4e zondag door het jaar B

B-cyclus · Tijd door het jaar · 4e zondag · groen

De gewone tijd door het jaar is de buitengewone tijd van Gods vergiffenis, van leven in vrede en verzoening onder elkaar, van genezing en bezwering van elke onreine geest. Het is de tijd van Jezus’ optreden.

De mens houdt van zijn wereld. Hij is er thuis en voelt er zich wel. Onreine geesten behoren tot een andere wereld. Ze zijn onder de mensen niet welkom, zo weinig welkom, dat die er liever niet van horen. Het is beter te leven alsof ze niet bestaan. Ze moeten zich vooral niet manifesteren. Ze moeten de goede gang van zaken niet storen. Desnoods is het nog best te beweren dat ze niet bestaan. De goede wereld van de mens heeft er geen nood aan.

De mens heeft eigenlijk ook geen nood aan God. Ook God stoort de gewone gang van zaken. Het is wat Israël ondervindt als Jahwe optreedt. ‘Laat mij de stem van Jahwe mijn God niet meer horen en dat grote vuur niet meer zien, anders sterf ik’. Het eigenaardige is nog wel dat Jahwe ze gelijk geeft. ‘Ze hebben gelijk. Ik zal uit hun broeders een profeet doen opstaan. Ik zal hem mijn woorden in de mond leggen’.

Jezus is die profeet. Hij is het die aan Mozes voor het volk beloofd is. Hij is opgestaan uit onze broeders. Hij heeft Gods woorden in zijn mond. Niet om te verkondigen dat God niet bestaat. Maar om als God in mensentaal tot ons te spreken, als mens Gods gebaren onder ons te stellen, op te treden en te spreken met gezag, met Gods bevrijdend gezag.

Dit is het wat het Evangelie ons zegt: ‘Allen stonden zo verbaasd dat ze onder elkaar vroegen: ‘Wat betekent dat toch? Een nieuwe leer met gezag’’!

Jezus treedt op met gezag. Niet zoals de schriftgeleerden. Hij onderwerpt zich aan de Wet, ook al hoeft Hij dat niet te doen. Precies daarin ligt het geheim van zijn gezag. Hij is de nieuwe wetgever. ‘Een nieuw gebod geef Ik u; dat gij elkander lief hebt, zoals Ik u heb liefgehad’. De schriftgeleerden probeerden, meestal naar best vermogen, de Wet van Mozes uit te leggen en na te leven, elk in zijn kleine synagoge, in zijn gemeente van boeren en herders en vissers. Velen stonden dicht bij het volk. Maar juist daarom stonden ze er toch wat boven.

Zo gaat het niet met Jezus. Hij had niet alleen veel te zeggen. Hij had álles te zeggen. Hij sprak zich ook helemaal uit, maar niet als iemand die het voor het zeggen had. Hij deelde niet autoritair een bepaalde inhoud mee. Hij deelde zichzelf mee. Hij stond niet dicht bij het volk. Hij maakte deel uit van het volk. Hij was de oudste Zoon, de Eerstgeborene onder zijn broeders. Meer nog, Hij stond niet tegenover het volk, Hij drong door in het hart van eenieder die Hem ontving. Hij kwam onder het volk wonen en inwonen in het hart van allen die geloofden. Hij werd de stem van hun eigen hart, van hun eigen geweten. Hij was Gods stem zelf in hen. Daaróm sprak Hij met gezag. Daaróm spreekt Hij voor altijd met gezag. Want wie zijn hart voor God opent, bij Hem komt God inwonen, door Jezus, de beloofde Profeet. Geen schrik meer voor donderstem en vuur van God, maar luisteren naar het eigen hart, dat rust vindt als het klopt op het ritme van Gods hart.

Rust vinden wij terwijl we nu naar Gods stem luisteren. Hij spreekt rot ons in ons hart. En ook als nu een onreine geest luid begint te schreeuwen, hoeft niemand nog ongerust te worden. De Heer Jezus, midden onder ons, spreekt met gezag Gods woord. Hij drijft al wat onrein is uit. Elke onreine geest die Gods gebiedend woord hoort, komt hiertegen in opstand. ‘Jezus van Nazaret, wat hebt Gij met ons te maken? Ge zijt gekomen om ons in het verderf te storten. Ik weet wie Gij zijt: de Heilige Gods’. De Heilige Gods brengt God terug bij de mensen. De onreine geesten, die het samenzijn van mensen vertroebelen, die schijn en leugen doen heersen, maken plaats voor gemeenschap van hart tot hart, voor kerkelijke gemeenschap. ‘Wat betekent dat toch’?, vraagt de synagoge. Het betekent dat door Jezus van Nazaret elk hart bevrijd wordt, elke tong wordt losgemaakt, om God samen met de anderen te loven.

Zoeken in Preken Online