Toen het met het milieu nog niet zo nauw genomen werd, mocht er op bepaalde stukken in volle zee vuil worden gestort. Wanneer die mededeling over de boordradio kwam, werd er van alles over boord gekieperd. Dat vertelde me ooit een vroegere marineaalmoezenier. Hij vertelde me ook dat er in zijn tijd op zaterdag wel eens over de luidsprekers werd geroepen: ‘Vanmiddag om vijf uur is het vuil storten bij de pater’. Dat betekende dat er die middag gebiecht kon worden. Vuil storten bij de pater heette dat aan boord van de marine. Goed gezegd eigenlijk, want er zit nog allerlei vuil in ons. Er huizen allerlei kwade en onreine geesten in ieder van ons.
De man die Jezus indertijd genas, was niet de enige, daar en toen, die bezeten was van de verkeerde dingen. Dat waren en zijn er veel en veel meer. Want in ons allemaal huizen kwade geesten. Soms zit er vuil dat eruit moet. We hebben allemaal wel eens last van smerige bedoelingen, verkeerde gevoelens, ziekelijke meningen of harde oordelen. Ook onze geest is wel eens vervuild door hebzucht, eigengereidheid, onverdraagzaamheid of agressie, en we slaan allemaal vlug en graag terug. We voeren allemaal wel eens een klein oorlogje met deze of gene.
Hoe bestrijd je dat kwaad, dat vuil in ons, die onreine geesten, kwelgeesten soms, die ons en anderen het leven vergallen? Hoe bestrijd je die?
Door de wetten van Mozes nauwgezet te onderhouden verdrijf je alle kwaad, en word je een goed mens, leren de farizeeën. Precies doen wat wij jullie voorhouden, dan komt het goed. Wij hebben ervoor geleerd, en weten dus wat goed en slecht is. Wie de regels onderhouden, die wij, de wetgeleerden, voorhouden, verdrijft het kwaad.
De mensen luisterden wel naar hen, maar echt gezag hadden ze niet. En Jezus ziet dat bijna iedereen de gevangene is geworden van die religieuze wetten. Hij ziet om zich heen dat sommigen echt bezeten zijn van de wet, en dat ze daardoor belemmerd worden om echt goed en gelukkig mens te zijn. Hij leert dan ook dat daardoor het kwaad niet wordt bestreden. Waar het om gaat - leert Hij de mensen - is te geloven dat God in je woont, en in die anderen. Wie luistert naar God die in hemzelf woont, en zoekt naar God die in de anderen woont, die verdrijft het kwaad, die wordt zuiver, die raakt bevrijd van allerlei kwade geesten in hem. En omdat de mensen zien dat Jezus zelf zo ‘n mens is - in wie God woont, en die steeds naar God zoekt in ieder ander - zeggen ze: Hij gaat heel anders om met ons dan de wetgeleerden; hij is iemand die echt gezag bezit.
Wat zouden er veel boze geesten de wereld uit zijn, wat zou er veel kwaad uit bezeten mensen weggaan, als we allemaal beter luisterden naar God die in ons woont. En als we meer oog hadden voor God die ook in alle andere mensen woont.