ze nog misbruik van je maken. En word je er zelf de dupe van. Wie durft iets te zeggen of te doen als er vandalisme wordt gepleegd op straat? Voor je het weet slaan ze je het ziekenhuis in.

Maar er blijven altijd mensen die zich daar wél druk om maken. Die er niet tegen kunnen dat er zo oppervlakkig wordt geleefd. Zij nemen er geen genoegen mee dat het uiterlijk glad lijkt te verlopen, terwijl het scheef gaat. Vooral veel mensen die al een stukje ouder zijn, hebben daar last van. Het verontrust hen. Over zulke mensen gaat het vandaag in deze dienst.

In die drukke agenda van Jezus duikt uit de achtergrond ineens die oudere vrouw op. Deze vrouw, de schoonmoeder van Simon, is eigenlijk een hoofdrolspeelster in het hele verhaal. Was het misschien háár huis waar zich dat alles afspeelde? Haar dochter was immers de vrouw van Simon. Maar in dat huis heeft Jezus, sinds Hij uit Nazaret weg is, zijn thuishaven. Dus daar is hij weer met zijn hele groep jonge gasten tussen de twintig en dertig die hij hem in de leer zijn gegaan.

En wat gebeurt er dan met haar? We weten natuurlijk niets van haar. Haar naam niet eens, laat staan haar gezondheidstoestand. Maar het is niet zo moeilijk je er iets bij voor te stellen. Als je schoonzoon (en dus je dochter) achter zo’n wervelwind van een rabbi aanloopt, komt de viswinkel op jou neer. En daarnaast ook nog eens alles wat er in huis moet gebeuren. Dat kan dan behoorlijk op je zenuwen werken, zeker als je vrouw bent en geacht wordt je mond te houden. Het kan je ziek maken van ongerustheid. De klamme koorts kan je uitbreken, omdat je je geen raad weet met je gevoel. Als de rabbi dus met zo’n tiental van die kerels haar huis binnenkomt na de dienst in de synagoge, is de koffie niet klaar. Ze is ziek.

En dan wordt zij in feite na Jezus de hoofdpersoon in de tekst. Ze zal net zo min als Jezus een stilzitter zijn geweest. Integendeel. Maar wat haar overkomt, is de andere kant van het probleem. Als je je namelijk steeds laat gebruiken. Als je het jezelf steeds aantrekt en laat raken, moet je daar natuurlijk wel een prijs voor betalen. Dan kun je dat op den duur alleen niet aan. Je begint overal pijn te voelen in je zorg het steeds goed te doen. Je moet almaar passen en meten. Die boodschappenbriefjes vol met dagelijkse dingen die niets voorstellen. Alsof het avontuur en de zin van je leven weg is. Het lijkt wel of je op dood spoor zit. Zoals Job verzucht in de eerste lezing: Als het avond is, denk je, was het maar morgen. En zo lang het licht is ben je ziek van onrust.

Het is alsof Jezus haar in deze tekst voorrang geeft. Alsof de nood van deze vrouw vóór alles gaat. Alsof hij deze ziekte nog beter kent dan ieder ander. Omdat ook hij geen stilzitter is, herkent hij haar probleem. Jezus is geen actieveling om het doen zélf. Hij gaat niet voor niets midden in de nacht de stilte opzoeken. Daar in die stilte maakt hij zijn agenda elke dag leeg, laat hij het diepe contact met God op zich afkomen, van waaruit hij kan doen wat op zijn weg komt. Zo eindigt en begint zijn dag. Die stilte van de dialoog met jezelf in God, dat is de kracht die hem ervoor behoedt een Job te worden. Dat is de bron van zijn geneeskracht. Dat is de kracht die hij geeft aan mensen die in koortsachtige onrust zijn.

Het is die hand die Jezus de schoonmoeder van Simon aanreikt. Hij maakt haar tot zijn bondgenoot. En zij staat op. Zij gaat doen wat op haar afkomt. Alsof ze van Jezus ineens begrijpt hoe haar agenda eruit moet zien. Dat rust geen schijn kan zijn aan de buitenkant. Hij brengt haar bij de rust, die diep in haar is, maar waar zij niet aan toe kwam. Dat is het, wat die hand haar doet. En zij gaat hetzelfde doen wat ze altijd doet, maar beter, gezonder. Het koortsachtige is weg. Zonder de kramp of het wel het juiste en het enige is. Dat goddelijke geheim dat in ieder mens leeft begint haar leven te bepalen. Zij hoeft geen moment meer te verliezen aan haar vrees. Zij weet dat God in alles op haar afkomt en meegaat op de weg ten leven.

Zoeken in Preken Online