In dit evangelie spreekt Markus over de eerste wonderen van Jezus. In de synagoge geneest Hij een bezetene en in het huis van Petrus verlost Hij een vrouw van de koorts. Na zonsondergang bracht men allen die lijdend of bezeten waren bij Hem en Hij genas velen die aan allerhande ziekten leden en Hij dreef tal van geesten uit.
Wij stellen ons vragen over de wonderen van Jezus en ook over de zogenaamde hedendaagse wonderen. Is onze wereld ooit zo hongerig geweest naar wonderen als vandaag? Willen mensen een stukje hemel op aarde brengen en het onzichtbare zichtbaar maken? Geloven mensen in wonderen? Gebedsgenezers hebben het weer druk en doen wondere dingen. Men hoort dat ergens een Mariabeeld heeft geweend, dat Maria is verschenen, en er wordt een bedevaart ingelegd. Zeker willen we hier geen afbreuk doen aan de gezonde Maria-devotie waarbij de mensen voortdurend aangespoord worden tot vertrouwen, gebed en bekering en waarbij Maria steeds verwijst naar Christus, de bron van alle heil.
Wat moeten wij over wonderen denken?
In het evangelie spreken we niet graag over wonderen, maar over ‘wonderverhalen’. Een wonder heeft een diepere betekenis. De evangelist Johannes spreekt nooit over wonderen, wel over tekens die verwijzen naar de zending van Jezus en die altijd tekens van hoop zijn, van bevrijding en leven. Om deze tekens te kunnen duiden is het noodzakelijk te geloven in Jezus. Waar geen geloof is, kan Jezus geen wonderen doen. Het wonder bevestigt en versterkt het geloof. In de Schrift is het steeds God die het wonder bewerkt, en zelfs daar waar geen geloof is.
In Jezus, wondermacht is ook geen zweem van magie: negen keer dit bidden, dat doen… Hij heeft geen enkel wonder gedaan ten bate van zich zelf. Zeker deed Jezus geen wonder om mensen te straffen en in elk wonder verzette Hij zich tegen alles wat lijden heet. Hij deed alleen wonderen ‘door medelijden bewogen'.
Bij het wonder wilde Jezus geen show opvoeren. Hij weigerde van stenen brood te maken en waar mensen Hem zochten alleen om het ‘wonder’ zegde Hij aan zijn apostelen: kom laat ons elders gaan. Het is opvallend dat in het evangelie weinig wonderen verhaald worden. De evangelist Johannes heeft slechts zeven wonderverhalen opgetekend waarmee hij wil uittekenen wie Jezus is: het levend brood, het licht der wereld, de verrijzenis en het leven.
Tekens hebben een symbolische waarde waardoor duidelijk wordt wat Jezus werkelijk te verkondigen heeft. De wonderen in het evangelie zijn flitsopnamen van de nieuwe wereld die God verwezenlijken zal: een wereld waarin geen lijden, geen honger, geen verdriet of geen dood meer zijn zal.
Wanneer de leerlingen van Johannes aan Jezus komen vragen of Hij de beloofde Messias is, zegt Hij: “Gaat en bericht aan Johannes wat ge gezien en gehoord hebt: blinden zien, kreupelen gaan, melaatsen worden gereinigd en doven horen, doden verrijzen en aan de armen wordt de Blijde Boodschap verkondigd.” Dit zijn woorden van hoop, woorden voor de toekomst. Een duidelijk antwoord op de vraag wat vroeger precies is gebeurd, kunnen we niet geven. We kunnen alleen herhalen wat de apostelen wilden getuigen: in Jezus is de nieuwe hemel en de nieuwe aarde reeds werkelijkheid aan ‘t worden. Dat te weten is voldoende en daaraan mogen meewerken is de moeite waard.