Het begint allemaal heel eenvoudig. De schoonmoeder van Simon ligt met koorts in bed toen ze het huis waar Simon en zijn broer Andreas wonen binnenkomen. Ze vertellen hem dat, hij gaat naar haar toe, pakt haar bij de hand en doet haar opstaan. De koorts verlaat haar en ze begint hem te bedienen. Het nieuws van die genezing verspreidt zich onmiddellijk in het stadje. Omdat het een sabbat is duurt het tot na zonsondergang voordat de mensen naar hem toe kunnen komen. De hele stad samen stroomt samen voor de deur van Simons woning en ze brengen al hun zieken en gestoorden mee. Hij begint hen te genezen. Hij komt daar - waarschijnlijk vanwege het late uur en de menigte - die avond niet mee klaar. De volgende morgen heel vroeg begint zich weer een menigte voor Simons deur te vormen. Zijn genezen groeit uit tot iets dat moeilijk te organiseren is. Dat is schijnt echter niet de enige crisis te zijn geweest.
Middenin de nacht verlaat Jezus het huis om zich te verbergen op een eenzame plaats. Hij bidt.
Geconfronteerd met de menigte voor de deur kunnen Simon en zijn gezelschap hem niet vinden. Ze gaan hem zoeken. Het Griekse woord dat voor dat zoeken gebruikt wordt (katadioko) is veel sterker. Het betekent iets als ‘achterna zitten’, ‘achteraan jagen’. Als ze hem vinden maakt hij hun duidelijk dat hij er niet over denkt om met hen terug te gaan om de mensen aan Simons voordeur te genezen. Hij wil doorgaan met iets anders, de taak waarvoor hij gekomen is.
Het is niet alleen Jezus die bij het genezen van zieken en geestelijk gestoorden in moeilijkheden, of beter in een gewetensconflict komt. Een moeilijkheid die bijna onvermijdelijk ontstaat als je de te genezen ziekten in een groter verband begint te zien.
Dat was het geval met een congregatie van zusters die een ziekenhuis begonnen waren in een afgelegen Oost-Afrikaanse streek. Er was geen gebrek aan zieken. Ze stonden iedere morgen in lange rijen, vergezeld van familieleden, voor de deur van het ziekenhuis. Het was pas ‘s avonds laat, wanneer het goed donker was, dat de toestroom ophield.
Maar iedere morgen waren ze er weer. Tot het verplegend en genezend personeel zich af begon te vragen wat eigenlijk het nut van hun werk was. Niet dat ze de mensen niet genazen; dat deden ze heel goed, vooral ook omdat ze vaak pas voor de eerste keer met antibiotica behandeld werden. Hun probleem was dat de oorzaak van de ziekten door hen niet aangepakt werd. Patiënten waren ziek vanwege vervuild water en een eenzijdige voeding, hetgeen weer veroorzaakt werd door hun economische en vaak ook sociale status. Zou het niet beter zijn om het ziekenhuis voorlopig maar te vergeten en iets aan de oorzaken van die ziekten te doen? Of wat minder drastisch, om de medische hulp in het ziekenhuis te vergezellen van preventieve acties om de oorzaken van zoveel kwalen weg te nemen? Een moeilijke kwestie, die tot allerlei conflicten leidde. Een probleem dat in een Afrikaanse context, waar de afstand tussen leven en dood heel klein is, veel duidelijker is en eerder opkomt dan in ons Westen, waar die afstand zo veel groter is. Maar het is een probleem dat bij ons natuurlijk ook bestaat. Wat is het nut van een steeds maar weer bestrijden van allerhande symptomen - bijvoorbeeld van de eindeloze reeks van toenemende allergische ziekteverschijnselen, die er op wijzen dat onze ecologisch leefwereld ziek is - als we niet iets aan de oorzaken van die ziekten doen?
Of om een voorbeeld op een ander vlak te gebruiken: had een sociale hervormer als Karl Marx er niet steeds moeite mee om anderen ervan te overtuigen dat het niet alleen maar ging om enkele verbeteringen en correcties in de westerse maatschappij, maar dat het volgens hem ging om een radicale verandering van die samenleving?
Het is onmogelijk om te weten te komen wat Jezus bezig hield op die eerste nacht van zijn optreden in het openbaar. De enige toegang die we daartoe hebben, is de wetenschap dat hij na velen genezen en ontstoord te hebben, middenin de nacht opstond om te gaan bidden, en dat hij de volgende morgen niet terugging om de zieken aan Simons huis te genezen, omdat de genezing waarvoor hij gekomen was, ergens anders gezocht moest worden, in zijn prediking, in zijn gehele opzet en missie.