Wij zijn allemaal kinderen van een bepaalde tijd en van een bepaalde cultuur. Dat waren de evangelisten ook. Onze tijd denkt nu wel heel anders als toen en drukt zich ook heel anders uit. Wanneer Marcus ons vandaag een machtige duivelbezweerder schildert, komt dat voor ons wereldvreemd over. Want aan onreine geesten die verlamming, vallende ziekten en krankzinnigheid veroorzaken geloven wij niet meer. Wij geloven zelfs niet meer dat er zoiets als bezetenheid bestaat! Onze moderne wereld heeft het afscheid van de duivel gevierd: de duivel hóef je niet meer te vrezen. Maar is daarmee uit de wereld alle schuld gebannen? Als iemand een mens vermoordt, verklaren de psychiaters hem ontoerekeningsvatbaar. Mag die moordenaar daarom vrijuit gaan? Als men een kind vermoordt in de moederschoot, spreekt men van ‘baas in eigen buik’. Wat dan met de veiligheid van het ongeboren leven? Als iemand de huwelijkstrouw breekt, noemt men dat een slippertje en wordt het huwelijksleven op de helling gezet, ja, dan heeft men ongeluk gehad. Is daarmee het leed dan uit de wereld geholpen? Kunnen we niet zeggen dat de boze machten nog voortdurend werkzaam zijn en dreigen de wereld te beheersen? Denk maar aan Polen, aan Zuid-Amerika, al die ter-reurregimes, die concentratiekampen en die folterpraktijken. Staan wij dan weerloos en machteloos tegenover die boze machten? En als we heel eerlijk zijn merken we misschien ook wel dat die boze macht ook in ons persoonlijk leven soms werkzaam is. Als wij liefde en vriendschap verkopen voor geld, als wij kwaadspreken en uit afgunst mensen doden. Waarom zijn mensen zo wreed en boos tegenover elkaar?
Op al die vragen kan het evangelie vandaag voor ons een blijde boodschap zijn. De boosheid in deze wereld is niet almachtig. Integendeel, tegenover de macht van Jezus zal ze zich onmachtig moeten bekennen. Als die onreine geest zich weert als een bezetene en roept en tiert: Wat hebben wij met U te maken, Jezus van Nazaret? dan geeft de evangelist daarmee te kennen dat de macht van de boze beperkt is en dat er een grotere macht in deze wereld werk-zaam is.
Wat Jezus voor de bezetene deed, is een teken van wat Hij voor de hele mensheid doet. Hij is gekomen om de mensen te bevrijden van de machten die hen binden. Wij noemen die machten niet meer bezetenheid. Ze kregen een andere naam: stress, hysterie, moedeloosheid, angst… Van al die kwalen kan Jezus ons bevrijden. Wie heeft angst voor het boze? Hij die te weinig op Jezus vertrouwt. Wie heeft angst voor de duivel? Hij die te weinig ruimte laat voor de heilige Geest.
Hoe komt het dan dat er nog zoveel mensen gekweld worden door die moderne bezetenheid? De schuld ligt zeker niet bij Jezus. Zijn wij het niet die te weinig bidden, die ons te weinig durven stellen onder de bevrijdende kracht van het woord van de Heer? Konden wij maar weer vergeving vragen en vergeving schenken! Konden wij maar meer met de mensen medelijden in plaats van hen te doen lijden! Wat zou de wereld er anders uitzien!
Als wij ons in geloof aan de Heer toevertrouwen, dan zouden wij ons ook meer geborgen voelen te midden van al onze zorgen. Jezus is immers groter dan al onze grote en kleine zorgen. Hoe minder wij bidden, hoe meer wij psychiaters raadplegen. Zullen die ons bevrijden van spanningen?
Wij mogen vandaag het woord van de bezetene tot het onze maken: ‘Wat hebt Gij met ons te maken, Jezus van Nazaret?’ Maar misschien kunnen wij er ook wel in geloof aan toevoegen: ‘Gij zijt de Heilige Gods. Gij hebt alles met ons te maken. Aan U kunnen wij ons optrekken om betere en gelukkiger mensen te worden’.