Bezeten van

B-cyclus · Tijd door het jaar · 4e zondag · groen

Een tijdje geleden las ik een boek over de geschiedenis van de pausen in de voorbije eeuw. Het viel mij daarbij op dat er twee zijn die in een aantal dingen op elkaar lijken. Dat zijn Pius X en Johannes XXIII. Ze hebben veel gemeen: allebei Italianen, beiden van eenvoudige afkomst. Toen de latere paus Pius X naar school ging en verre afstanden moest lopen om er te komen, hield hij zijn schoenen in zijn hand, omdat hij bang was, dat ze teveel zouden slijten. Zijn moeder kon immers geen nieuwe betalen.

Deze mens wordt priester en klimt op in de kerkelijke hiërarchie, maar blijft bij alles een hele eenvoudige, hartelijke, goede mens: een die hart heeft voor anderen en hen nabij blijft, ook als patriarch van Venetië en kardinaal van de kerk. De mensen hebben veel met hem op. Tot aan het moment dat hij paus wordt. Want vanaf dat moment is hij een verschrikking, voor zichzelf en voor anderen. Hij raakt als het ware ‘bezeten’ van het pausschap. Niet om zichzelf te verheffen, maar omdat hij meent dat hij alles in handen moet houden, dat elke beslissing die genomen wordt van hem moet komen en dat hij persoonlijk verantwoordelijk is voor elk verkeerd woord dat er in de kerk gezegd wordt. Geen paus uit de hele geschiedenis heeft zo hartstochtelijk achter ketters aangezeten als Pius X. Het pausschap had bezit van hem genomen, hij was geen vrij mens meer.

Johannes XXIII was een mens van eenvoudige komaf, uit arme kleine boeren in Noord-Italië. Ook priester geworden, gestegen op de ladder van de kerkelijke hiërarchie, patriarch van Venetië en daarna, op zijn oude dag, paus geworden. Maar hij blijft het betrekkelijke zien, hij durft het aan om een concilie bij elkaar te roepen.
Zo geeft hij aan, dat hij alleen ook niet alles weet en andere mensen nodig heeft om samen te praten en samen na te denken. Als hij dan al eens een keer ligt te woelen in zijn bed, omdat hij zich ongerust maakt, zegt hij tegen zichzelf: “Ach kom Angelo, maak je niet zo druk, het hangt niet van jou af, de heilige Geest is er ook nog.
Deze paus is een vrij mens gebleven, ondanks zijn ambt. Hij bleef baas in zijn eigen bestaan en liet niet over zich heersen. In het evangelie van vandaag is sprake van bezeten mensen. Wij denken, naar aanleiding van de verhalen uit het evangelie, dat het dan gaat over mensen, die vreemd en raar doen. Bij wie het schuim op de mond staat, mensen die in onze wereld thuishoren in psychiatrische klinieken.
Toch zijn in onze samenleving heel wat meer mensen bezeten die daardoor zichzelf niet meer in de hand hebben. Een mens kan bezeten zijn van een bepaald doel dat ten koste van alles gerealiseerd moet worden, bezeten zijn van een carrière, bezeten van sport, van televisie, van macht.

Misschien lijkt het op het eerste oog nog niet zo erg: we doen er toch ons voordeel mee. Zij zijn vaak de locomotieven van onze samenleving. Dikwijls zijn het de mensen, die onderscheidingen krijgen en in de schijnwerpers staan.
Maar hoezeer doen ze daarmee anderen tekort, omdat ze hen die naast hen staan, vergeten. Dikwijls lijden deze mensen onder de angst dat als hun doel niet gehaald wordt, er niets van hen overblijft. Ze hebben alleen dat ene om voor te leven.
Het evangelie spreekt over bevrijding van mensen, bevrijding van de dood, ziekte, maar evengoed bevrijding van bezetenheid. Mensen moeten zelf kunnen beschikken over hun bestaan. Mensen mogen thuis zijn bij zichzelf en zullen niet heel hun hart en leven in laten nemen door iets van buiten en vreemd aan hun diepste wezen. Jezus geeft de bezetenen terug aan zichzelf. Zij kunnen weer over hun eigen bestaan beschikken. Hij doet dat niet door veel woorden, niet door redeneren of praten. We weten dat dat meestal toch niet helpt. Hij blijft hen nabij door hen aan te kijken en nieuwe moed te geven de eigen weg te gaan.

Wordt vrije mensen, daartoe roept het evangelie op.

Zoeken in Preken Online