Marcus laat er geen gras over groeien. Hij is gehaast. Hij gaat meteen naar de kern van de zaak. Hij is nog maar pas aan zijn evangelie begonnen of Jezus zit al in de synagoge. Hij doceert er op eigen gezag en hij geneest een bezetene. Je zou zeggen; een blitz-start. Hij start in topsnelheid.
De kern van de zaak is, dat Jezus leert en geneest, zegt en doet. Woord en daad samen. Dat is zijn zending: verkondigen en helen. Zo spreekt hij de mensen tweevoudig aan: in geest en lichaam, hij spreekt de hele mens aan. Het Rijk Gods heeft dus te maken met de heling van de hele mens. Dat is niet min en het is uniek. Het christendom is een geloof dat verkondigt door te genezen en geneest door te verkondigen. We zullen die nooit te ver uit elkaar mogen leggen. Dat is al een heel belangrijk punt. Wie geneest, moet aan de genezene ook iets kunnen zeggen over de zin van zijn leven. En wie het goede woord spreekt, zal de mens niet met dat woord alleen mogen laten. Na het goede nieuws kan de mens nog pijn hebben en roept zijn lichaam op de toepassing van het woord: het heil daalt af tot in de poriën van ons bestaan. Anders is het verkondiging met mooie woorden alleen.
Dat stelt ons voor enkele ernstige vragen: is verkondiging belangrijk? Ja. Kan men een christelijke samenleving bouwen op het woord alleen? Nee. Is genezing van mensen belangrijk? Ja. Is genezing van mensen voldoende om te tonen waar het in ons geloof op aankomt? Nee. Het moet altijd de twee samen zijn! Niet te ver van elkaar opereren a.u.b. Een genezing alleen zegt nog niets en spreken alleen is nog niet therapeutisch.
In de beide gebaren van leren en genezen komt God onder mensen. Jezus leert niet zoals de schriftgeleerden maar met eigen gezag. Hij is niet de man van een bepaalde strekking, van een bepaalde school of partij. Hij spreekt uit eigen overtuiging De schriftgeleerden zeggen na wat hun op school is voorgezegd. Dat proclameren ze, dat leren ze. Om gezag te hebben, citeren ze hun voorgangers of hun partijgenoten. Later zal Johannes zeggen: wat ze leren is mensenwerk maar Jezus is door God zelf onderricht. Hij is een autodidact die naast de boeken ook de Auteur van de boeken zelf heeft geconsulteerd. Hij is van Gods privé-school. Hij heeft persoonlijk weet van God. Daarmee heeft Marcus meteen de toon gezet: hier is de Christus.
En hij drijft een onreine geest uit. Die erkent de Christus. Die zit in een verloren positie. Hij speelt op vreemd terrein en is weerloos. Voor Marcus is het duidelijk: tussen God en de macht van de boze is er geen proportie. Hier is er geen coëxistentie geen compromis mogelijk. Jezus zal daarom over de boosheid heersen. Hij zal er niet door beheerst worden. Hij wandelt over ons troebel water, hij staat boven de zonde. Het laatste woord is voortaan niet meer aan degene(n) die mensen geestelijk ziek maken, die mensen in hun evenwicht ontregelen, die gezonde mensen ontwrichten. Dat is duivels. Dat past niet bij de mens. Daarvoor is de mens niet gemaakt.
Daarmee is er ook al iets gezegd over wat genezen is. Het genezen waar de bijbel over spreekt, betreft de bevrijding van de mens. En dat is eventjes meer dan op een bepaalde centimeter van ons lichaam geen pijn meer voelen. Het is hersteld zijn als mens: weer moedig in het leven staan, opnieuw bekwaam zijn tot vreugde en dienstbaarheid opnieuw kunnen functioneren met open gevende handen. Weer mens zijn, medemens.
En beseffen, dat God hier met gezag gesproken heeft, want Zijn kracht is dan via mensen tot heil geworden.
Allen stonden verbaasd, zegt Marcus. Zou dat niet het laatste en wellicht het enige geheim zijn van het verhaal van Jezus? Dat de wereld gaat zien, dat het goede woord wordt gesproken en dat de onderworpen en verworpen mens vrij kan ademen en leven?
Dat is echt verbazend. Je hoort dat zo weinig.